26 september 2019

Parabel

Dit jaar was het 450 jaar geleden dat schilder Pieter Bruegel de Oude overleed.
Het is onbekend wanneer hij precies geboren is – waarschijnlijk tussen 1525 en 1530 – maar wat we wel weten is dat hij op 9 september 1569 in Brussel overleden is. Op 12 september jl., drie dagen na de exacte sterfdag, maakten de kerkenraden van de Protestantse Kerk Brussel en van de Bethlehemkerk in Anderlecht een mooie wandeling in de omgeving van Sint-Anna-Pede, waar het ‘Bruegel-kerkje’ staat.

Dat kerkje heet zo, omdat het heel mooi te zien is op een schilderij van Buegel. In latere eeuwen zijn er weliswaar wat ingrepen aan het gebouw geweest, maar toch kun je nog goed zien dat het om dat kerkje gaat.
Het schilderij waarop het kerkje te zien is, heet ‘De parabel van de blinden’.

Het originele schilderij hangt tegenwoordig in een museum in Napels, maar naast het kerkje in Sint-Anna- Pede is een mooie reproductie te zien.
In één oogopslag kun je het kerkje en het schilderij van het kerkje bekijken, ongeveer vanuit dezelfde hoek.

Het is een somber schilderij. We zien op het schilderij een zestal blinde mensen, die elkaar leiden. De eerste van hen is gevallen en in een sloot of in een beek beland; het zou de Pedebeek kunnen zijn. De anderen, die hem volgen, wacht hetzelfde lot.
Je ziet op het schilderij bijna gebeuren hoe ze elkaar de beek in trekken. Er lijkt geen ontkomen aan.

We weten natuurlijk niet waarom Bruegel dit tafereel geschilderd heeft. Duidelijk is wel dat hij deze gebeurtenis aan een Bijbelse passage ontleend heeft. In Matteüs 15 wordt gesproken over een discussie tussen Jezus en geestelijke leiders van zijn tijd. Jezus verwijt hun dat ze de uiterlijke tradities van hun volk belangrijker vinden dan medemenselijkheid en liefde. De leiders van het volk weten zelf niet goed waar het in de wet van God ten diepste om gaat.

“Laat ze toch, die blinde blindengeleiders! Als de ene blinde de andere leidt, vallen ze samen in een kuil.”
In de passage staat niet dat Jezus de uiterlijke tradities van zijn volk wilde afschaffen, maar wel dat hij andere waarden van nog groter belang achtte.
Waarschijnlijk heeft Bruegel bij het schilderen van dit schilderij aan de politieke en geestelijke context van zijn eigen tijd gedacht. Misschien had hij weinig vertrouwen in de autoriteiten, en heeft hij zijn tijdgenoten willen waarschuwen: loop niet te veel achter mensen aan, die zelf ook de weg niet weten.

Hij schilderde het ongeveer een jaar voor zijn dood, in 1568. Misschien bevat het schilderij ook een sombere terugblik op zijn leven: dat hij zichzelf en anderen had leren zien als blinden, die gedoemd waren om elkaar mee te sleuren in hun val. Misschien keek hij terug op zijn leven als op een ziloze kwelling. Het kan eigenlijk niet anders dan dat het schilderij in een sombere periode is ontstaan.

Het is een knap schilderij: de zes blinde personen en de omgeving zijn realistisch uitgebeeld. Men zegt dat oogartsen op grond van de afbeelding nog steeds een diagnose van hun aandoeningen kunnen stellen.
Tegelijkertijd is ook waar dat Bruegel zich in zijn afbeelding waarschijnlijk meer op zijn sombere fantasieën dan op de realiteit baseerde. Zes blinde mannen zouden elkaar niet in een onbekende omgeving het water in getrokken hebben, zoals ze dat ook vandaag niet zouden doen. Zes blinde mannen zouden destijds, net zo goed als nu, alles in het werk stellen om een begaanbare weg te vinden en elkaar tegen ongelukken te beschermen.

Het schilderij toont dus een waarschijnlijk te sombere visie op het leven, maar het kan ons natuurlijk in zijn somberheid wel herinneren aan onze mogelijkheden om hulp te bieden aan mensen in nood.

Want zoals op het schilderij, zo zou het nooit mogen zijn!

ds. Douwe Boelens

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Website van de Bethlehemkerk in Anderlecht

Schrijfactie Amnesty International op zondag 15 december