4 oktober 2016

Met de moed der hoop

Minstens eenmaal per jaar komen de Kerkenraad en het Dagelijks Bestuur bijeen om zaken te bespreken die van belang zijn voor de beide bestuursorganen van onze kerk. Hoewel tijdens de laatste gezamenlijke vergadering het onderwerp als zodanig niet op de agenda stond, kwam het gesprek op de toekomst van de Protestantse Kerk Brussel (PKB). Verschillende deelnemers spraken hun zorg uit over de slinkende omvang en de levensvatbaarheid van onze gemeente. De zorg voor de toekomst van onze kerk is begrijpelijk.

Gemeenteleden die al heel lang lid zijn van de PKB en de twee kerken van waaruit onze huidige gemeente is ontstaan, hebben nog meegemaakt dat de stoelen op zondagochtend bijna allemaal bezet waren en dat tijdens hoogtijdagen de gordijnen opzij geschoven moesten worden om meer plaats te maken. Het doet dan pijn om te zien hoe het kerkbezoek terugloopt.

Protestanten in België zijn altijd een kleine minderheid geweest. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon al worden de VPKB kerken inderdaad wel steeds kleiner. Meer dan ooit tevoren zouden we onszelf kunnen zien als ‘vreemdelingen en bijwoners’ (zie bijv. 1 Petrus 2:11 – een Bijbelboek dat uiterst relevant is voor Christenen in een minderheidspositie). Steeds meer belanden we ‘in de marge’ en bestaan we, als het ware, ‘tegen de verdrukking in’. Echter, wij zijn dan wel een kleine, maar we zijn tegelijkertijd ook een hoopvolle minderheid. Wij houden de lofzang gaande en zingen van God ‘in een vreemd land’ (Psalm 137). Onze minderheidspositie – zonder enige politieke macht – geeft ons de kans om, geïnspireerd door de nieuwtestamentische metaforen van ‘zout’, ‘zuurdesem’ en ‘licht’, present te zijn in de wereld om ons heen.

Het is belangrijk niet ‘van de krimp in de kramp’ te schieten. Als we teveel naar de ‘goede oude tijd’ omzien, lopen we het gevaar van zoutend zout te veranderen in zoutpilaren (zoals de vrouw van Lot toen ze omkeek, Gen 19:26).

Uiteraard is het bemoedigend als de kerk goed gevuld is maar uiteindelijk is dat niet het doel van de christelijke gemeente. Groei omwille van de groei is de strategie van een kankercel. Ons geloof hangt niet af van de omvang van de gemeente, maar van de vraag of we op de goede weg zijn. Lofzingen en getuigen staan los van de vraag of dit tot kerkgroei leidt. Getuigen in woorden en daden van de liefde van Christus is goed genoeg in zichzelf. Daarbij kunnen we ons vanuit een vertrouwende en verwachtingsvolle houding af en toe laten verrassen door de Heilige Geest.

Zo een vertrouwensvolle houding moet niet verward worden met passiviteit of naar-binnen-gekeerd-zijn. Het betekent niet dat wij met de armen over elkaar gaan zitten wachten op de werken van de Geest. Een biddende omgang met het Woord is verbonden met het openstaan voor de vragen en noden binnen de gemeente en in de wereld. Wat dat betreft is onze gemeente een echte vindplaats van hoop en vol van mensen die in allerlei kerkelijke en maatschappelijke verbanden de handen uit de mouwen steken en door hun daden tonen dat ze geloven (Jak. 2:18). Het ‘grote verhaal’ dat ons inspireert, wordt dagelijks vertaald naar kleine maar concrete daden, door mensen die zich niet laten ontmoedigen wanneer zich een keer een tegenslag voordoet, en zich laten inspireren door een spiritualiteit die zich verblijdt in kleine stapjes (zie hierover ook de mooie brief die Paus Franciscus in 2013 schreef over “De Vreugde van het Evangelie”).

De PKB heeft, ondanks teruglopend ledental, een belangrijke functie in Brussel. Dankzij ons kerkgebouw hebben andere kerkgenootschappen letterlijk een dak boven hun hoofd. Ook mogen we functioneren als geestelijke pleisterplaats voor mensen die op doortocht zijn in Brussel en hier tijdelijk, voor kortere of langere periode verblijven. Het belang van deze rol moeten we niet onderschatten. Samen met de Bethlehemkerk in Anderlecht en de William Tyndale-Silokerk in Vilvoorde denken we actief na over het opzetten van een missionair initiatief in Brussel en omgeving. Een probleem – de slinkende omvang van de Bethlehem gemeente – wordt zo ook een nieuwe kans.

De PKB als een gelovige presentie in een vaak barre wereld, als een plek waar vertrouwensvol de lofzang gaande wordt gehouden, in woord en daad. De PKB als een polletje gras tussen de harde tegels van de grote stad. Zo gaan wij voort, ‘met een rustig kalme moed’ (Lied 913), met de moed der hoop.

Rob van Drimmelen

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Taizé-ontmoeting

Taizé-ontmoeting: 11 november in de Museumkerk