Plaatselijk reglement

Plaatselijk reglement, zoals vastgesteld in de gemeentevergadering van 25 november 1994 en nadien gewijzigd door verschillende Gemeentevergaderingen, laatstelijk op 8 april 2018

 
Preambule
Hoofdstuk I – De gemeente – art. 1-2
Hoofdstuk II – De leden der gemeente – art. 3-12
Hoofdstuk III – De gemeentevergadering – art. 13-20
Hoofdstuk IV – De Kerkenraad – art. 21-28
Hoofdstuk V – Verkiezing van kerkenraadsleden – art. 29-37
Hoofdstuk VI – Kerkenraadsvergaderingen – art. 38-55
Hoofdstuk VII – De Pastorale Raad en de wijkteams – art. 56
Hoofdstuk VIII – De Diaconale Diaconaat – art. 57
Hoofdstuk IX – De Raden van Bestuur en het Dagelijks Bestuur – art. 58-65
Hoofdstuk X – Het Kerkelijk Bureau – art. 66
Hoofdstuk XI – Vermogensrechtelijke positie der leden en ontbinding van de vereniging – art. 67-68
Hoofdstuk XII – Slotbepalingen – art. 69-72

Protestantse Kerk Brussel
Nieuwe Graanmarkt 8
1000 Brussel
Tel. 02- 512 03 67
info@protestantsekerkbrussel.be
www.protestantsekerkbrussel.be

PREAMBULE

De “Protestantse Kerk Brussel” (voorheen genoemd Protestantse Gemeente “Samen op Weg”) te Brussel is tot stand gekomen op 1 januari 1995. Zij is een samenvoeging van de gemeenten van de Graanmarktkerk en de Guido de Brèskerk, beide behorend tot de Verenigde Protestantse Kerk in België, die daarbij formeel in stand blijven, doch samen als één gemeente functioneren.

De gemeente van de Graanmarktkerk werd gesticht in augustus 1838 en erkend als “NEHK” bij Koninklijk Besluit van 14 juni 1854, verschenen in het Staatsblad nr. 169, voor het grondgebied Brussel, later gewijzigd in de grondgebiedomschrijving van Brussel eerste district, met als predikantswedde een eerste predikant en een tweede predikant.

De gemeente van de Guido de Brèskerk werd gesticht op 23 december 1894 en erkend als “Kerk van Tervuren” bij Koninklijk Besluit van 31 december 1980, verschenen in het Staatsblad nr. 47, voor het grondgebied Wezembeek-Oppem, Tervuren en Overijse, met als predikantswedde een eerste predikant.

In het hierna volgend gedeelte van dit onderhavig reglement wordt verstaan onder:

Gemeente:

De Protestantse Kerk Brussel, behorend tot de Verenigde Protestantse Kerk in België, bestaande uit twee oorspronkelijke gemeenten: de Graanmarktkerk (GMK) en de Guido de Brèskerk (GdB) die tezamen een feitelijke vereniging vormen.

Burgerlijke Overheid:

De burgerlijke gemeenten op wiens grondgebied de oorspronkelijke gemeenten hun administratieve erkenning hebben, zijnde: stad Brussel (GMK) en Wezembeek-Oppem, Tervuren, Overijse (GdB).

Kerkenraad:

De dagelijkse leiding van de gemeente is opgedragen aan de Kerkenraad, die bestaat uit predikant(en), ouderlingen en diakenen.

Raden van Bestuur (RvB):

De Raden van Bestuur zijn van rechtswege ingesteld voor respectievelijk de “Nederlandse Evangelische Hervormde Kerk” (GMK), met als grondgebied de Stad Brussel (Brussel Hoofdstedelijk Gewest) en de “Kerk van Tervuren” (GdB), met als grondgebied de burgerlijke gemeenten Wezembeek-Oppem, Tervuren en Overijse (Vlaams Gewest). Deze Raden (“kerkfabrieken”) vertegenwoordigen hun kerken naar de burgerlijke overheid toe.

Dagelijks Bestuur (DB):

Voor het beheer van het gemeenschappelijk patrimonium en de gemeenschappelijke kerkfinanciën benoemen de Raden van Bestuur ten minste vier leden in het Dagelijks Bestuur.

Onder voorbehoud van instemming met die benoemingen door de Kerkenraad vormt het Dagelijks Bestuur het orgaan door de Kerkenraad belast met het beheer van de materiële zaken van de gemeente.

Raad van Diaconaat, Raad van Pastoraat:

De Raad van Diaconaat en de Raad van Pastoraat zijn door de Kerkenraad ingesteld voor de uitvoering van zijn beleid in specifieke domeinen.

Gemeentevergadering:

De vergadering van de leden van de gemeente.

De kerk:

Het gebouw gelegen aan de Nieuwe Graanmarkt 8 te Brussel, waar zich o.a. de ruimte voor de eredienst en het Kerkelijk Bureau bevinden.

Een tweede ruimte voor de eredienst bevindt zich in Overijse, te weten in de kapel Zavelenborre aldaar.

Moderamen:

College bestaande uit predikant(en), ten minste twee door de Kerkenraad aangewezen kerkenraadsleden en een vertegenwoordiger van het DB die zijn belast met de voorbereiding en uitvoering van de besluiten van de Kerkenraad (art. 38).

Kerkbrief:

Het onder verantwoording van de Kerkenraad uitgegeven periodiek voor de leden van de gemeente.

HOOFDSTUK I       DE GEMEENTE

Artikel 1

De gemeente ‘Protestantse Kerk Brussel’ is een vereniging van de plaatselijke gemeenten (GdB en GMK) van de Verenigde Protestantse Kerk in België en ressorteert onder de districtsvergadering Antwerpen-Brabant-Limburg, zij het met een eigen doel en een eigen vermogen.

Zij onderwerpt zich aan de Constitutie en de Kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk in België, waarvan het onderhavige reglement een nadere precisering en de uitdrukking van eigen tradities van de betreffende gemeenten is.

Artikel 2

Met de  Verenigde Protestantse Kerk in België belijdt zij: 1. De  Verenigde Protestantse Kerk in België heeft als roeping God te verheerlijken en haar hoofd Jezus Christus te belijden als Heer en Redder van de Wereld. ‘Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’ (Joh. 3: 16).

  1. ln de gemeenschap van de Algemene Kerk erkent zij erfgename te zijn van hen die hun geloof beleden hebben in de Oecumenische Belijdenissen: de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel en de Geloofsbelijdenis van Athanasius.

Met eerbied wil zij noemen de Belijdenisgeschriften uit de Reformatorische tijd en de andere geloofsbelijdenissen  zoals die genoemd zijn in de Constitutie der  Verenigde Protestantse Kerk in België.

Zij roept haar leden op in deze tijd het geloof te belijden, zich plaatsend onder het gezag van de Heilige Schrift, die zij door de Heilige Geest ontvangt als Woord van God, hoogste maatstaf voor geloof en leven.

HOOFDSTUK II      DE LEDEN DER GEMEENTE

Artikel 3

De leden van de gemeente worden onderscheiden naar:

  1. belijdende leden;
  2. doopleden, dat wil zeggen leden die het Sacrament van de Heilige Doop hebben ontvangen;
  3. belangstellenden, d.w.z. personen die aan de eredienst of aan andere kerkelijke activiteiten deelnemen of erbij betrokken zijn, zonder als belijdend lid of dooplid geregistreerd te zijn.

Artikel 4

Belijdende leden zijn zij die openbare geloofsbelijdenis hebben afgelegd.

Artikel 5

Wie nog niet gedoopt werd zal na afgelegde geloofsbelijdenis gedoopt worden en vervolgens als belijdend lid worden aangenomen.

Artikel 6

Wie reeds dooplid is van een christelijke kerk kan door het indienen van een doopbewijs, en goedkeuring daarvan door de Kerkenraad, als dooplid worden ingeschreven.

Wie reeds belijdend lid is van een christelijke kerk waarmee de Verenigde Protestantse Kerk in België verwant is, kan door het indienen van een attestatie, bewijs van lidmaatschap, of een ander bewijs en goedkeuring daarvan door de Kerkenraad, als belijdend lid worden ingeschreven.

In geval van twijfel over een verwantschap wordt de aanvraag door de Kerkenraad beoordeeld.

Artikel 7

De Kerkenraad stelt de lijst der stemgerechtigde leden op.

Artikel 8

Belijdende leden zijn automatisch stemgerechtigd nadat zij minstens drie maanden als lid van de gemeente zijn ingeschreven.

Artikel 9

Doopleden zijn stemgerechtigd bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.

Artikel 10

Stemgerechtigde doopleden kunnen lid zijn van de bestuursraden en andere organen van de kerk. De verkiezing tot lid van de Kerkenraad is voorbehouden aan belijdende leden.

Artikel 11

Belangstellenden conform Artikel 3.c kunnen door een besluit van de kerkenraad stemrecht verwerven. Zij kunnen ook lid worden van de bestuursraden en andere organen van de kerk.

Artikel 12

Wanneer een gemeentelid vertrekt,  kan zij/hij aan de Kerkenraad een verklaring van kerkelijk lidmaatschap aanvragen om bij haar/zijn nieuwe gemeente in te leveren.

De hoedanigheid van belijdend lid (in volle rechten) blijft van kracht conform de Kerkorde van de  Verenigde Protestantse Kerk in België.

De Kerkenraad geeft een doopbewijs of een verklaring van kerkelijk lidmaatschap af aan ieder lid dat deze documenten aanvraagt.

HOOFDSTUK III       DE GEMEENTEVERGADERING

Artikel 13

De gemeentevergadering is samengesteld uit alle leden (Art. 3). De in artikel 7 bedoelde lijst van stemgerechtigde  leden wordt drie weken voor de gemeentevergadering in de hal van de kerk ter inzage opgehangen. Niet-stemgerechtigde leden hebben een adviserende stem.

Artikel 14

De gemeentevergadering wordt minstens één maal en zo nodig meerdere keren per jaar als zodanig door de Kerkenraad samengeroepen. Zij zal eveneens worden samengeroepen wanneer minstens 7 stemgerechtigde leden daarom schriftelijk verzoeken, tenzij naar het oordeel van de Kerkenraad bijzondere omstandigheden een afwijkende procedure wettigen.

Artikel 15

De datum waarop de gemeentevergadering zal worden gehouden, wordt gedurende drie zondagen die aan de samenkomst voorafgaan, aan de gemeente bekendgemaakt en zo mogelijk in de kerkbrief gepubliceerd. De schriftelijke convocatie, met de agenda, dient ten minste acht dagen tevoren in de hal van de kerk ter inzage opgehangen, tenzij naar het oordeel van de Kerkenraad bijzondere omstandigheden een afwijkende procedure wettigen.

Artikel 16

Voorzitter, moderator en scriba van de Kerkenraad oefenen dezelfde functie uit in de gemeentevergadering.

Artikel 17

De overeenkomstig art. 13 van dit reglement bijeengeroepen gemeentevergadering heeft de volgende bevoegdheden:

  1. zij verkiest de leden van de Kerkenraad en van de Raden van Bestuur;
  2. zij verkiest de predikant(en) van de gemeente overeenkomstig de in de Verenigde Protestantse Kerk in België bestaande richtlijnen;
  3. zij bespreekt het jaarverslag van de Kerkenraad over het gemeenteleven en de activiteiten, alsmede de verslagen van de Raad van Pastoraat, de Raad van Diaconaat, het Dagelijks Bestuur, Raden van Bestuur en eventueel andere door de Kerkenraad ingestelde commissies of werkgroepen;
  4. zij bespreekt alle vragen haar door de Kerkenraad voorgelegd, in ieder geval die vragen over zaken die de gemeente geestelijk en financieel binden;
  5. zij spreekt zich uit over het gevoerde financiële beleid, op basis van het verslag/de verslagen van de door de controlecommissie gecontroleerde jaarstukken die betrekking hebben op de diverse Raden en het Dagelijks Bestuur.

Artikel 18

  1. In de gemeentevergadering worden besluiten steeds na gemeenschappelijk overleg genomen. Een besluit wordt genomen bij een meerderheid van 2/3 van de geldige ter vergadering en van de vooraf schriftelijk uitgebrachte stemmen.
  2. Stemgerechtigden die verhinderd zijn aan de gemeentevergadering deel te nemen, kunnen hun stem vooraf schriftelijk, per brief, uitbrengen.
  3. Een schriftelijk uitgebrachte stem dient voorzien te zijn van naam, adres en handtekening van de stemgerechtigde en een duidelijk voor of tegen de in het stembriefje genoemde voorstellen te bevatten. Het stembriefje dient in een gesloten enveloppe, voor het begin van de gemeentevergadering, bij de Kerkenraad ingeleverd te worden.
  4. Stemgerechtigden die verhinderd zijn aan de gemeentevergadering deel te nemen, kunnen ook aan een ander stemgerechtigd lid een volmacht geven om in voorkomende gevallen namens hen te stemmen. Zij stellen het Kerkelijk Bureau hiervan op de hoogte. Een volmacht telt mee voor het quorum.
  5. Stemming over zaken geschiedt mondeling tenzij een of meer stemgerechtigden verzoeken om schriftelijke stemming.
  6. Stemming over personen geschiedt schriftelijk.
  7. Een besluit kan worden genomen indien ten minste 30 stemgerechtigde leden (het quorum) aanwezig zijn of vooraf schriftelijk hebben gestemd. Alle uitgebrachte stemmen tellen mee voor het quorum.
  8. Wanneer de stemmen staken zal binnen vier weken een nieuwe gemeentevergadering worden uitgeschreven met dezelfde agendapunten als waarover gestemd werd. Besluitvorming vindt dan plaats door eenvoudige meerderheid. Wanneer de stemmen staken, wordt het voorstel verworpen.
  9. Wanneer het quorum niet wordt bereikt zal binnen vier weken een nieuwe gemeentevergadering worden uitgeschreven.

Artikel 19

Iedere wijziging van dit reglement dient te worden aangenomen door een daartoe uitgeschreven gemeentevergadering met een meerderheid van 2/3 van de uitgebrachte geldige stemmen overeenkomstig de bepalingen van artikel 18. De convocatie van deze vergadering, met de voorstellen van wijziging, dient uiterlijk drie zondagen voor de datum van de vergadering ter kennisneming van de stemgerechtigde leden van de gemeente te worden gesteld.

Artikel 20

Indien, met volledige in achtneming van artikel 18, een meerderheid tijdens de gemeentevergadering van oordeel is dat enig besluit alleen kan genomen worden in een vergadering waarin ten minste 2/3 van de gemeenteleden vertegenwoordigd is, aanwezig of schriftelijk, en dit quorum niet is bereikt, dan wordt de besluitvorming over dat (die) agendapunt(en) verlegd naar een nieuwe vergadering, die wordt vastgesteld binnen vier weken na de vergadering in kwestie.

Wordt ook in de tweede vergadering niet het verlangde 2/3 quorum bereikt, dan neemt de vergadering rechtsgeldige besluiten volgens artikel 18.

HOOFDSTUK IV     DE KERKENRAAD

Artikel 21

De gemeente heeft de dagelijkse leiding van de gemeente toevertrouwd aan de Kerkenraad. Deze bestaat uit de predikant(en) en als zodanig gekozen en bevestigde ouderlingen en diakenen.

Artikel 22

De Kerkenraad heeft de volgende taken:

  1. het onderhouden van de dienst van het Woord en van de Sacramenten;
  2. de pastorale zorg voor de leden;
  3. leiding geven aan de opbouw van de gemeente en haar dienst in de wereld, waaronder Wereld-diaconaat en Zending;
  4. al datgene te verrichten, wat naar de Kerkorde van hem gevraagd wordt.

De Kerkenraad legt jaarlijks aan de gemeentevergadering een schriftelijk verslag voor omtrent het kerkelijk leven en het verloop van de diverse activiteiten binnen de gemeente.

Artikel 23

Tot predikanten van de gemeente zijn beroepbaar predikanten en kandidaten voor het predikambt die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 4 van de Constitutie van de Verenigde Protestantse Kerk in België en de daarmee verband houdende bepalingen van de Kerkorde.

Artikel 24

De Kerkenraad vertrouwt de predikant(en) de volgende taken toe:

  1. de prediking/verkondiging van het Evangelie en het bedienen van de Sacramenten van Doop en Avondmaal;
  2. het voorzitterschap/vice-voorzitterschap van de Kerkenraad;
  3. de pastorale zorg voor de gemeente, het bezoeken van gemeenteleden, in het bijzonder van zieken, bejaarden en bedroefden, alsmede van leden die van de Kerk vervreemd (dreigen te) raken;
  4. de zorg voor het catechetisch onderricht, in het bijzonder aan de jongeren van de gemeente;
  5. het bevorderen en stimuleren van het wijk- en groepswerk in de gemeente;
  6. het lidmaatschap van de Raden van Bestuur (respectievelijk Graanmarktkerk-NEHK en Kerk van Tervuren) en van het Dagelijks Bestuur, waar bij deze laatste een jaarlijkse beurtrol wordt gehanteerd indien er meer dan één predikant is;
  7. het lidmaatschap van de Pastorale Raad en de Diaconale Raad, met dien verstande dat voor de laatstgenoemde Raad het lidmaatschap van één predikant kan volstaan;
  8. het deelnemen aan werkzaamheden in Brussel en Tervuren zowel als activiteiten op       bovenplaatselijk en nationaal niveau, en  in oecumenisch verband.

Indien de gemeente bediend wordt door meer dan één predikant zullen de taken van die predikanten door de Kerkenraad worden verdeeld in het kader van een harmonieuze en doeltreffende samenwerking.

Artikel 25

De predikanten zullen slechts na overeenstemming met de Kerkenraad de verantwoordelijkheid aanvaarden voor één of meer taken die geheel of deels buiten de gemeente liggen.

Jaarlijks zal, bij voorkeur in de maand juni, door een door de Kerkenraad aangewezen commissie bestaande uit maximaal vijf leden, onder wie ten minste twee kerkenraadsleden, een evaluatiegesprek met de predikanten worden gehouden – individueel dan wel gezamenlijk –  om na te gaan in hoeverre de activiteiten van het lopende kerkelijk jaar hebben beantwoord aan de verwachtingen van de gemeente en aan die van de predikanten. De commissie rapporteert over dit gesprek aan de Kerkenraad.

Artikel 26

De Kerkenraad bepaalt in overleg met het Dagelijks Bestuur, de aan de predikanten en eventuele andere kerkelijke medewerkers toe te kennen – in de Kerkorde genoemde en eventuele bijkomende – vergoedingen, alsmede het verlof waarop zij recht hebben.

Artikel 27

Een predikantsplaats wordt vacant door:

  1. het vertrek van een predikant;
  2. de pensionering van een predikant;
  3. het overlijden van een predikant.

De Kerkenraad zal, om te komen tot de vervulling van de aldus ontstane vakante predikantsplaats, in overleg met de aan de gemeente toegewezen consulent, handelen overeenkomstig de door de  Verenigde Protestantse Kerk in België ter zake vastgestelde richtlijnen/voorschriften.

Onvrijwillig ontslag van predikanten geschiedt conform de reglementen van de  Verenigde Protestantse Kerk in België.

Artikel 28

De gemeente voegt zich naar hetgeen in de Kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk in België is bepaald over de ambten van dienaar des Woords, ouderling en diaken.

Voor wat betreft de bediening van  de Maaltijd van de Heer in de eredienst en de collecten zullen deze taken bij voorkeur worden uitgevoerd door de diakenen.

De diakenen kunnen voor wat betreft hun taken bij de bediening van  de Maaltijd van de Heer worden bijgestaan door de ouderlingen, de predikanten, en andere gemeenteleden.

HOOFDSTUK V      VERKIEZING VAN KERKENRAADSLEDEN

Artikel 29

  1. Uitgezonderd de predikant(en) worden de leden van de Kerkenraad door een schriftelijke stemming, voor een termijn van vier jaar, uit het midden van de gemeente gekozen en vervolgens benoemd. Zij zijn eenmaal terstond als ambtsdragers voor een termijn van twee jaar herkiesbaar.
  2. Zij die niet terstond herkiesbaar zijn, zijn eerst na afloop van twee jaar na de datum waarop hun ambtstermijn volgens het rooster van aftreden verstreken is, herkiesbaar. De Kerkenraad kan hiervan in bijzondere omstandigheden afwijken.
  3. Een lid van de Kerkenraad dat door bijzondere omstandigheden het ambt niet langer kan vervullen wordt op eigen verzoek eervol uit het ambt ontheven.

Artikel 30

De verkiezing vindt bij voorkeur plaats in de maand mei en wordt gehouden in een bijeenkomst van de gemeentevergadering.

Artikel 31

Om gekozen te kunnen worden dienen kandidaten:

  1. het vertrouwen waard te zijn vanwege hun geloof, hun christelijke oprechtheid, hun ervaring en het inzicht dat zij hebben ten aanzien van het welzijn van de kerk;
  2. belijdende leden te zijn;
  3. regelmatig deel te nemen aan het gemeenteleven.

Artikel 32

  1. De stemgerechtigde leden worden door middel van een mededeling in de kerkbrief en/of afkondiging in een kerkdienst uitgenodigd om zich kandidaat te stellen en/of de namen van andere kandidaten die naar hun mening voor verkiezing in aanmerking komen, bij de Kerkenraad in te dienen.
  2. De Kerkenraad overtuigt zich vooraf van de bereidheid van de voorgedragen en door hemzelf voor te dragen kandidaten, een eventuele benoeming te aanvaarden.

De Kerkenraad zoekt ten minste één kandidaat per openstaande plaats.

  1. De namen van de kandidaten moeten in drie achtereenvolgende kerkdiensten en, indien mogelijk, in de kerkbrief van de gemeente bekend gemaakt worden.
  2. Eventuele bezwaren tegen voorgestelde kandidaten kunnen ten laatste de zondag vóór de verkiezing bij de Kerkenraad worden ingediend. Alleen schriftelijke en ondertekende bezwaren worden onderzocht en beoordeeld.
  3. Indien meer kandidaten beschikbaar zijn voor een vacature wordt die kandidaat benoemd op wie het grootste aantal stemmen is uitgebracht.
  4. In geval van gelijkheid van stemmen, vindt een herstemming plaats. Indien er dan eveneens een gelijkheid van stemmen is beslist het lot.

Artikel 33

De door de Kerkenraad opgestelde lijst der stemgerechtigde leden (conform art. 7) wordt gedurende drie aan de verkiezing voorafgaande zondagen in de hal van de kerk ter inzage opgehangen.

Artikel 34

  1. Op de dag van de verkiezing worden de stemmen uitgebracht aan de hand van stembriefjes waarop de namen van de kandidaten vermeld staan. Per kandidaat wordt een “ja” en “neen” vakje voorzien.
  2. Indien achter de naam van een kandidaat zowel het vakje “ja” als het vakje “neen” is aangekruist, wordt de stem op die kandidaat als ongeldig beschouwd.

Artikel 35

Kandidaten worden verkozen bij absolute meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen.

Artikel 36

De Kerkenraad benoemt op grond van de uitslag van de verkiezingen de verkozen kerkenraadsleden. De nieuw benoemde kerkenraadsleden worden in het midden van de gemeente in hun ambt bevestigd in een kerkdienst, bij voorkeur gedurende de maand juni. Op deze dag eindigt de ambtsperiode van de kerkenraadsleden die aftredend zijn.

Artikel 37

Eventuele bezwaren tegen het verloop van de verkiezing kunnen ten laatste tot twee weken na de verkiezing bij de Kerkenraad ingediend worden. Alleen schriftelijke, gemotiveerde en ondertekende bezwaren worden onderzocht en beoordeeld.

HOOFDSTUK VI     KERKENRAADSVERGADERINGEN

Artikel 38

Indien er meer voltijdse predikanten zijn, zijn zij bij toerbeurt voor een jaar voorzitter van de Kerkenraad. Wanneer de gemeente vacant is kan deze functie in handen van de consulent gelegd worden.

De Kerkenraad kiest uit zijn midden een moderator – die belast wordt met het voorzitten van de kerkenraadsvergaderingen – alsmede een scriba.

De voorzitter, de moderator, de scriba en desgewenst een ander lid van de Kerkenraad vormen het moderamen.

Artikel 39

De Kerkenraad komt minstens één keer per maand in gewone vergadering samen. De kerkenraadsvergaderingen zijn openbaar, met dien verstande dat de voorzitter de openbaarheid kan intrekken voor de bespreking van onderwerpen die naar zijn/haar oordeel geheimhouding vergen. Het moderamen zorgt voor de convocatie van de kerkenraadsleden en de voorzitter van het Dagelijks Bestuur. Ook aan de gemeenteleden wordt tijdig medegedeeld wanneer een kerkenraadsvergadering wordt gehouden. Een buitengewone kerkenraadsvergadering wordt gehouden, wanneer de meerderheid van de kerkenraadsleden daar schriftelijk om verzoekt of het moderamen dit nodig oordeelt. Convocatie voor een buitengewone vergadering gebeurt schriftelijk, omkleed met redenen.

Artikel 40

Bij afwezigheid van de moderator leidt de voorzitter de vergadering. De scriba maakt de notulen van de kerkenraadsvergaderingen. De voorzitter en de scriba tekenen de goedgekeurde notulen en de belangrijke uitgaande stukken.

Artikel 41

Indien een stemming noodzakelijk wordt geacht kan een besluit slechts worden genomen indien ten minste 2/3 van de kerkenraadsleden aanwezig is. Indien dit aantal niet wordt bereikt, zal het agendapunt op de eerstvolgende vergadering opnieuw worden behandeld. Het besluit kan dan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezige kerkenraadsleden.

Artikel 42

De Kerkenraad besluit met 2/3 meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen. Over personen wordt schriftelijk gestemd. Over zaken wordt mondeling gestemd, tenzij 1/3 van het aantal aanwezige leden schriftelijke stemming verlangt. Blanco stemmen tellen niet mee. De moderator duidt twee kerkenraadsleden aan die de stemmen tellen.

Artikel 43

De Kerkenraad regelt de taken van de ouderlingen en diakenen en bepaalt wanneer en op welke wijze zij over het uitvoeren hiervan zullen rapporteren.

Artikel 44

Naar de districtsvergaderingen zullen één predikant en minstens één ander gemeentelid worden afgevaardigd. Bij de samenstelling van de afvaardiging worden onmiddellijk plaatsvervangers aangewezen. De scriba zorgt er voor dat de afgevaardigden in het bezit zijn van credentie brieven.

Artikel 45

Voor de uitvoering van de door de Kerkenraad genomen besluiten, wordt de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en de scriba, overeenkomstig de betreffende bepalingen van de Kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk in België

Artikel 46

De Kerkenraad is verantwoordelijk voor een zorgvuldig beheer van het gemeenschappelijk patrimonium en de andere stoffelijke aangelegenheden van de gemeente. Hij vertrouwt deze taak toe aan de Raden van Bestuur en het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur zal over de jaarrekening en de begroting van de gemeente alsmede over eventuele bijkomende financiële deelnemingen rapport uitbrengen en dit, na goedkeuring door de Kerkenraad, conform het bepaalde in artikel 62, voorleggen aan de gemeentevergadering.

Artikel 47

De Kerkenraad kan Raden van gemeenteleden instellen voor bijzondere werkzaamheden, indien hij dit voor het leven en werken van de gemeente van belang acht.

De Kerkenraad kan zijn leden, alsmede leden van Raden en die van het Dagelijks Bestuur, toestemming verlenen om als lid deel te nemen in een VZW wanneer zulks nuttig is voor en in overeenstemming met de belangen van de gemeente.

Artikel 48

De opdracht van de afzonderlijke Raden als bedoeld in artikel 46 eerste alinea wordt vastgesteld door de Kerkenraad. De Raden werken onder verantwoordelijkheid van de Kerkenraad en brengen verslag uit op de kerkenraadsvergaderingen. Voor zover van toepassing leggen de Raden, commissies en werkgroepen hun financiële rapportage (begroting en afrekening), vergezeld van een advies van het Dagelijks Bestuur, na goedkeuring door de Kerkenraad conform de procedure in artikel 62 aangegeven voor het Dagelijks Bestuur, voor aan de gemeentevergadering.

Artikel 48 bis

  1. Ter ondersteuning van de gemeentezang en ter muzikale begeleiding van liturgische vieringen kan de Kerkenraad een cantorij instellen.
  2. De leden van de cantorij kiezen uit hun midden een bestuur bestaande uit ten minste drie en ten hoogste vijf leden dat voor de cantorij verantwoordelijk is voor zover het om zaken gaat van niet- muzikale aard. De leden van het bestuur worden benoemd voor een periode van vier jaar.
  3. De muzikale leiding van de cantorij en met name ook de keuze van te zingen muziek, berust bij een cantor welke benoemd wordt met inachtneming van de procedure als voorzien in artikel 65.
  4. Het cantorijprogramma wordt vastgesteld na overeenstemming tussen de predikant(en) en de cantor, die daartoe op regelmatige tijden overleg plegen. Voor het overige regelt het bestuur van de cantorij haar zaken volgens een door de meerderheid van haar leden aanvaarde en door de Kerkenraad goedgekeurde instructie. In geval van niet-overeenstemming beslist de Kerkenraad.
  5. De cantorij beschikt over een eigen, door het Dagelijks Bestuur na overleg met het bestuur van de cantorij vastgesteld budget dat deel uitmaakt van de gemeentebegroting. Het bestuur van de cantorij legt jegens het Dagelijks Bestuur verantwoording af over de besteding van dat budget.

Artikel 49

Leden van de Raden die geen ambtsdragers zijn, worden, met uitzondering van de leden van de Raden van Bestuur, door de betreffende Raad voorgedragen aan de Kerkenraad.

Artikel 50

De Kerkenraad kan ad-hoc commissies instellen. Hun opdracht wordt door de Kerkenraad omschreven.

Artikel 51

De Kerkenraad kan leden van de gemeente, bijvoorbeeld degenen die een ambt met een bijzondere opdracht uitoefenen, leden van de door hem ingestelde commissies, alsmede de door hem benoemde afgevaardigden naar bepaalde instellingen, organisaties e.d., met adviserende stem op zijn vergaderingen uitnodigen.

Artikel 52

De Kerkenraad kan wijkgemeenten, zoals omschreven in artikel 11 van de Constitutie en de Kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk in België, oprichten of onder zijn hoede nemen.

Artikel 53

De Kerkenraad zal volledige medewerking verlenen aan het leven en werk van het district Antwerpen- Brabant-Limburg waaronder de gemeente ressorteert, alsmede aan de werkzaamheden van de synodevergadering van de  Verenigde Protestantse Kerk in België.

Artikel 54

Alle leden en adviseurs van de Kerkenraad, het Dagelijks Bestuur, de Raden en commissies zijn verplicht tot geheimhouding van alles wat hun bij de uitoefening van hun ambt of werkzaamheden vertrouwelijk ter kennis is gekomen.

Artikel 55

Belangrijke zaken, welke niet specifiek zijn uitgesloten door het kerkelijk reglement van de  Verenigde Protestantse Kerk in België, kan de Kerkenraad aan de gemeentevergadering voorleggen.

HOOFDSTUK VII    DE PASTORALE RAAD EN DE WIJKTEAMS

Artikel 56

De gemeente is geografisch verdeeld in wijken met elk een wijkteam of een wijkverantwoordelijke.   Tezamen vormen zij met de predikant(en) de Pastorale Raad. Zij worden bijgestaan door het Kerkelijk   Bureau. Een wijkteam zendt tenminste één afgevaardigde naar de vergaderingen van de Raad.

De Raad wordt voorgezeten door een ouderling of verantwoordelijke die door de Kerkenraad wordt   aangewezen.

De wijkwerking heeft tot taak de gemeentevorming te bevorderen. De wijkverantwoordelijken zijn het   aanspreekpunt voor de gemeenteleden. Zij zijn in eerste instantie de voelsprieten voor de pastorale en diaconale noden van gemeenteleden in hun wijk en verantwoordelijk voor hun begeleiding. Het wijkteam verwelkomt de nieuw ingekomenen, onderhoudt contacten met gemeenteleden in hun wijk, en organiseert eventuele wijkactiviteiten.

HOOFDSTUK VIII   DE DIACONALE RAAD

Artikel 57

Het diaconale werk van de gemeente wordt opgedragen aan de Diaconale Raad, bestaande uit de diakenen en gecoöpteerde door de Kerkenraad aanvaarde gemeenteleden.

De opdracht van de Raad betreft de leniging van de noden binnen de gemeente zowel als daarbuiten en de bewustmaking van de gemeente van de noodzaak van haar diaconale opdracht. De taak van penningmeester wordt tevens, voor zover mogelijk, door een door de Kerkenraad aangewezen diaken uitgevoerd.

De Raad voert een eigen financieel beleid, met dien verstande dat overleg daarover structureel met het Dagelijks Bestuur en de Kerkenraad zal gebeuren, teneinde een coherent financieel beleid van de kerkgemeenschap te bevorderen.

De Raad beschikt over een eigen bankrekening. Hij betrekt zijn inkomsten uit de diaconale collecten, vrijwillige bijdragen van gemeenteleden, giften, legaten en renten op eigen vermogen.

De Raad komt normaliter éénmaal per maand bijeen. De Kerkenraad kan de taken en bevoegdheden van de Raad nader preciseren als zulks wenselijk wordt geacht.

HOOFDSTUK IX     DE RADEN VAN BESTUUR EN HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 58

Op grond van de erkenningen van de oorspronkelijke gemeenten bij Koninklijk Besluit van 14 juni 1854 en 31 december 1980 zijn van rechtswege twee Raden van Bestuur ingesteld. De mandaatperioden zijn eveneens wettelijk geregeld bij Koninklijke Besluiten van 17 februari 1871 respectievelijk 7 februari 1876 en het Decreet van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten voor wat betreft de Kerk van Tervuren.

Artikel 59

De leden van de Raden van Bestuur worden op voordracht van de Kerkenraad verkozen door de gemeentevergadering met inachtneming van het bepaalde in de in artikel 58 van dit reglement genoemde Besluiten.

Artikel 60

Binnen de gemeente functioneert een Dagelijks Bestuur, bestaande uit leden die tevens zitting hebben in één van de beide Raden van Bestuur. De leden van het Dagelijks Bestuur worden op paritaire basis door de beide Raden van Bestuur benoemd en indien geaccepteerd door de Kerkenraad, door deze aan de gemeente voorgesteld. Het Dagelijks Bestuur regelt zelf de verdeling van de taken onder zijn leden.

Artikel 61

  1. De Raden van Bestuur:

De Raden van Bestuur zijn gehouden:

  1. de gemeente te vertegenwoordigen bij de Burgerlijke Overheid, zulks in het strikte kader van hun opdracht en onder verantwoordelijkheid van de Kerkenraad;
  2. in rechte, in naam van de gemeente te handelen, hetzij als eisende-, hetzij als verdedigende partij;
  3. gelden te ontvangen, betalingen en plaatsingen van fondsen te doen;
  4. de financiële jaarstukken (rekening en begroting) overeenkomstig de wettelijke bepalingen bij de Burgerlijke Overheid in te dienen.
  1. Het Dagelijks Bestuur:

Onverminderd het gestelde in artikel 46 van dit reglement, heeft het Dagelijks Bestuur als opdracht:

  1. het beheer van het gemeenschappelijk patrimonium van de gemeente en de behartiging van haar overige stoffelijke belangen;
  2. met de Diaconale Raad te overleggen over het collecterooster. Dit rooster wordt bekrachtigd door de Kerkenraad. Bij gebrek aan overeenstemming tussen de Diaconale Raad en het Dagelijks Bestuur arbitreert de Kerkenraad.
  3. de leden op doeltreffende wijze op te wekken tot het geven van een jaarlijkse vrijwillige bijdrage voor het werk van de gemeente;
  4. de Kerkenraad met een zekere regelmaat over de financiële gang van zaken in te lichten, verduidelijkingen te geven waar deze gewenst worden geacht, alsmede een oordeel te geven over de financiële toekomstverwachtingen;
  5. de gemeente te vertegenwoordigen bij de kerkelijke organen, zulks in het strikte kader van zijn opdracht en onder verantwoordelijkheid van de Kerkenraad;
  6. gelden te ontvangen, betalingen en plaatsingen van fondsen te doen;
  7. de financiële jaarstukken (rekening en begroting) op te stellen.
  1. Teneinde hun activiteiten op elkaar af te stemmen en doublures te voorkomen, komen de Raden van Bestuur en het Dagelijks Bestuur ten minste eenmaal per jaar bijeen in een plenaire vergadering.

Artikel 62

Ter controle van de diverse raden benoemt de Kerkenraad een onafhankelijke financiële controlecommissie bestaande uit twee leden voor een periode van vier jaar. De leden van deze commissie kunnen niet gelijktijdig lid zijn van de Kerkenraad, het Dagelijks Bestuur of de Diaconale Raad. Zij kunnen wel lid zijn van de Raad van Bestuur van hetzij de Nederlands Evangelisch Hervormde Kerk of de Kerk van Tervuren, of van de Algemene ledenvergadering van de VZW ‘SOW Guido de Brès’, voor zover zij daarin geen uitvoerende of beslissende rol hebben ten aanzien van het dagdagelijks beheer van de kerkfinanciën, zijnde de rekeningen en het financieel beheer waarover zij controle dienen uit te voeren.

De financiële controlecommissie zal na controle van de boeken vóór één april van elk jaar verslag uitbrengen aan de Kerkenraad. Op grond van dit verslag verleent de Kerkenraad decharge aan het Dagelijks Bestuur, de Raden van Bestuur en de Diaconale Raad en legt een overzicht voor aan de gemeentevergadering.

Artikel 63

Kan de Kerkenraad geen decharge verlenen en/of kan er geen overeenstemming bereikt worden over het gevoerde beleid, dan wordt een onderzoekscommissie, bestaande uit drie leden, samengesteld. De Kerkenraad en het Dagelijks Bestuur benoemen elk één lid uit hun midden en duiden samen een onafhankelijke persoon als derde lid aan.

Artikel 64

Het Dagelijks Bestuur bereidt in overleg met de Kerkenraad de benoeming, de schorsing, het ontslag, de salariëring, de vakantieregeling en (eventueel) de pensionering voor van allen die in dienst van de gemeente betaalde ambtelijke of niet-ambtelijke arbeid verrichten.

Het Dagelijks Bestuur regelt de werkzaamheden van deze personen voor zover zij andere dan ambtelijke arbeid verrichten en stelt een instructie voor hen vast. Van deze instructie geeft hij een exemplaar aan de Kerkenraad.

Artikel 65

Het Dagelijks Bestuur kan één of meer personen aantrekken en hen belasten met het onder zijn verantwoordelijkheid uitvoeren van bepaalde taken. Deze personen hebben geen stemrecht.

HOOFDSTUK X      HET KERKELIJK BUREAU

Artikel 66

Het Kerkelijk Bureau beheert in opdracht van de Kerkenraad het kerkelijk archief en draagt er zorg voor dat daarin de belangrijke stukken, de goedgekeurde notulen, de afschriften van uitgegane stukken en de registers worden bewaard. Tevens is het Kerkelijk Bureau belast met het bijhouden van de kerkelijke registers. Het Kerkelijk Bureau staat zowel de predikanten als de Raden en het Dagelijks Bestuur ten dienste en fungeert als centrale ondersteuning voor de gemeenteleden. Het Dagelijks Bestuur staat in voor de goede werking van het Kerkelijk Bureau.

HOOFDSTUK XI       VERMOGENSRECHTELIJKE POSITIE DER LEDEN EN ONTBINDING VAN DE VERENIGING

Artikel 67

Noch leden, noch hun rechtsopvolgers, kunnen in enigerlei opzicht deel hebben in het vermogen of eventuele baten van de vereniging, noch op welke gronden ook, aanspraak maken op teruggave of vergoeding van gedane bijdragen of inbreng.

Artikel 68

De vereniging wordt geacht te zijn ontbonden indien het ledental daalt tot minder dan tien leden of wanneer daartoe door de gemeentevergadering met meer dan 2/3 van de geldige stemmen wordt besloten.

In geval van ontbinding van de vereniging valt het gemeenschappelijk vermogen voor gelijke delen toe aan beide hoger genoemde plaatselijke gemeenten, te weten deze van de Graanmarktkerk en van de Guido de Brèskerk.

HOOFDSTUK XII    SLOTBEPALINGEN

Artikel 69

leder lid van de Kerkenraad en van de Raden van Bestuur ontvangt een afschrift van dit reglement.

Artikel 70

Het reglement ligt ter inzage van de leden. Deze kunnen op verzoek een afschrift ontvangen.

Artikel 71

De Kerkenraad beslist over zaken waarin dit reglement niet voorziet.

Artikel 72

De oorspronkelijke versie van het reglement trad in werking op 1 januari 1995. Op die dag vervielen de vorige gemeentereglementen van de Graanmarktkerk en de Guido de Brèskerk.

Aldus vastgesteld door de Gemeentevergadering van 25 november 1994, nadien gewijzigd door de Gemeentevergaderingen, laatstelijk op 8 april 2018

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Bethlehemkerk in Anderlecht

Geuzenfeest in Horebeke – Korsele