3 juli 2014

Rode duivels

rodeduivels

De eerste keren dat ik het hoorde, heb ik er erg aan moeten wennen: dat het nationale voetbalelftal van België door zijn aanhang bewonderend de ‘rode duivels’ genoemd werd. Hoe was dat nu mogelijk? Duivels, dat waren toch de tegenstrevers van God, de veroorzakers en aanjagers van het kwaad in de wereld? En dan ook nog in het rood! In de taal van de Bijbel wordt rood vaak geassocieerd met woede, geweld, zonde… ‘Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol…’ (Jesaja 1) Rode duivels: dat suggereert dan weinig goeds.

Het is dus niet zo verwonderlijk – hoe amusant ook – als een orthodox protestants tijdschrift afkeurend vaststelt dat de kerken in België zich niet erg verzetten tegen de verering van de rode duivels; sterker nog, sommige kerken zijn opengesteld om er samen de wedstrijden van de duivels te kunnen bekijken. In kringen van die orthodoxe protestanten is dat ongehoord.

De mensen van België houden van hun elftal. Bij de uitmonstering van de echte fans horen naast alle kledingstukken in de kleuren van de Belgische vlag ook petten en mutsen met twee hoorntjes en maskers van duivels. Een vast attribuut is verder de ‘drietand’ een vork die blijkbaar aan de duivel wordt toegeschreven – je vindt hem ook in alle aankondigingen van de film ‘The devil wears Prada’ – die tot het beeldmerk, het logo van de rode duivels geworden is.
In kranten worden ze enthousiast ‘onze duivels’ genoemd; het elftal van onder de 21 jaar heet de ‘jonge duivels’, en een televisieserie over het wel en wee van elftal en aanhang heette zelfs ‘Iedereen duivel’.

Wat we hieruit kunnen opmaken is dat het omgaan met de duivel radicaal veranderd is. Er zijn eeuwen geweest, waarin de angst voor de duivel een belangrijk kenmerk van alle christelijke – rooms-katholieke en protestantse – kerken was. Dat gold ook voor Maarten Luther, de grote reformator. Zoals vrijwel al zijn tijdgenoten, werd hij beheerst door angst voor de duivel – en er zijn weinig geschriften, preken en verhandelingen van hem bekend, waarin de duivel niet voorkomt. Een bekend boek van H.A. Obermann over hem heet dan ook: ‘Luther, mens tussen God en duivel’. Uit verhalen en legenden vermoeden we dat het gevecht van Luther tegen de duivel een dagelijkse realiteit voor hem moet zijn geweest. Als hij spot met de macht van de duivel, dan is het een spot die voortkomt uit zijn geloof aan Christus’ overwinning. Van zichzelf had hij weinig reden om met de duivel te spotten.

Pas in de afgelopen decennia is in onze contreien het beeld van de duivel drastisch veranderd. De grote tegenstrever van God is in veel kerken verdwenen uit de verkondiging en uit het pastorale gesprek. Donderpreken over zonde en schuld: ze behoren tot het verleden. Het kwaad in de wereld wordt niet of nauwelijks meer aan de duivel toegeschreven. De duivel is daardoor in de opvatting van velen teruggebracht tot een sprookjesfiguur, waar je om lachen kunt. Het feit dat we een voetbalelftal naar hem vernoemen, betekent dat we afscheid hebben genomen van een ooit breed gedragen geloof waar hij een prominente rol in heeft gespeeld.

In plaats daarvan vinden de mensen van nu zichzelf verantwoordelijk voor wat ze doen en laten. Dat is winst. Toch is het zinvol om als kerk bij tijd en wijle na te denken over het kwaad en over de zonde: dat het soms aanwezig is in mensen en in structuren, en dat het benoemd moet worden om aangepakt te kunnen worden. Dat het kwaad soms mensen en structuren in zijn macht kan krijgen – en dat het kwaad kan overwinnen als je er niet op bedacht bent. Dat was de bedoeling van het spreken over de duivel!

De duivel kan bij ons beter geen overwinningen halen  – tenzij het een rode duivel is.

ds. Douwe Boelens

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Taizé-ontmoeting

Taizé-ontmoeting: 11 november in de Museumkerk