30 november 2018

Kerstverhaal

Vroeger was ik reisleidster in Marokko. Ik ben daar met veel groepen op reis geweest en ik heb daar goede herinneringen aan. Ik ging met mijn groepen altijd naar de stad Fez.
In de periode van Kerstmis en Nieuwjaar deed ik dan het volgende. We gingen in de straten van Fez wandelen, tot we bij een ‘fonduk’ kwamen, een soort herberg.
Naar de straat stond de poort open. Je zag een binnenplaats met hier en daar wat rommel.
Er zat een oude bewaker die op de ingang paste.

Vroeger kwamen mensen van buiten de stad hun boodschappen doen in Fez, en die konden dan in de ‘fonduk’ overnachten. Beneden konden wat dieren gehouden worden. Er stond een gebouw met trappen aan de zijkanten. Op de eerste verdieping waren kamertjes waar die mensen konden slapen. Tegenwoordig zitten er ateliertjes in die kamertjes, maar vroeger waren dat kamertjes om te overnachten. Een soort ‘bed and breakfast’.

“Zie je daar boven die kamertjes?” vroeg ik dan aan mijn groep, “daar kon je rusten en dan de volgende dag met je boodschappen terugreizen naar waar je vandaan kwam.”

Maar dan vroeg ik aan die oude bewaker om de poort met een klap dicht te smijten. Hij deed dat, en de mensen in de groep begrepen dan helemaal niet wat er aan de hand was.
Maar dan legde ik hun altijd uit: dat het ook in de tijd van Jozef en Maria zo geweest zal zijn… Dat ze bij de ‘fonduk’, de herberg aankwamen en dat de poort al dicht was. Dat er voor hen dus geen plaats meer was in de herberg.
En dan vroeg ik mijn groep om eens te denken aan andere mensen, die ergens niet welkom zijn. Mensen die bij ons terecht gekomen zijn, vreemdelingen. Mensen voor wie we bang zijn. Ook in onze tijd zijn er mensen voor wie er geen plaats is in de herberg.

Clara Goossens

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Hier de webstek van de Bethlehemkerk in Anderlecht

Zondag 9 december na de kerkdienst: Schrijfmarathon Amnesty