Identiteit

Het protestantisme in het kort (canvas.be)

Onze missie

Als christenen en als kerk delen we geloof, hoop en liefde met zoveel mogelijk mensen.

Onze visie

Drie kernwoorden vinden we belangrijk: God, gemeenschap en dienst aan de wereld. Of anders gezegd: leven in verbondenheid met God, met elkaar en de wereld.

God

In het zoeken naar omgang met God hopen wij als gemeente kracht en inspiratie te ontvangen. We willen een geloofsgemeenschap zijn, waar Gods aanwezigheid wordt gevierd in de woordverkondiging, in liederen, muziek en gebeden en in de tekenen van de Doop en de Maaltijd van de Heer. Niet alleen in de erediensten maar in al onze kerkelijke activiteiten willen we de verbondenheid met God beleven.

Gemeenschap

We willen een open, gastvrije en hartelijke kerk zijn. Onze gemeenschap is als een huis met vele kamers, iedereen in alle verscheidenheid telt mee. Onderlinge verbondenheid, zorgzaamheid, en aandacht voor elkaar vinden we belangrijk. Sleutelwoorden hierbij zijn: openheid, vertrouwen, luisteren en een open houding wanneer er geschillen zijn. Het is voor ons belangrijk om een jeugdvriendelijke gemeente te zijn. Een kerk waar ruimte is voor vragen en ideeën van jonge mensen. We willen een gemeenschap zijn waarin we met elkaar kunnen groeien in het geloof. Onze kerk wil een gemeenschap van waarden en spiritualiteit zijn, een plek van bezinning waar mensen kunnen ontdekken wie zij zelf zijn en hoe ze vanuit de bijbel kunnen leven.

Wereld

In de wereld willen we rekenschap afleggen van de hoop die in ons is (1 Petrus 3:15) en ons engageren voor de dienst aan mensen en aan de aarde, Gods Schepping die aan onze zorg is toevertrouwd. We willen een zorgzame gemeenschap zijn, die opkomt voor mensen in problemen en in het bijzonder de meest kwetsbare mensen binnen en buiten onze gemeente. Onze kerk wil ook een profetische beweging van hoop en verwachting zijn waarin mensen elkaar van dichtbij en veraf inspireren over de grenzen van armoede, onrecht en hopeloosheid heen. We willen teken van God zijn in de wereld en smaakmaker in een veranderende en polariserende cultuur.

Wie is God?

Wie is God?
Wie is God?

Wie is God?

Kunnen we iets over God zeggen? Eigenlijk niet, want God is God en mens is mens. Bij God bedenken we juist, dat Hij van een heel andere orde is dan wij mensen. Alles wat je over God zou willen zeggen is dan zowel te veel als te wei­nig. En het blijft mensenpraat: dingen die we zelf bedacht hebben. Dat hoeft dan nog niets met God te maken te hebben. Maar als we dan toch iets over God moeten zeggen, kunnen we dat doen door te vertellen over wat anderen over God verteld hebben. Dat moeten mensen zijn, die door hun eigen geschie­denis gelou­terd zijn  en zeggings­kracht hebben gekregen. Als we met aandacht naar hen luisteren, krijgen we misschien zelf ook een verhaal en een geschiedenis met God.

Openbaring

Wanneer God zich bekendmaakt aan mensen is dat ‘openbaring’. God openbaart zich in de Bijbel. We maken voor het eerst kennis met God via de verhalen van Israël. Die staan in het eerste gedeelte van de Bijbel, in het Oude Testament, ook wel het Eerste Testament genoemd. Daar staat bijvoorbeeld: “Luister Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige! Heb daarom de Heer lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.” (Deuteronomium 6:4-5)
Deze zinnen uit de Bijbel zijn het meest kern­achtige wat er over God gezegd kan worden. Althans in de drie mono­­theïstische gods­dien­sten: God open­baart zich als God uit één stuk. Deze drie gods­diens­ten zijn jodendom, chris­ten­dom en islam; ook wel de Abrahamitische gods­dien­sten genoemd. Zij delen een groot aantal verhalen over God; verhalen die hun oorsprong hebben bij de aartsvader Abraham.

Bijbel

In de joodse Bijbel, die christenen kennen als het Oude/Eerste Testament, lezen we over gebeurtenissen, die het best te be­grijpen zijn vanuit het besef dat ze pas veel later opge­schreven zijn. Toen het volk Israël in balling­schap verkeerde werden de oude ver­halen die iedereen mondeling kende, voor het eerst opgeschreven. De ballingschap vond plaats in de 6e eeuw vóór onze jaartelling. Een groot aantal mensen uit de toplaag van Israël werd toen naar Babel gedeporteerd. Het is vrijwel zeker dat toen de verhalen van het Eerste Testament hun huidige vorm kregen.

Tegen die dreigende achtergrond en in de on­zeker­heid of Israël nog wel langer zou bestaan, werden – als zelfkritiek – profeten uit vroegere tijden aangehaald. Men herinnert zich dan ook het Schep­pings­verhaal: voor de Israëlieten in die donkere dagen een verhaal waarmee zij hun eigen identiteit konden beleven.
Aan een ander groot motief in de Bijbel wordt moed ontleend: het Exodus­­verhaal. Dat gaat over de bevrijding van het volk Israël uit de slavernij in Egypte die eeuwen eerder plaats­vond. Die bevrijding is nog steeds geldig.

Jezus

God openbaart zich één maal met ongekende nadruk in de mens Jezus Christus. Jezus is voor christenen de openbaring van Gods Woord bij uitstek. We merken dat hij gekomen is midden in onze vijandschap en ons ver­zet tegen God. Het lijdensverhaal van Jezus is een universeel verhaal over intolerantie. God laat ons een bedenkelijke kant van de menselijke natuur zien. Maar Hij openbaart zich in Jezus als redder en verzoener. Van Jezus Christus wordt gezegd dat hij twee naturen heeft: hij is zowel echt God als echt mens: God wordt als God  zichtbaar … als een uiterst kwetsbaar mens.

Kinderen van God

Jezus is de Zoon van God. Mensen voelen zich naar het voorbeeld van Jezus die God ‘zijn Vader’ noemt, ook vaak ‘kinderen van God’. Wat dat voor iedereen betekent is persoonlijk, maar zeker niet privé. Mee­ge­no­men worden in de bonte stoet van hen die geroepen zijn door God, voert ons naar onze medemensen.

Gedicht

Beeld van God, de onzichtbare, is hij,
eerstgeborene van heel de schepping:
in hem is alles geschapen,
alles in de hemel en alles op aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
vorsten en heersers, machten en krachten,
alles is door hem en voor hem geschapen.
Hij bestaat vóór alles en
alles bestaat in hem.
Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk.
Oorsprong is hij,
eerstgeborene van de doden,
om in alles de eerste te zijn:
in hem heeft heel de volheid willen wonen
en door hem en voor hem
alles met zich willen verzoenen,
alles op aarde en
alles in de hemel,
door vrede te brengen
met zijn bloed aan het kruis.

(uit de Bijbel, Nieuwe Testament, de brief van Paulus aan de Kolossenzen 1, vers 15-20)

Bovenaan een fragment van de schilde­ring die Michelangelo in de Sixtijnse Kapel maakte (Rome, 1512).
Rechts de hand van God die met zijn uitgestrekte vinger naar de hand van Adam reikt en hem zo tot leven wekt.

Wie is Jezus?

Wie is Jezus?
Wie is Jezus?

Wie is Jezus?

Zijn leven

Jezus is geboren in Bethlehem en groeide op in Nazaret, in Galilea. Galilea is een arme streek in het land Israël ten tijde van het begin van onze jaartelling. Als Jezus ongeveer dertig jaar oud is, begint hij in die omgeving rond te trekken. Hij preekt en geneest mensen. Daar roept hij ook zijn twaalf leerlingen (discipelen). Met zijn leerlingen trekt hij naar Jeruzalem. Daar wordt hij gevangengenomen, ter dood veroordeeld en gekruisigd. Drie dagen na zijn dood zijn er berichten van zijn vrienden en vriendinnen dat ze hem gezien hebben en dat hij leeft. Jezus is opgestaan! Twee van zijn vrienden vertellen bijvoorbeeld: “We wisten dat hij het was die ons opzocht. Hij liep samen met ons op en we nodigden hem uit om bij ons te blijven eten. Toen hij het brood brak en uitdeelde herkenden we hem. Want hij had vlak voor zijn dood op dezelfde manier het brood gebroken. Hij stak het vuur van liefde in ons hart opnieuw aan, terwijl we nog midden in de rouw waren over zijn dood” (naar Lucas 24:13-35). Na die eerste dagen komen er meer berichten van mensen die Jezus gezien hebben.

Dan gaat Jezus naar God in de hemel die hij zijn Vader noemt. Hij stuurt de heilige Geest naar de mensen op aarde om hen te helpen oprecht en gelovig te leven. Later zijn er opnieuw men­sen die Jezus hebben gezien, maar dan in een visioen. Zoals bijvoorbeeld de apostel Paulus. Paulus was een van de eerste volgelingen van Jezus die hem zelf nooit gezien had, toen hij op aarde rondliep. Tot op de dag van vandaag vertellen mensen over hun ontmoeting met Jezus. Zoals: “we voelen de liefde van Jezus die ons helemaal omarmt en verwarmt.”

De verhalen over Jezus staan in het tweede, kleinere gedeelte van de Bijbel; achterin. Namelijk in het Nieuwe Testament en dan – om precies te zijn – in de vier evangelie­boeken: Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes. In het Nieuwe Testament staat verder het boek Handelingen met verhalen over de apostelen (dat betekent de door Jezus ‘gezondenen’), nadat Jezus naar de hemel was gegaan. Er zijn ook brieven te vinden van onder anderen de apostel Paulus, en er is het mooie en raadsel­achtige laatste Bijbelboek: ‘Openbaring’.

Zijn boodschap

De boodschap die Jezus verkondigt terwijl hij rondtrekt, klinkt de mensen vertrouwd maar ook nieuw in de oren. Jezus is een joodse prediker die met groot respect spreekt over de voorschriften die God aan de mensen heeft gegeven. Maar hij wil ze op een nieuwe manier geldig maken. Zo heeft hij bijvoorbeeld tijdens een preek gezegd: ‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie ver­volgen’ (Matteüs 5:43-44). Jezus benadrukt dat God vooral liefde is. Gods vergevingsgezindheid is groter dan het kwaad dat er onder de mensen kan zijn, zonder dat te bagatelliseren. Hij wil mensen altijd weer een nieuwe kans geven. Het is dan ook nooit te laat voor mensen om een nieuw begin te maken.

Jezus gaat er in zijn toespraken vanuit dat het Koninkrijk van God dichtbij is. Dat ‘koninkrijk’ is een ideaal dat van God uitgaat; een manier van gelukkig en vrij samenleven van mensen die door God ontworpen is en beschermd wordt. Die verwachting is tegelijkertijd een impliciete kritiek op menselijk gedrag (privé én collectief) dat on­­eer­lijk, egoïstisch, stiekem en/of wreed is. Bij het Koninkrijk van God denken we aan een open samenleving waar gerechtigheid en vrede is, waar mensen zorgzaam en liefdevol met elkaar omgaan, en waar geen armoede is.

Zijn betekenis

Jezus wordt ook Christus genoemd. Het woord ‘Christus’ betekent ‘Gezalfde’. Het joodse woord ‘Messias’ bete­kent hetzelfde. Jezus wordt dan ook wel Messias genoemd. Deze  woorden geven aan dat Jezus heel bijzonder was en is. Letterlijk betekent de naam Jezus: ‘God is redding’. Als wij als zijn volgelingen, als christe­nen, probe­ren uit te leggen hoe dan Jezus namens God de redder van mensen is, wijzen we naar zijn kruisdood en opstan­ding. Die twee ge­beurtenissen samen vormen een moeilijk te begrijpen myste­rie. Veel mensen vinden Jezus een voorbeeld voor hun leven, vanwege zijn bood­schap van liefde en recht. Voor een gelovige christen is niet alleen bijzonder wat Jezus ons vóór heeft gedaan, maar vooral wat Jezus voor óns heeft gedaan. Of, ‘voor ons’… , het is beter om te zeggen dat hij dat voor alle mensen heeft gedaan.

Door wat Jezus deed, en door alles wat er met hem gebeurd is, zijn we ons bewust van Gods genade voor iedereen. Dat geeft ons mensen de mogelijkheid om vergeving te vragen voor wat we verkeerd deden. Jezus geeft ons ook vrijgevigheid, inlevings­vermogen, solidariteit, liefde en vrede, waarheid en verzoening, en het herstel van onze band met God.

Het symbool bovenaan is het Christus­symbool. Het is samengesteld uit de Griekse letters met de vorm van een X en een P, en de klank van een CH en een R, die samen de beginletters vormen van de naam Christus.

Wie is de Heilige geest?

Wie is de heilige Geest?
Wie is de heilige Geest?

Wie is de Heilige Geest?

Drie-eenheid

De heilige Geest hoort bij de ‘Drie-eenheid’ van ‘Vader, Zoon en heilige Geest’. Daarmee wordt het samenspel van God als Vader, God als Jezus Christus en God als de heilige Geest bedoeld. Zij horen heel intens bij elkaar, want God is één. Maar ze laten ook drie afzonderlijke aspecten van het goddelijke zien. Het denken over deze Drie-eenheid (ook ‘Triniteit’ genoemd) is specifiek voor het christendom.

Jezus zelf zegt: ‘Ga dan op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader, en de Zoon en de heilige Geest en hen te leren dat zij zich moeten hou­den aan alles wat ik jullie opgedragen heb’ (Matteüs 28:19).

Jezus zegt dit aan het einde van zijn aanwezig­heid op aarde. Aan het begin van zijn optreden is Jezus zelf ook gedoopt. Johannes de Doper doopte hem in het water van de Jordaan; de heilige Geest daalde daarna als een duif uit de hemel op hem neer (Matteüs 3:16). Mensen worden met water gedoopt, maar soms zijn ze in navolging van Jezus gedoopt met de heilige Geest.

De heilige Geest en mensen

Als Jezus na zijn lijden en opstanding naar zijn Vader in de hemel gaat, belooft hij de heilige Geest aan zijn leerlingen die op aarde blijven. Pinksteren herinnert ons daaraan. Als de heilige Geest komt zijn er stevige windvlagen en ver­schij­nen er vuurtongen die zich verspreiden en zich op mensen neerzetten. ‘Vervuld van de Geest’ spreken zij in allerlei vreemde talen (Handelingen 2:1-13).

De heilige Geest ‘inspireert’ mensen ‘letterlijk’. Het overstijgen van grenzen tussen mensen door goed commu­niceren, hoort bij de Geest. Water, wind en vuur symboliseren zijn aanwezigheid.

De heilige Geest helpt de mensen in de wereld om Gods woord, weg en waarheid te volgen en zo treedt hij op als pleitbezorger (advocaat). Hij wordt ook de trooster genoemd. De Geest werd overigens al lang vóór het christendom gekend: in het eerste Bijbelboek, in Genesis, horen we in de tweede zin al dat Gods geest over het water zweefde. Gods geest mag je, net als de ‘Geest van waarheid’, begrijpen als de heilige Geest. Ook de gedrevenheid en de moed van de profeten om ongemakkelijke waarheden te zeggen, wordt toegeschreven aan de heilige Geest. Van de sterke Simson wordt bijvoorbeeld in het boek Rechters (13:25) gezegd dat hij door Gods geest tot daden wordt aangezet.

Wat de heilige Geest doet

De heilige Geest geeft een goede mentaliteit en sfeer onder de mensen, en geeft bereidheid om te doen wat God en Jezus van hen vragen. De heilige Geest is in de concentratie van het gebed en geeft hoop. Paulus spreekt over de gaven van de heilige Geest. Hij zegt dat iedere gelovige zijn of haar eigen kado van de heilige Geest krijgt, en dat elk kado belangrijk is voor de gemeenschap.

Bijvoorbeeld: wijsheid verkondigen, vertalen, geloof tonen, kunnen genezen, troosten, voor elkaars ziel zorgen, goed organiseren, vrijgevig zijn, profeteren. Paulus spreekt  in de brief aan de Galaten (5:22) over wat de heilige Geest zelf onder de mensen geeft: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijk­heid, goedheid, geloof, zachtmoedig­heid en zelfbeheersing.

Als christenen in hun kerken proberen om met deze door de Geest gegeven mentaliteit aan het werk te gaan heet dat diaconaat (materiële hulp aan armen) en pastoraat (geestelijke begeleiding van gelovigen). Als christenen opkomen voor arme mensen, of als zij het opnemen voor de mensenrechten – waar ook ter wereld – is dat een profetische taak die de Geest ingeeft.

Creativiteit en vakmanschap

Een bijzonder aspect van de werking van de heilige Geest is de inspiratie tot het maken van kunst. De Geest geeft verbeeldingskracht. Veel schilderijen, literatuur en muziek zijn gemaakt door mensen die zeggen dat de heilige Geest hen geholpen heeft bij het creatieve proces. Hun kunst is een ode aan God en/of Jezus.

Besaleël  is misschien wel  de eerste vorm­gever ooit van liturgische voorwerpen en ruimten. Hij maakt o.a. de verbondsark en de tabernakel: de tempel-tent die meegaat met de bevrijding van Gods volk uit de slavernij. Zijn talent wordt beschreven in het Bijbelboek Exodus (31:1-11). Besaleël betekent: ‘in de schaduw van God.’ Hij heeft van Gods geest zijn inspiratie gekregen.

De duif is het beeldmerk van de heilige Geest. Die herinnert aan de duif bij de doop van Jezus, maar ook aan de duif die Noach er na de grote overstroming op uitstuurde om te zien of de aarde weer voor mensen bewoonbaar is.

In het symbool bovenaan is een duif te herkennen die de heilige Geest verbeeldt. Deze duif is in een Maltezerkruis ingebed, verwijzend naar het Hugenotenkruis. Dit symbool is het logo van de Verenigde Protestantse Kerk in België.

Wat is het Christendom?

Wat is het Christendom?
Wat is het Christendom?

Wat is het Christendom?

Jezus

In onze tijd geldt het christendom als één van de wereldgodsdiensten. Het christendom is vernoemd naar Jezus die ook Christus wordt genoemd. Een andere benaming voor Christus is met een joods woord: Messias. Jezus is geboren en geto­gen als een joodse man. Wie goed naar Jezus luistert ontdekt dat hij hele­maal geen gods­dienst wil stichten. Hij preekt over God die hij kent uit de joodse Bijbel. Hij maakt Gods wijsheid ook waar, en daarom is hij goed voor de mensen die hij ontmoet. Hij is ontroerd door al diegenen die het moeilijk hebben: armen, zieken, vreem­­de­lingen, gevangenen. Hij helpt zoveel mogelijk. Onder­tussen zoekt hij geen voorvechters, maar volgelingen: mensen die net als hij proberen om de liefde van God in hun eigen leven te laten door­klinken. Zo zegt hij: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het eerste en grootste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’ (Matteüs 22:37-40; zie ook Marcus 12:29-31 en Lucas 10:27)

Bijbel

Als Jezus over ‘de Wet en de Profeten’ spreekt,  is dat de gebruikelijke aanduiding van de joodse Bijbel. De joodse Bijbel wordt ook wel Tenach genoemd. De Wet (dat is de Thora: de eerste vijf Bijbel­boeken, ofwel de boeken van Mozes) en de boeken van en over de Profeten, beslaan daar het grootste deel van. Christenen kennen deze teksten als het Oude Testament. Uit res­pect noemt men dat ook wel het Eerste Testa­ment. De christelijke Bij­bel heeft naast het Eerste Testament ook het Nieuwe Testament. Daarin staan o.a. de Evan­gelie-boeken die over Jezus vertellen. De Bijbel is het heilige boek van het christendom. Maar dit geschreven Woord mag niet losgezien wor­den van het levende Woord: God, Jezus en de heilige Geest die tot het hart van de mensen spreken.

De Bijbel is voor gelovigen zo belangrijk dat men hem het Woord van God noemt. Tege­lijk­ertijd is het een gewoon boek dat duidelijk door veel verschi­l­lende mensen geschreven is. Je her­kent er bij wijze van spreken het hand­schrift van de afzonderlijke schrijvers in. Daarmee is het voor gelovigen nog steeds het Woord van God: geloofwaardig, juist omdat het door concrete mensenlevens heen is gegaan. De Bijbel is ook intensief onderwerp van wetenschap­pelijke studies, bijvoorbeeld op het terrein van de literatuurgeschiedenis, de taalkunde, of zelfs van de archeologie. Dat onderzoek wordt door zowel gelovige als ongelovige mensen gedaan. Dat is een goede zaak; het één sluit het ander niet uit!

Paulus

De apostel Paulus heeft de jonge beweging van mensen die in Jezus geloofden, vanuit Jeruzalem de wijde wereld in gebracht. Voor hij daarmee begon, was Paulus een overtuigd tegenstander van deze prille ‘Jezusbeweging’. In een visioen hoorde en zag hij Jezus zelf. Toen be­keer­de hij zich. Daarna heeft hij tijdens zijn lange reizen door landen rond de Middel­landse zee, op veel plaatsen nieuwe christelijke gemeen­schappen gesticht. Zonder Paulus zou het christendom vast een heel andere ontwikkeling hebben gehad.

Het christendom is naast het jodendom en de islam een van de drie grote monotheïstische, ofwel Abrahamitische godsdiensten. Het Hindoeïsme en het Boeddhisme hebben een heel andere structuur qua levensbeschouwing. De interreligieuze dialoog probeert meer begrip te bereiken tussen alle wereldgodsdiensten, door te zoeken naar universele humaniteit.

Kerk

In de tijd van de vroege christelijke gemeenten in het Romeinse Rijk werden gelovigen soms fel vervolgd. Dat veran­der­de toen de Romein­se keizer Constantijn aan het begin van de 4e eeuw (313) zelf christen werd. In Rome kwam de zetel van het hoofd van de kerk: de paus.  De een­heid van ‘de kerk’ bleef niet lang. Vanaf de 5e eeuw (431, 451 tot aan 1054) scheidden zich meerdere Oosters Orthodoxe kerken af.

De bijna 2000-jarige geschiedenis van kerken is getekend door een voortdurende spanning tussen ideaal en praktijk. Wanneer er te veel misstanden in een kerk zijn, komt er kritiek. Gelovigen probe­ren dan op een betere en chris­te­lijker manier samen kerk te zijn. In de middeleeuwen zijn er zgn. ‘ketterse’ groepen. Die werden wreed ver­volgd door de RK-kerk.  In de 16e eeuw is er de grote hervor­mings­­beweging met onder anderen Luther (1517) en Calvijn: de Reformatie. De protes­tan­tse kerken ontstaan. De Verenigde Protestantse Kerk in België (VPKB) gaat op die geschiedenis terug.

Tegenwoordig erkennen de meeste kerken dat ze ook fouten hebben gemaakt. Verschillende kerken zoeken elkaar op, voeren gespreken en doen weer dingen samen: de oecumene.

Het symbool bovenaan staat voor de ‘oecumene’: de samenwerking van kerken uit verschillende tradities. Het herinnert aan het eenvoudige scheepje waarin de leerlingen samen met Jezus stormen doorstonden.

Wat is de Protestantse Kerk?

Wat is de protestantse kerk?
Wat is de protestantse kerk?

Wat is de Protestantse Kerk?

Reformatie

Het protestantisme ontstaat als reformatiebeweging in Europa in de 16de eeuw. Er is kritiek op het Rooms-katholicisme, en mensen als Maarten Luther en Johannes Calvijn willen de kerk hervormen naar haar oorspronkelijke doel.

Na verloop van tijd ontstaan er veel verschillende protestantse kerken, die elk hun eigen pad kiezen. Deze versplintering is een zwakte van het protestantisme. Maar we zien nu ook dat er kerken zijn die zich opnieuw verenigen.

Binnen het christendom zijn er tegenwoordig vijf hoofdstromingen: de Orthodoxie, het Rooms-katholicisme, het Anglicanisme, het protestantisme en de evangelische stroming.

Kerk

De protestantse kerken vinden dat iedereen voor God gelijk is. Eén van de punten waar men voor gestreden heeft is dat iedereen toegang krijgt tot een begrijpelijke vertaling van de Bijbel. Een motto van de reformatie was het ‘priesterschap van alle gelovigen’.

  • Er zijn twee sacramenten: doop en avondmaal. Met het woord sacrament wordt uitgedrukt dat in een weliswaar menselijk ritueel, er onder ons mensen iets goddelijks present wordt gesteld.
  • In de doop is dat de aanvaarding van mensen door God, ondanks de fouten die men maakt. Dat betekent dus niet dat als een kindje sterft zonder gedoopt te zijn, het niet bij God kan zijn. Integendeel! De doop drukt juist uit dat God er altijd voor iedereen is, en dat het goed is om dat goddelijke beleid te erkennen en te aanvaarden. De doop is uniek en éénmalig.
  • Het heilig Avondmaal, of de Maaltijd van onze Heer, is de protestantse pendant van de RK eucharistie. Protestanten geloven niet dat het brood feitelijk het lichaam van Christus wordt, maar zij geloven dat het offer van Christus aan het kruis ons mensen van binnenuit verandert. Als Christus zichzelf aan ons uitdeelt, en wij Hem mogen aannemen en tot ons nemen, worden wij zelf ook opgeroepen om uit te delen. Zo worden wij gered; bijvoorbeeld van ons egocentrisme.
  • Er zijn drie ambten: predikant (dominee), ouderling en diaken. Het beeld van een zure of zuinige ambtsdrager is maar een karikatuur. Iedere ambtsdrager draagt met zijn of haar eigen invulling van dat ambt bij aan de beeldvorming.
  • Er zijn vier feesten.
    Protestanten delen de meeste kerkelijke feesten met de andere stromingen in het christendom.
  • Kerst: de geboorte van Jezus Christus. Dit is een feest van blijdschap om de komst van de Redder van Godswege in de duisternis van een mensheid die veel ellende kent. De macht van God is zichtbaar in een kwetsbaar en bedreigd kindje. Kerst is het bekendste christelijke feest.
  • Pasen: de opstanding van Jezus Christus. Jezus wordt na drie dagen uit de dood opgewekt. Jezus was in het graf neergelegd nadat hij de kruisdood is gestorven. Het ons in-herinnering-brengen van zijn lijden gebeurt in de 40-dagen-tijd. Het getal 40 doet denken aan de 40 jaren waarin het uit Egypte ontsnapte slavenvolk Israël door de woestijn trok: de Exodus. Pasen is net zo na de duisternis, een feest van grote blijdschap. Pasen is het belangrijkste christelijke feest.
  • Hemelvaart: na zijn opstanding verschijnt Jezus Christus een aantal keer aan zijn leerlingen. Daarna gaat hij naar zijn Vader in de hemel.
  • Pinksteren: als Jezus in de hemel is belooft hij de heilige Geest aan zijn volgelingen die op aarde zijn. Met Pinksteren komt de heilige Geest.

Karakteristiek van protestantse kerken

Protestantse kerken zijn sober qua inrichting. Zo is er ruimte voor concentratie op God. Contact van de mensen onder elkaar, het gemeente-zijn, is ook belangrijk. Net als de vraag hoe een ieder het geloof in zijn/haar leven vormgeeft.

De kerkdiensten zijn eenvoudig. Het lezen uit de Bijbel, de preek en het zingen van de gemeente zelf, zijn belangrijk. De kerkstructuur is democratisch.

De Geest die uit de Bijbel spreekt, en het begrip van de bedoeling van het woord van God zijn belangrijker dan de ‘letter van de wet’. In protestantse kerken mogen predikanten getrouwd zijn, meestal ook vrouwen predikant zijn, en kan een homohuwelijk vaak ingezegend worden.

Karakteristiek voor het protestantisme is ook de aandacht voor wetenschappelijk onderzoek naar de Bijbel in de grondtalen, en de aandacht voor de contextuele uitleg daarvan. Discussies worden niet geschuwd; van mening verschillen is prima.

Protestanten kennen veel geloofsbelijdenissen. We delen klassieke geloofsbelijdenissen met het hele christendom. Daarnaast maakte men mooie geloofsbelijdenissen in spannende tijden. Ieder mens kan een eigen geloofsbelijdenis maken. Dat helpt je om trouw te blijven aan God in de soms moeilijke praktijk van het eigen leven.

Het symbool bovenaan is het Hugenotenkruis. Waarschijnlijk is het in 1688 ontworpen. Eerst werd dit alleen gebruikt door (gevluchte) Franse hugenoten. Sinds de negentiende eeuw geldt het als algemeen protestants symbool.

Wat is de Bijbel?

Wat is de Bijbel?
Wat is de Bijbel?

Wat is de Bijbel?

De Bijbel is het heilige boek van het christendom. Deels is het ook het heilige boek van het jodendom. Heilig is: bijzonder en beschermd.

Er zijn drie ‘religies van het boek’: Jodendom, Christendom en Islam. Andere religies kennen ook heilige geschriften, zoals de Bhagavad Gita in het Hindoeïsme. Maar dat boek heeft een andere functie binnen de eigen religie.

De Koran is het heilige boek van de moslims: de status van de Koran is in de Islam veel hoger dan die van de Bijbel in het Christendom. In vergelijking: in het Christendom staat Jezus Christus zelf zo centraal.

In de Bijbel staan o.a. verhalen, gedichten, wijsheidsliteratuur, profetieën en visioenen. Is wat in de Bijbel staat echt waar? Christenen zoeken en vinden waarheid in de Bijbel, maar vaak geen letterlijke waarheid. Wel een morele waarheid of een psychologische of emotionele, een poëtische; een godsdienstige waarheid.

De Bijbel geldt als Gods woord, maar is niet ‘onaanraakbaar’. Over wat er in de Bijbel staat mag rustig gediscussieerd worden. Wat daarin fascineert zijn motieven die in het leven van mensen van alle tijden steeds terugkomen. Zoals de roep om bevrijding, rechtvaardigheid, schuld en boete, liefde, goedheid en vergeving.

Inhoud

In de Bijbel staan met name verhalen over God met Zijn mensen: enerverende geschiedenissen vol ups en downs. Een centraal motief is de bevrijding van het Joodse volk dat in Egypte in slavernij gevangen was: de exodus. Daarna trekt het volk onder leiding van Mozes veertig jaar door de woestijn. Als dit volk Israël uiteindelijk in het ‘beloofde land’ zelf een eigen samenleving moet opbouwen, wordt dat een geschiedenis van steeds proberen om het eerlijk en goed te doen, en van mislukken. De profeten treden dan op om te protesteren tegen onrecht in de samenleving.

Jezus wordt later in die samenleving geboren. Die kent dan al een uitgekristalliseerde religie, vooral gebaseerd op de herinnering aan de exodus. Jezus probeert zijn religie te hervormen door naar de oorspronkelijke betekenis te wijzen. Bijvoorbeeld: “de sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat” (Marcus 2:23-28).

Kennis over de Bijbel

Het woord Bijbel is afgeleid van het Griekse woord biblia. Dat betekent ‘boeken’.
De Bijbel bestaat eigenlijk uit 66 losse boeken waarvan er 39 samen het Oude of Eerste Testament vormen, en 27 het Nieuwe Testament.
Deze boeken vormen samen de officiële inhoud: de canon. Daarnaast zijn er boeken die ooit wel (of bijna), maar later niet meer tot de Bijbel gerekend werden: de deuterocanonieke boeken.

Het Oude of Eerste Testament is de Joodse Bijbel, ook Tenach genoemd. Ze zijn in het Hebreeuws geschreven. De eerste vijf boeken daarvan zijn de Tora: de vijf boeken van Mozes.

Het allereerste boek is Genesis en begint met de schepping. In dit Eerste Testament gaat het over identiteit-vormende verhalen van het Israël van vóór onze jaartelling.

Het Nieuwe Testament is later in het oud-Grieks geschreven. Daarin gaat het in vier evangeliën het over het leven, de leer, de kruisdood en de opstanding van Jezus. Verder in o.a. de brieven van Paulus, over de vroegste gemeenten die ‘de weg’ van Jezus willen volgen.

Om de Bijbel voor iedereen toegankelijk te maken worden er steeds nieuwe vertalingen gemaakt. Dat is omdat onze eigen leefwereld en taal veranderen. Maar ook omdat het begrip van de wereld en de context waarin de Bijbel geschreven is, nog toeneemt. Bijbelwetenschap aan de universiteiten is belangrijk voor kerken, want de tekst van de Bijbel ligt niet voor 100% vast en ‘de’ vertaling bestaat niet. Dat is goed!

Het Christendom is, net als het Jodendom, juist als religie van ‘het boek’, vooral ook een religie van ‘de weg’. We lezen in de Bijbel precies dat een oprechte levenswandel van de mensen en gaandeweg hun aanvaarden van Gods genade uiteindelijk het belangrijkste is. Als iemand leeft vanuit een groot geloof in God, zegt men wel dat hij of zij aan de Bijbel bij wijze van spreken een persoonlijk derde testament toevoegt. De Bijbel is tenslotte het boek van het levende Woord.

Verder lezen:

‘Nieuwe Bijbelvertaling’ (2004) of de ‘Bijbel in Gewone Taal’ (2014) via www.royaljongbloed.nl
Zie op deze website bijvoorbeeld ook het kunstboek: ‘Waar was jij?’ (2015) van Henk Pietersma over het lijdensverhaal van Jezus.
‘Bijbel voor beginners: 100 en enige eyeopeners en misverstanden over de bijbel’ (2012) van Mirjam Elbers en Ad van Nieuwpoort, www.uitgeverijvangennep.nl
‘De Bijbel Literair – opbouw en gedachtegang van de Bijbelse geschriften en hun onderlinge relaties’ (2003) red. Jan Fokkelman en Wim Weren. Een zeer volledig naslagwerk (767 p). www.uitgeverijmeinema.nl

Bovenaan ziet u een opengeslagen Bijbel. Dat beeld staat symbool voor de bereidheid om naar Gods Woord te luisteren.
Vaak ligt er een opengeslagen Bijbel op de preekstoel van een kerk: de Kanselbijbel.

Godsdienstkritiek en -vrijheid

Godsdienstkritiek en godsdienstvrijheid
Godsdienstkritiek en godsdienstvrijheid

Godsdienstkritiek en -vrijheid

Inleiding

In de afgelopen jaren – we schrijven nu 2015 – dringen zich de verschrikkingen van religieus geweld weer aan ons op. In onze dagen horen we van extreem gewelddadige organisaties die zich islamitisch noemen: Al Qaida, Boko Haram, Islamitische Staat.

Als we in de geschiedenis kijken, zien we dat er vergelijkbare vormen van geweld in naam van het Christendom waren. Monotheïstische godsdiensten blijken gevoelig te zijn voor fundamentalisme en radicalisering. Maar ook religies die een heel andere kijk op het leven hebben, zoals het Hindoeïsme, kennen gewelddadige uitbarstingen.

Al millennia lang is religieus gemotiveerd geweld eerder regel dan uitzondering. Maar zeker niet ieder geweld dat in naam van een religie plaatsvindt, is door die religie zelf gelegitimeerd. En binnen een religie zijn vreedzame perioden eerder regel dan uitzondering. Net als vredige gelovigen.
Gewelddadigheid is overigens niet het enige bezwaar tegen religies.

Godsdienstkritiek

‘Godsdienst verhindert dat mensen zelf denken’. Dat is de kern van één vorm van kritiek op godsdiensten. Dat niet-denken is dan, meestal met een beroep op een godheid, afgedwongen door dominante opvattingen in een samenleving; – al dan niet ingegeven door een groep mensen met specifieke belangen. Omdat er niet nagedacht wordt, zijn mensen overgeleverd aan kritiekloos volgen in daden en ideeën die schadelijk zijn.

Opmerkelijk genoeg vinden we deze vorm van kritiek ook al in de Bijbel. Het Oude of Eerste Testament ontstaat in een tijd waarin ieder volk en ieder land veel goden kende. De God van de bevrijding van het slavenvolk Israël zegt over die andere goden dat ze in feite machteloos zijn (zie Exodus 18:10-11).

In Psalm 115 bijvoorbeeld staat ongezouten kritiek op deze goden:

“Hun goden zijn van zilver en goud,
gemaakt door mensenhanden.
Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken,
ze hebben ogen, maar kunnen niet zien,
ze hebben oren, maar kunnen niet horen,
ze hebben een neus, maar kunnen niet ruiken.
Hun handen kunnen niet tasten,
hun voeten kunnen niet lopen,
geen geluid komt uit hun keel.
Zoals zij, zo worden ook hun makers,
en ieder die op hen vertrouwt.”

Godsdienstkritiek is niet noodzakelijk hetzelfde als atheïsme. Atheïsme associëren we vaak met het marxistische verwijt dat godsdienst ‘opium van het volk’ is. De betekenis daarvan is: mensen draaien zich een rad voor ogen met een illusie, terwijl de werkelijke oorzaken van hun lijden niet aangepakt kunnen en mogen worden. In dezelfde lijn ligt de kritiek dat religies bestaande ongelijke verhoudingen, zoals tussen mannen en vrouwen of armen en rijken, bestendigen. De indruk is dat ‘God’ machtigen foute macht geeft.

Gewelddadigheid, onmondigheid bevorderend, onrecht toedekkend, illusoir zijn: deze kritiek op godsdiensten geeft voor kerk en theologie aanleiding om ernstig te zoeken naar manieren van geloven die deze valkuilen vermijden. Tegelijkertijd zien zij een taak in het ‘ontmaskeren van de afgoden van nu’, zoals het economisme.

Godsdienstvrijheid

In de eeuwen Europese geschiedenis van na de Reformatie werd duidelijk hoe problematisch de combinatie van wereldlijke en kerkelijke macht was. Rivaliteit tussen de Rooms-katholieke kerk en protestanten leidde tot grote vervolgingen en mondden uit in bloedige godsdienstoorlogen.

Dat Europese geweld maakte de vraag naar godsdienstvrijheid en gewetensvrijheid urgent. Belangrijke filosofen, zoals Spinoza en Erasmus, geven dan richting aan het denken daarover. Tegenwoordig is godsdienstvrijheid één van de rechten van de mens. Het formuleren van de rechten van de mens op zich, wordt trouwens beschouwd als typerend voor een verlichte joods-christelijke cultuur.

Tolerantie

Denken over godsdienstvrijheid impliceert dat er ook keuzes moeten worden gemaakt in het denken over de verhouding van kerk en staat. Dat betekent o.a. dat godsdiensten object van bestuur worden. In het moderne Europa is er een Frans model: ‘in het openbaar mogen geen verwijzingen naar religie zichtbaar zijn’, en een Angelsaksisch model: ‘alle religies krijgen evenveel recht om zich in het openbaar te tonen’. Dat is overigens niet de intentie waarmee de eerste regelingen opgesteld werden. Toen was belangrijk dat gelovigen en kerken tegen de staat beschermd werden. Opmerkelijk is ook dat in Spinoza’s denken de kern van ‘vrijheid en tolerantie’ niet draait om de godsdienstvrijheid, maar om de vrijheid van het individu. Die gedachte is o.a. door de Deense theoloog Kierkegaard weer aan de kerken teruggeven.

Het portret bovenaan is van Desiderius Erasmus (ca. 1530): voorstander van tolerantie. Dit recent ontdekte schilderij (particulier bezit) komt uit de school van de schilder Hans Holbein de Jonge, of is door hemzelf geschilderd.

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Visie- en Beleidsplan 2020-2025

Website Bethlehemkerk Anderlecht

Facebookpagina PKB


Copyright 2020 Protestantse Kerk Brussel / Privacybeleid