27 augustus 2015

Kroon op de schepping

Als we de prachtige, poëtische vertellingen over de Schepping aan het begin van de Bijbel lezen, horen we daarin iets van de rijkdom die de schrijvers destijds in de verhalen wilden laten doorklinken. Het was hun niet te doen om een kale beschrijving van ‘de natuur’ of ‘het milieu’; ze namen de tijd om alles wat ze om zich heen zagen en hoorden op te sommen volgens de kennis der
natuur en volgens de klassering van hun dagen. Het werd een loflied op de Schepper en op de goedheid van al het geschapene!

De rijkdom van het licht na het duister, van de leefbaarheid na de oervloed, het land gescheiden van de zee.
En dan het jonge groen; zaadvormende planten en bomen die vruchten dragen met zaad erin. De lichten aan het hemelgewelf die schijnen in de nacht, waarvan de mens zich kan bedienen om de seizoenen, jaren en dagen vast te stellen. De twee grote lichten voor de dag en de nacht; de sterren… En dan al die levende wezens: vogels, vissen, alles wat vliegt in de lucht en zwemt in de zee…
En dan nog al die andere dieren: vee, kruipende dieren en wilde dieren… Die hele, overweldigende schoonheid, het komt allemaal voort uit de liefde van God die het geschapen heeft.

“God zag dat het goed was.”

Op die voorlaatste dag in het Scheppingsverhaal, de dag van het vee, de kruipende dieren en de wilde dieren, wordt ook de mens geschapen. Die dag heeft de mens dus niet helemaal voor zich alleen; hij moet zijn geboortedag delen met de landdieren. Het is alsof de schrijvers in Israël aangevoeld hebben dat de mens in zijn wording wellicht meer met deze dieren deelt, dan hun begrip toen kon bevatten.
In het verhaal van Genesis 2 lezen we zelfs dat alle dieren door God aan de mens gegeven worden als gezelschap. De mens mag al die dieren, één voor één, een naam geven en zo met hen in verbinding treden. Vervolgens blijkt dat de mens iemand anders nodig heeft; iemand om mee in een verbinding van mens tot medemens te treden…

Maar in de schepping gaat het dus niet alleen om de mens. Hemel en aarde, sterren en planeten, planten en dieren: ze maken allemaal deel uit van Gods heerlijke schepping. In de poëzie van Israël zijn ze allemaal geroepen om de lof van de Heer te verkondigen.

“Laat alle zeeën, alle landen
Hem prijzen met een blij geluid.
Rivieren klappen in de handen,
de bergen jubelen het uit,”

zo zingt Gods volk met de woorden van Psalm 98. Ook op andere plaatsen in de heilige Schrift krijgen de bergen en de heuvels een stem; dan zijn het de bomen die in hun handen klappen (Jesaja 55), de stenen die ‘hosanna’ zouden roepen (Lucas 19).
Soms hebben mensen gedacht dat de hele schepping om hen draaide: om ‘de mens als kroon van de schepping’.
Die woorden hebben hun oorsprong wellicht in Psalm 8; daar wordt inderdaad gesproken over de mens, “gekroond met glans en glorie”, alsof hij “bijna een god” zou zijn, aan wie de Schepper de regering over de dierenwereld heeft toevertrouwd. Zo klein en nietig als de mens is, mag hij namens God zorg dragen voor Gods goede schepping.

Of de mens de ‘kroon van de schepping’ is, valt nog maar te bezien. Is in de Bijbelse voorstellingswereld niet eerder de Sabbatdag de kroon op de schepping? In ieder geval zou die uitdrukking, als ze over de mens gaat, op een adeldom wijzen dat met verplichtingen gepaard gaat.
Allereerst is de mens zelf een deel van de schepping. Hij is geroepen, niet om de wereld aan zijn egoïstische belangen te onderwerpen en uit te buiten, maar om haar te bewerken en te bewaken (Genesis 2:15): goed op haar te passen en zorg voor haar te dragen. Dat doet hij in het belang van de hele schepping met al haar bewoners – en als zodanig ook in het belang van zichzelf en van de komende generaties.

Als we geloven dat God zich zo om deze wereld bekommerd heeft, dat Hij zijn Zoon gestuurd heeft om haar te redden en dat Hij zijn Geest doet uitgaan om haar te helen – dan moeten ook wij duidelijk onze mening laten horen als de bewoonbaarheid van deze ene wereld zo duidelijk in gevaar is.

ds. Douwe Boelens

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Taizé-ontmoeting

Taizé-ontmoeting: 11 november in de Museumkerk