23 februari 2013

Niet te vatten

Hoe lang vieren we nu al de veertigdagentijd en Pasen? Ikzelf vier deze periode waarschijnlijk al mijn leven lang. Daarvan heb ik het zo ongeveer een halve eeuw bewust meegemaakt. Niets in het kerkelijk jaar blijft meer vragen oproepen dan juist deze periode. Er vallen, als het gaat om het belijden van de kerk, ook wel hele belangrijke beslissingen. Vooral rond de opstanding van Christus. Paulus schrijft: ‘Als Christus niet is opgewekt is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos’ (1 Korintiërs 15:14).

Maakt het nu wat uit dat ik, of dat wij allen samen, al zovele keren hebben herdacht dat Jezus gestorven, begraven en weer opgestaan is? Ik hoor de laatste tijd vaak van mensen dat ze eigenlijk helemaal niet meer ´geloven´. Vaak gaat het dan om de fysieke kant van het geloof in de opstanding. En vaak staat dat element als een deel voor het geheel van een geloof waarbij de ‘echtheid’ van het verhaal van Jezus, van God, en de Bijbel ter discussie staat. Tegelijkertijd is het dan een afscheid van een geloof waarbij je het gevoel hebt dat je je in dit leven moet inspannen om al dan niet in de hemel terecht te komen na je dood. Iemand zei: ‘Wat zal het toch erg zijn als je je hele leven daarop hebt gegokt, en dan blijkt het niet waar te zijn.’ Ondanks alle secularisering voelen we kennelijk nog steeds die angst. Misschien verwachten we niet zozeer meer een oordeel, maar kijken we toch naar ons leven alsof het een examen is, met aan het einde een uitslag van ‘voldoende’ of ‘niet voldoende’. Of misschien is het anders. Misschien hebben we onbewust maar onmiskenbaar toch wel ‘iets’ verwacht. Iets als een beloning voor bewezen diensten wanneer het levenseinde daar is. Een mooie kritische uitdrukking daarover die vanuit Amerika is overgewaaid, is: ‘Salvation is not a pie in the sky when you die’ (redding is niet een taart in de hemel als je sterft). Want dat beloningsgeloof is een geloof waar je onherroepelijk uit groeit.

‘Salvation’, redding, is niet los verkrijgbaar. Er is geen opstanding zonder lijden en dood. Wanneer Paulus beschrijft wat de betekenis van de opstanding van Christus is, spreekt hij in termen van alles of niets. Zo schrijft hij ook over de betekenis van de opstanding voor de mensen die bij de beweging rond Christus Jezus betrokken zijn. Bijvoorbeeld in de brief aan de Romeinen (6:4): ‘We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden.’

Dorothee Sölle beschrijft in haar boek ‘De Heenreis’ (blz. 27) dat een wanhoops-ervaring om in of aan dit leven ‘te sterven’, een mens kan laten begrijpen waar geloven echt over gaat. Ze kent die ervaring persoonlijk in de scheiding van haar eerste man. Ze was ontroostbaar en had zelfmoordgedachten. Ze schrijft dan: ‘In deze situatie kwam ik eens op reis door België in een van die laatgotische kathedralen. De uitdrukking ‘bidden’ komt me nu niet juist voor. Ik was één enkele schreeuw. Ik schreeuwde om hulp en zonder hulp kon ik me twee dingen indenken: dat mijn man bij mij zou terugkomen of dat ik zou sterven en dat deze martelgang eindelijk zou ophouden. In die kerk schoot me, verzonken in mijn eigen schreeuwen, een woord uit de bijbel te binnen: ‘Mijn genade is u genoeg’. (…) Ik wist werkelijk niet wat het theologische woord ‘genade’ betekenen kon, als alle werkelijkheid van mijn leven er niets mee te maken had. Maar ‘God ‘ had mij juist die zin ‘gezegd’. (…) Met de grootte van een speldenknop begon ik te accepteren dat mijn man een andere weg ging, zijn eigen weg. Ik was aan het einde gekomen en God had mijn eerste levensontwerp verscheurd. Hij had mij niet getroost als een psycholoog, die mij vertelde dat dit te voorzien was geweest, Hij bood mij niet de gebruikelijke sussende woorden aan. Hij wierp mij met mijn gezicht op de grond. Het was niet eens de dood, die ik mij gewenst had, laat staan het leven. Het was een ander soort dood. Later heb ik gemerkt dat alle mensen die geloven een beetje hinken, zoals Jacob na zijn worsteling met de engel. Zij zijn al eens gestorven. (…) De ervaring van het geloof is even onvervangbaar als de ervaring van de fysieke liefde. Dat de genade werkelijk ‘genoeg’ is om te leven en dat ‘niets’ ons kan scheiden van de liefde van God, ook de eigen dood niet, dat zijn ervaringen die wij navertellen, maar niet van te voren in het plan, de constructie kunnen opnemen.’

Als we in deze tijd toeleven naar Pasen, en we laten bij onszelf toe hoezeer we getekend (kunnen) zijn door verlieservaringen, luisteren we hopelijk met nieuwe oren naar de opstanding van Christus en leren we verstaan hoe onvoorstelbaar krachtig, bemoedigend en vreugdevol dat is!

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Taizé-ontmoeting

Taizé-ontmoeting: 11 november in de Museumkerk