5 april 2019

Pasen als verzoening

Als er iets te zeggen valt over het kruis van Jezus is het, dat het duidelijk maakt hoe hopeloos onze quasi-humane, al-te-menselijke wereld in elkaar zit. Dat Jezus ‘moest lijden’ is de consequentie van maatschappelijke druk waaraan wij mensen altijd maar weer gehoorzamen.
Bijvoorbeeld: als iemand eenmaal tot ‘target’ is gemaakt door dominante krachten in onze kring, is het bijna Godsonmogelijk om je daaraan te onttrekken. Dan pleegt Judas verraad, dan verloochent Petrus, dan betonen de religieuze leiders nederig en genuanceerd – maar fataal! – hun lippendienst, dan wassen de autoriteiten hun handen in onschuld en staan wij allemaal mee te schreeuwen: ‘kruisig hem!’

Het leven van Jezus staat niet los van zijn kruis. Sterker nog: zijn gang van Galilea naar Jeruzalem is in de evangeliën beschreven, als een gang door de geschiedenis die de uitkomst al in zich draagt.
Zijn weg was een geloofspraktijk van dienstbaarheid aan de mensen en van gehoorzaamheid aan God; in Gods ogen een koninklijke weg. Johannes spreekt dan over het kruis als ‘een hoog verheven worden van de Mensenzoon’ (Joh. 3:14). Als we het Avondmaal vieren ligt ook de nadruk op Jezus’ dood (1 Kor. 11:26). Het is de donkere apotheose van de mens die naar Gods maatstaven leeft.

Gods weg loopt in onze wereldwijze ogen immers dood op onze gewelddadigheid en ongeïnteresseerdheid. Het ‘doden’ van Jezus heeft een veel bredere betekenis dan alleen een biologische. Het is een Kaltstellen van wat Jezus representeert in sociale, politieke en maatschappelijke zin.
Het sterven van Jezus én zijn opwekking uit de doden zijn theologisch gesproken twee kanten van dezelfde zaak, namelijk dat God staat op de plaats van de verdrukte, ten dode toe vernederde mens. God ontmaskert aan het kruis ons genoegzame maar wrede zelf-verstaan.

De opstanding van Jezus breekt in, in iedere dominante werkelijkheid.
Over het moment zelf van de opstanding van Jezus zwijgen de evangeliën. De leegte van het graf moeten we niet invullen met quasi-gelovige verklaringen, als zou Jezus bijvoorbeeld een wandelende schijndode zijn. Dan zou je eerder aan een zombie denken. Jezus is ook geen spookachtige gestalte. In het evangelie van Lucas staat: ‘Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geest-verschijning te zien. Maar hij zei tegen hen: Waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? Kijk naar mijn handen en voeten, ik ben het zelf!’ (Luc 24:37-39).

Lichamelijke opstanding betekent dat Jezus echt leeft; niet als geestelijke beweging of als ideologie. Daarmee beschaamt hij de geweldenaars, en verandert hij onze wereld door te laten zien dat de dood als instrument van mensen-onderdrukking geen macht meer over ons heeft. ‘Laat ieder die in deze wereld leeft, leven alsof ze voor hem niet meer van belang is.’ (1 Kor 7:31)

Er is met Pasen geen reden tot triomfalisme. Lichamelijke opstanding betekent ook dat de opgestane dezelfde is als de gekruisigde én dat wijzelf in die constatering met handen en voeten betrokken zijn.
Eenmalig en uniek is de weg geschapen om te ontsnappen aan de noodlottige loop der menselijke dingen. De opstanding van Jezus heeft zijn kruisdood geheiligd én tot een actuele zaak gemaakt: iets dat historisch in onze werkelijkheid ingrijpt, al is ze niet geschiedkundig te achterhalen. Hier laat de God van Jezus Christus, de geheel andere God, zich kennen als God-met-ons. In Zijn licht is ‘goed en kwaad’ te onderscheiden, en wordt een omkeer ten goede voor mensen (collectief of individueel) geschapen. ‘Ga heen en zondig niet meer’ (Joh 5:14). De verzoening van Pasen is een hoopvolle bevestiging van Gods woorden van Schepping, namelijk dat Hij zag dat het goed is.., zeer goed.

ds. Anne Kooi

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Website van de Bethlehemkerk in Anderlecht

18 augustus 2019 – Geuzenfeest in Korsele