25 augustus 2016

Opgetekend in het boek van het leven

Karen BlixenMet name door de film “Out of Africa”, een film uit 1985 met in de hoofdrollen Meryl Streep en Robert Redford, is de naam van Karen Blixen ook in onze landen in de aandacht gekomen.
Karen Blixen was een rijke dame uit een aristocratische, Deense familie, die van 1914 tot 1931 als plantagehoudster in Kenia woonde en werkte, en die daar later, in 1937, een boek over schreef: “Den afrikanske Farm”, in het Nederlands vertaald als “Een lied van Afrika”.

In de film die op grond van dit boek gemaakt is, gaat het vooral over de relationele wederwaardigheden van de hoofdpersoon: haar huwelijk met een Deen, hun aankomst in Afrika, de problemen van het huwelijk, het avontuur van en in de relatie met een nieuwe geliefde – en dit alles tegen de betoverend schone achtergrond van Kenia, dat destijds nog een Britse kolonie was.
Daarmee geeft de film niet meer dan een dun sneetje van het geheel. Het boek is namelijk heel anders geschreven: het is een verslag van al wat deze vrouw op haar koffieplantage meegemaakt heeft met de mensen, de dieren en de dingen om haar heen. Ze had een scherp en aandachtig oog voor wat er om haar heen gebeurde en ze heeft geprobeerd om het zo op te schrijven, dat haar lezers in Denemarken een realistisch beeld van Afrika zouden krijgen. Ze deed daarom haar best om zich in te leven in Afrikaanse culturen die zo anders waren dan haar eigen en om helder op te schrijven wat ze ervan begreep.

Het is duidelijk dat ze een kind van haar tijd was: haar denken werd grotendeels bepaald door het kolonialisme van de Britten en de Scandinaviërs in Oost-Afrika. Ze zette daar nauwelijks vraagtekens bij. Wel deed ze haar best om op haar eigen plantage de belangen en de rechten van haar arbeiders te eerbiedigen.

Verder is het kenmerkend voor haar eigen tijd en cultuur, dat ze met grote regelmaat refereert aan Bijbelse verhalen en uitdrukkingen; de wereld van de Bijbel maakte nog geheel deel uit van haar denken.
Zo vertelt ze over een man, Jogona Kanjagga, wiens pleegzoon door een tragisch ongeval om het leven is gekomen. In de verslagen over dat ongeval wordt de naam van de man genoteerd en vervolgens voorgelezen. Deze man kan zelf niet lezen, en hij ondergaat het als een wonder dat zijn naam voortbestaat in de woorden van het verslag:

“Toen ik klaar was met het rapport en nog eens zijn naam las, die als waarmerk onder zijn duimafdruk stond, kwam die rechtstreekse, krachtige blik terug, maar nu dieper en stiller, met een nieuwe waardigheid. Zo moet Adam de Heer hebben aangekeken toen Hij hem formeerde uit het stof en de levensadem in zijn neus blies en de mens tot een levend wezen werd. (…) Toen ik hem het stuk overhandigde, nam hij het eerbiedig en gretig aan, vouwde het in een slip van zijn jas en hield er de hand op. Hij kon en mocht het niet verliezen, want zijn ziel stak erin en het was het bewijs van zijn bestaan.”

Later zou ze vernemen dat Jogona een met kralen geborduurd leren zakje om zijn hals had laten maken, waarin hij het document als zijn kostbaarste bezit met zich meedroeg. Soms vroeg hij haar of ze het hem nog eens voor wilde lezen. Het deed denken aan Openbaring 3, waar gesproken wordt over mensen van wie de namen niet geschrapt zullen worden uit ‘het boek van het leven’, en die gekend zullen zijn door de hemelse Vader.

Karen Blixen had gevoel voor zulke gelijkenissen en schreef ze op.

ds. Douwe Boelens

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Taizé-ontmoeting

Taizé-ontmoeting: 11 november in de Museumkerk