27 november 2014

Kind ons gegeven

Aan het einde van het boek Ruth wordt een huwelijk gesloten: de Moabitische Ruth wordt dan de vrouw van Boaz, een man uit het volk van Israël. Het verhaal wordt sober en mooi verteld; iedereen die het leest, begrijpt dat er wederzijdse liefde en respect tussen hen heersen, en dat ze beiden handelen vanuit verantwoordelijkheid voor elkaar.
Er wordt een kind geboren, Obed, en later zal dat de grootvader van koning David blijken te zijn.
Ooit was Ruth een berooide, buitenlandse vrouw geweest, maar in de geschiedenis van Israël krijgt ze als overgrootmoeder van David een ereplaats binnen de koninklijke familie.
Als de kleine Obed net geboren is, lezen we dat Noömi, een andere hoofdpersoon in het verhaal, het kind op schoot neemt.
Eigenlijk is er geen enkele biologische verwantschap tussen Noömi en dit kleine kind. Noömi was de schoonmoeder van Ruth en haar overleden echtgenoot was bij leven familie van Boaz. Voor de kleine Obed zal Noömi later een soort grootmoeder geworden zijn, maar de vrouwen in haar omgeving doen er nog een schepje bovenop: ‘Noömi heeft een zoon gekregen’, zeggen die, en ‘Geprezen zij de Heer, die jou vandaag iemand gegeven heeft…’
De kleine Obed is namelijk voor Noömi het antwoord op een verlangen dat ze jarenlang met zich meegedragen had: dat er recht zou worden gedaan aan haar overleden man en haar overleden zoons – en dat er weer een toekomst zou zijn voor haar familie en voor haar volk.
Obed, het kind van Boaz en Ruth, is een geschenk aan Noömi en aan het volk van Israël.

In de tijd van Advent en Kerst staat het geboorteverhaal van Jezus centraal. Als we dat verhaal lezen zoals het in Lukas beschreven staat, zien we ook daar oude mensen met oude verlangens, tegen de achtergrond van de tempel in Jeruzalem.
Heel prominent verschijnen aan het begin van Lukas de priester Zacharias en zijn vrouw Elisabet: een vroom en gelovig echtpaar, kinderloos en op leeftijd. Zij worden in hun ouderdom de ouders van een kind, Johannes. Volgens Lukas begint de geboorte van Jezus met de geboorte van Johannes, die als profeet van de Allerhoogste voor hem uit gaat.
En als Jezus geboren is, volgt er een ontmoeting met opnieuw twee oudere mensen in de tempel van Jeruzalem: Simeon en Anna.
Ook van hen wordt verteld dat ze een oud verlangen met zich meedragen: naar de tijd dat God Israël vertroosting zal schenken, naar de komst van de Messias en naar het licht dat geopenbaard zal worden aan de heidenen.
Al deze mensen worden gezien in en rond de tempel van Jeruzalem; hun leven is een leven van gebed en geloof, van dienstbaarheid en verwachting, een offer aan de God van Israël.

Het is ontroerend om deze oudere mensen te zien, die dit pasgeboren kind omgeven; net zo ontroerend als wanneer grootouders of oudere vrienden een pasgeboren kind in hun armen nemen en zich daaraan laven. De vreugde en de dankbaarheid zijn dan vaak moeilijk in woorden uit te drukken: dit kind is niet hun biologische kind, maar het is ook aan hen gegeven als de vervulling van een lang gekoesterde belofte.
Het kind is voor hen de Blijde Boodschap in de gestalte van een medemens.

Met Kerst vieren we dit grootste geschenk: dat Gods beloften aan ons vervuld zijn in de gestalte van dit mensenkind, en dat we zijn liefde mogen beantwoorden in aandacht en zorg voor allen om ons heen.
Van harte wensen we u allen zeer gezegende Kerstdagen in het teken van het Kind dat ons gegeven is en van de zorg om onze medemensen die aan ons zijn toevertrouwd.

‘In de nacht gekomen
kind dat met geduld
eeuwenoude dromen
eindelijk vervult,
kom in onze dagen,
kom in onze nacht,
kom met uw gestage,
milde overmacht!’
(Uit: Lied 505)

ds. Douwe Boelens

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Taizé-ontmoeting

Taizé-ontmoeting: 11 november in de Museumkerk