21 november 2019

Een passend geschenk

Een oud rijmpje zegt: “Geen groter woord en met meer kracht, dan Micha zes en wel vers acht.”
Blijkbaar hebben vroegere generaties van kerkgangers een essentiële waarheid in dat vers aangetroffen, die als samenvatting kon dienen voor heel veel andere Bijbelse inzichten.
Men zegt dat de Amerikaanse president Jimmy Carter, om zijn intenties uit te drukken, de Bijbel bij deze tekst van Micha liet openslaan toen hij zijn ambtseed aflegde:

“Er is jou, mens, gezegd wat goed is,/ je weet wat de Heer van je wil:/ niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten/ en nederig de weg te gaan van je God.”

Als we die tekst opzoeken in het boek Micha waaruit we in deze Adventsperiode lezen, dan zien we dat het uit een visioen komt. De Heer vraagt in dat visioen wat Hij zijn volk misdaan heeft.

Natuurlijk heeft de Heer zijn volk niets misdaan… Integendeel! In het visioen wordt een aantal gebeurtenissen opgesomd, waarin de Heer zijn volk heeft bijgestaan: de doortocht door de Jordaan vooral, toen Israël het land van de belofte eindelijk mocht binnengaan.
Op zijn lange reis door de woestijn heeft het volk Gods aanwezigheid steeds opnieuw mogen ervaren. Maar waarom leidt Israël dan geen leven in gehoorzaamheid aan de Heer aan wie het volk zijn bestaan te danken heeft?
Er zijn heel veel dingen die het volk Israël niet hoeft te doen.
Ze hoeven Hem volgens het visioen van Micha geen brandoffers en dus geen kostbare, materiële geschenken aan te bieden. Stieren, rammen, olie: het hoeft allemaal niet! Ze moeten Hem ook zeker geen kinderoffers aanbieden – terwijl dat in de godsdienstige cultus rondom Israël waarschijnlijk wel een bestaande praktijk was.
In de tijd van profeten als Micha breekt een revolutionair inzicht door: dat God al die geschenken niet wenst.
In plaats daarvan wordt het volk opgeroepen om God te dienen, door een maatschappij na te streven waar recht heerst, door in trouw aan het verbond te leven en na te streven wat God in het alledaagse leven van zijn volk verlangt.

De eenvoudigste manier waarop we de Heer kunnen dienen, is door onze talenten. Onze talenten stellen ons in staat om vreugde te beleven aan wat we doen, vreugde ook aan onszelf. Onze talenten vragen erom ontdekt, toegepast, verder ontwikkeld te worden: al doende vinden we voldoening in de bezigheden waartoe onze talenten ons geschikt maken.

In zijn liefde voor de mensen heeft God aan ons allen talenten, hoe verschillend ook, gegeven. Voor Hem zijn alle talenten van waarde, wanneer mensen hun talenten opdragen in de dienst aan Hem en aan elkaar. Goed te doen betekent: jezelf met al je talenten opdragen in de dienst aan God en aan je medemens. Het betekent ook: elkaars talenten opmerken en elkaar ondersteunen in de ontwikkeling van die talenten.

Protestantse Solidariteit vraagt ons dit jaar om ter gelegenheid van Advent steun te geven aan jongeren in het Zuiden om hun eigen talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Het studiefonds “Ik help een kind” is een uitstekende manier om dat te doen.

Zouden alle mensen het niet nodig hebben om door anderen gerespecteerd te worden en zo ook zichzelf te leren respecteren? Zou dat niet horen bij de roeping van de Kerk?
Zou het erkennen en het ondersteunen van talenten dus ook geen passend geschenk zijn voor het Kind dat ons geboren is?
Met deze gedachten wens ik u allen een zeer ingetogen Adventstijd en een zeer opgetogen Kerstfeest toe!

ds. Douwe Boelens

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Website van de Bethlehemkerk in Anderlecht

Schrijfactie Amnesty International op zondag 15 december