7 november 2012

Dankdag voor Gewas en Arbeid

Een waardevolle traditie

door Rob van Drimmelen

De traditie van een jaarlijkse Dankdag voor Gods ‘segeningen en weldaaden’ ontstond in het Nederlands taalgebied in de 17de eeuw. Er werd vooral gedankt voor de oogst van het veld. Toen de industrialisatie toenam, is de viering veranderd in een Dankdag voor gewas én arbeid. Naast de Dankdag, welke werd vastgesteld op de eerste woensdag van november – dit jaar 7 november – werd ook een Biddag ingesteld, en wel op de tweede woensdag van maart. Omdat in onze contreien het belang van de industriële en agrarische sector in de economie gaandeweg is afgenomen (ten gunste van de dienstensector), ligt de nadruk tijdens de gebeds- en dankdagen tegenwoordig minder op ‘gewas en arbeid’ en meer op economische vraagstukken in het algemeen.

Ik weet nog dat wij vroeger op de Biddag en de Dankdag ‘s avonds naar de kerk gingen. Op de Avondmaalstafel lag, op de Dankdag, dan een keur aan voedingsmiddelen uitgestald; brood, vruchten, groenten, een worst. In sommige delen van Nederland waren op de bid- en dankdagen de winkels gesloten, evenals de bedrijven, de scholen en de gemeentelijke instellingen. In de loop der tijd is die waardevolle traditie verwaterd. Dat is jammer; de moderne mens mag dan wel eens denken dat hij veel in zijn leven zelf onder controle heeft, maar wie ogen heeft om te zien, weet dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn. Op de Dankdag herinneren wij ons eraan dat het niet vanzelfsprekend is wanneer onze arbeid, in de ware zin van het woord, vruchten draagt. Eigenlijk gaat de Dankdag over ons hele leven en hoe wij dat ‘ontvangen’.

Het is eigen aan alle godsdiensten om de vruchten van de aarde en van de menselijke arbeid te zien als een geschenk van de goden. We vinden dit ook terug in het Jodendom. In het boek Genesis wordt verteld hoe Kain een offer van de vruchten van het veld en Abel een offer van de eerstelingen van zijn kudde bracht (Genesis 4). In het latere Jodendom werden twee oogstfeesten gehouden: het Pinksterfeest voor de tarwe en het Loofhuttenfeest voor de wijn en de oogst in het algemeen. Het Joodse volk vierde daarbij hoe het door God gezegend werd.

Zegen
Wat is dat eigenlijk: gezegend zijn? Uiteraard is een zekere mate van welvaart noodzakelijk; het is belangrijk als je je materieel geen zorgen hoeft te maken over de dag van morgen. Voor veel te veel mensen is dit allerminst vanzelfsprekend. Naast welvaart is welzijn echter ook belangrijk. In Bijbelse zin ben je pas echt gezegend als je door je doen en laten anderen tot zegen kan zijn. Gezegend zijn heeft meer te maken met ‘zijn’ dan met ‘hebben’.

Het belangrijkste in het leven ‘verdienen’ we niet, maar het wordt ons om niet geschonken; sola gratia, door genade alleen. Niet het eindeloos toevoegen aan zijn bezit maakt iemand gelukkig: Een mens wordt pas echt rijk door dankbaarheid. Lucas 12 verhaalt daar prachtig over.

Als we de Dankdag vieren als een feest van de dankbaarheid, dan danken we voor alles wat ons leven mooi en de moeite waard maakt. Maar hoe uit zich die dank? Het kan niet alleen maar om een goed gevoel gaan. Met een parafrase op een bekend gezegde zouden we kunnen stellen: ‘dankbaarheid verplicht’. Zoals we tijdens het Avondmaal het ontvangen van Gods goede gaven verbinden met het delen van brood en wijn met elkaar, zo zou een verantwoordelijk gevierde Dankdag moeten uitmonden in het delen van de gaven die wij hebben ontvangen. Delen met degenen die het materieel minder goed hebben dan wij, dichtbij en veraf, en zorgen voor mensen die geestelijk een arm om de schouder nodig hebben. De Dankdag voor Gewas en Arbeid is een hoogst actueel feest en een waardevolle traditie.

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters