3 oktober 2017

Lutherdag

De dag waarop Maarten Luther zijn grote symbolische daad stelde, de eerste bekendmaking van zijn 95 stellingen tegen de handel in aflaten, was niet toevallig gekozen. 31 oktober was immers de vooravond van Allerheiligen dat ieder jaar op 1 november gevierd werd en wordt, een belangrijk feest in de Kerk van zijn dagen.

De Kerk kende destijds zeer veel heiligen: te veel om ze allemaal op een aparte dag van het kerkelijk jaar te kunnen vereren. Daarom was men er al vanaf de vierde eeuw mee begonnen om één gedenkdag in te stellen voor alle mensen die voor hun geloof een martelaarsdood waren gestorven; dat werd later de feestdag “van alle heiligen”, ofwel Allerheiligen.
Men geloofde dat de heiligen bij God en bij Christus in de hemel waren, zoals geschreven staat in het boek Openbaring: “een onafzienbare menigte die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam…”

Volgens de rooms-katholieke leer van destijds ging het hier om een bijzonder soort mensen: mensen die een heldhaftig en onbaatzuchtig leven hadden geleid en die in staat waren om bij God ‘voorspraak’ te doen voor de gelovigen, om op die manier de gebeden van de gelovigen om Gods genade te versterken. Op het feest van Allerheiligen speelden die gedachten destijds een grote rol: naast het voorbeeld wat die heiligen betekenden voor de gewone gelovigen, was er de afhankelijkheid die men voelde om via die heiligen genade te vinden bij God.

Een dag later, op 2 november vierde men, zoals ook nu nog gewoonte is in de rooms-katholieke en in de Anglicaanse traditie, “Allerzielen”. Op die dag werden niet alleen alle overleden gelovigen in herinnering geroepen zoals in de protestantse kerken van tegenwoordig op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, maar werd er vooral ook gebeden voor het zielenheil van die overledenen. Er heerste bij veel mensen angst: dat die overledenen op een lange, zware reis of in een vagevuur waren, om pas daarna, gelouterd, door God in zijn hemel te worden ontvangen. Men bad met een benauwd hart voor het lot van hun overledenen en voor zichzelf: dat die reis naar Gods hemel lichter en korter zou mogen zijn. Het spreekt voor zich dat men er veel voor overhad om in hun benauwdheid de heiligen en God voor zich te winnen.

Die tijd ligt gelukkig verder achter ons, en we mogen Luther en de velen die na hem kwamen dankbaar zijn dat ze ons nieuwe en betere inzichten hebben verkondigd over de liefde en genade van Godswege.
Het zou nu tijd kunnen zijn om vanuit de oecumene met rooms-katholieken en protestanten opnieuw naar het onderwerp ‘heiligen’ te kijken. Eigenlijk is het niet slecht om in de kerk de herinnering hoog te houden aan hen, die in hun woorden of in hun daden een belangrijk getuigenis voor de kerk hebben achtergelaten. Die heiligen, dat hoeven dan bepaald niet allemaal geestelijken, kluizenaars, nonnen of kerkbestuurders te zijn geweest; ook andere denkers, kunstenaars, vrije geesten kunnen iets hebben achtergelaten wat ons als medemensen en erfgenamen
verrijkt heeft en nog verrijkt.

Zouden mensen als Johann Sebastian Bach, Rembrandt, Van Gogh, Bonhoeffer en Anne Frank daar ook niet bij horen? En natuurlijk Maarten Luther zelf, de man die het, ondanks alles wat we ook van hem te weten zijn gekomen, verdient om door de kerk in ere te worden gehouden. We hebben er zelfs al een jaarlijkse dag voor beschikbaar: 31 oktober, Lutherdag.

ds. Douwe Boelens

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Taizé-ontmoeting

Taizé-ontmoeting: 11 november in de Museumkerk