23 augustus 2017

Kuddedieren

In de afgelopen maanden hebben we vaak gelezen uit het Evangelie naar Matteüs. Daar wordt onze identiteit als gelovigen gevormd.

Ik kijk nu speciaal maar Matteüs 9, 10 en 11. De verdenking ligt voor de hand om ons ‘kuddegedrag’ te verwijten.
Enerzijds: ja zeker, we zijn ‘sociale dieren’. Maar anderzijds: ons ‘schaapje van Jezus zijn’ betekent juist dat we in Christus een kritische visie op de samenleving krijgen en dat we daarin onze ‘goede plaatsen’ moeten vinden. Voor christenen geldt dat onze identiteit gerelateerd wordt aan het zwakste dier/mens in onze eigen context.

Aan de start van een nieuw seizoen is het goed om ons dat weer eens helder voor ogen te houden.
Wanneer Jezus in Matteüs 10 zijn leerlingen roept is het bijzonder om te horen hoe snel hij de mensen er eerst op uitstuurt. Ze moeten – zoals je dat in moderne termen zou verwoorden – eerst een “exposure” doen in de wereld waarin ze leven.

‘Ga op weg en verkondig: “het Koninkrijk van de hemel is nabij”. Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien. In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verdergaat.
Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren. En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten.’ (Mat. 19:7-14).

Als je met niets op pad wordt gestuurd, ziet jouw eigen vertrouwde wereld er opeens heel anders uit. Dan ervaar je wat mensen ervaren die ‘er NIET bij horen´. Die ervaring hóórt dus bij ons bestaan als gelovige mensen.

‘Wanneer ze jullie vervolgen in de ene stad, vlucht dan naar de volgende’ (Mat. 10:23).

Er is direct een scherp contrast tussen de gebruikelijke gang van zaken van de wereld en het koninkrijk van God. Voor de twaalf gezondenen betekent dat een lijdensweg. Het gaat over gegeseld worden in de synagoge, over gesteld worden voor gouverneurs en koningen, maar ook over vervolgd worden en gedwongen worden om te vluchten (Mat. 10:12 ev.).

Onwillekeurig denken we aan de christenen die in onze tijd vervolgd worden in Syrië en op andere plaatsen in het Midden- en het Verre-Oosten. Het lijden ‘omwille van mijn naam’ (Mat. 10:22) zoals Jezus zegt, rechtvaardigt dat.
Toch gaat het in deze opdracht van Jezus aan zijn leerlingen om een veel bredere groep mensen dan alleen zij die in beeld komen als slachtoffers van christen-vervolging. Het gaat Jezus om allen die ‘vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan.’ (Mat. 11:28). Vanwege de nadruk op de vervolging is er meteen een profetische connotatie. Jezus legt een verbinding met de profeten van Israël. Het is dan ook de heilige Geest die voor de vervolgden zal spreken en voor hen instaat (Mat. 10:20).
De leerlingen zijn van dezelfde ‘soort’ als de mensen die lijden in de wereld. Aan het begin van deze zendingsrede lezen we:

‘Toen Jezus de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.’ (Mat. 9:36).

Als eenvoudige mensen met lege handen de wereld ingestuurd worden, louter om mensen te genezen, roept dat een twee-spalt op die tot óp, en zelfs tot ónder je huid doordringt. ‘Bedenk wel, ik zend jullie als schapen onder de wolven’, zegt Jezus (Mat. 10:16).
Ook onze gemeente vindt haar identiteit in haar leerling-zijn en apostel-zijn van Jezus Christus. Als we Christus’ betekenis voor de mensen van vandaag tot ons door laten dringen, is opkomen voor de zwaksten en de vluchtelingen een evident ‘missionaire’ opdracht. Daarin ligt onze zwakte, maar ook onze kracht.
Uiteindelijk identificeert déze van God gezondene, Jezus zelf, zich radicaal met hen die onderop liggen: ‘Ik was een vreemdeling’ zegt Jezus tenslotte in Matteüs 25 (vs. 35) ‘en jullie namen me op’. De herder van uitgeputte schapen wordt zelf het lam van God.

Ds. Anne Kooi

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Taizé-ontmoeting

Taizé-ontmoeting: 11 november in de Museumkerk