4 november 2016

Van de dood overgaan naar het leven

In de eerste brief van de Bijbelauteur, die Johannes genoemd wordt, schrijft deze:

“Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.

Wees niet verbaasd, broeders en zusters, als de wereld u haat. Wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven omdat we elkaar liefhebben. Wie niet liefheeft blijft in de dood. Iedereen die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar, en u weet dat een moordenaar het eeuwige leven niet blijvend in zich heeft. Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.

Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?” (1 Joh. 3: 11-17)

Is deze brievenschrijver dezelfde als de evangelist Johannes? Wel, hij is zeker niet de Johannes van Patmos van Openbaring, maar het is wel mogelijk dat de brievenschrijver en de evangelist dezelfde zijn; al is dat niet zeker. De drie teksten die ‘brieven’ genoemd worden komen in elk geval uit de kring mensen rond de evangelist Johannes. En ze zijn daar ook voor bestemd. U kunt dan denken aan kleine groepen christenen in Klein Azië of Syrië. Vervreemdende gedachte, juist nu er onder deze mensen in deze regio in onze tijd zoveel lijden is.

Voor Johannitische groepen in de vroege kerk is kenmerkend dat zij zich sterk afzetten tegen de hen omringende wereld. Hun ‘modaliteit’ had de neiging om introvert te zijn, zodat hun geloof nogal vergeestelijkte. De brieven van Johannes zijn geschreven door iemand die in diezelfde sfeer schrijft, maar die daar ook kritiek op heeft. Zo is enerzijds de scheiding tussen kerk of gemeente, en de wereld sterk aanwezig.

Zoals: “Wees niet verbaasd, broeders en zusters, als de wereld u haat.” (zie dan ook het evangelie van Johannes 15:18 e.v.) Dezelfde overeenkomst in sfeer geldt ook voor het spirituele karakter van de tekst. Zoals in de daarop volgende zin: “Wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven omdat we elkaar liefhebben.” (1 Joh 3: 14)

Maar de auteur vindt kennelijk dat de gemeente de binding met de alledaagse werkelijkheid te veel verliest. Dat is een tendens die altijd al in het leven van de synagoge en later ook van de kerk gespeeld heeft, en dat nog doet. Die tendens wordt docetisme genoemd. Ook de term gnostiek ligt in de buurt. Vooral in het docetisme wordt het leven en het lijden van Jezus steeds meer geïnterpreteerd als iets dat zich louter op het geestelijke vlak afspeelde. De werkelijkheid, de rauwe lichamelijkheid van het lijden en sterven van Jezus kon men niet rijmen met de verhevenheid van het goddelijke.

De vergeestelijking van het lijden van Jezus gaat dan gepaard met een veronachtzaming van het gewone bestaan van mensen. In sommige docetische theologische teksten wordt er een ‘oplossing’ gezocht voor het sterven van Jezus. Die oplossing houdt in dat God zich van Jezus teruggetrokken heeft op het moment van zijn sterven, omdat dat lijden te banaal zou zijn. Die pijn en die nood paste niet bij hun beeld van de God die ook de kosmos bestuurt. Dat God zich teruggetrokken zou hebben van het fysieke lijden van Jezus, werd dan een uitleg van de tekst

“Mijn God mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” (Mat. 27: 46)

Dat is een uitleg waar ik niks mee kan. Als je doorredeneert, – en dat is vaak genoeg gebeurd -, wordt er in het docetisme zelfs aan getwijfeld of Jezus überhaupt wel een echt mens van vlees en bloed geweest is. De Johannestekst komt tegen deze losmaking van Jezus en zijn lichamelijke bestaan in opstand. De schrijver richt zich uitdrukkelijk tegen de ontkenning van het lichamelijke bestaan van Jezus, die onder Johannitische gelovigen inderdaad voor de hand ligt. Hij stelt het positief:

“De Geest van God herkent u hieraan: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God.” (1 Joh 4:2)

Het ontkennen van Jezus’ lichamelijkheid heeft ook zijn uitwerking op het diaconale bewustzijn van een gemeente. Zo vinden we als pointe in de bovenstaande tekst:

“Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?”

Ds. Anne Kooi

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Taizé-ontmoeting

Taizé-ontmoeting: 11 november in de Museumkerk