29 mei 2018

Jeugddienst 6 mei

Terugblik

Hieronder vindt u de tekst, die de jongeren voorlazen tijdens de jeugdkerkdienst. Dit verhaal is geschreven door Annet Sinnema-Buurman en is gebaseerd op het verhaal van de Samaritaanse vrouw in Johannes 4.

Naar Johannes 4

Ik heb geen naam, maar waar ik woon, dat weet ik wel. Ik kom uit Samaria.
Er zijn mensen die neerkijken op Samaria. Omdat we hier niet in de goede god geloven. Maar ook in Samaria is niet iedereen gelijk.

Ik heb geen naam, maar wat ik ben, dat weet ik wel. Ik ben een vrouw uit Samaria; een samaritaanse vrouw.
Er zijn mensen die neerkijken op vrouwen. Gewoon. Omdat we minder belangrijk zijn dan mannen. Maar ook onder vrouwen is niet iedereen gelijk.

Ik heb geen naam, maar wat men van mij vindt, dat weet ik wel. Een vreemdeling, een warhoofd, vrouw die niets begrijpt van het goede leven.
Als ik op straat loop, word ik nagewezen. Vrouwen draaien hun hoofd om als ik meel koop op de markt.
En bij de bron mag ik niet meedoen aan hun gesprekken. En dus blijf ik liever bij ze uit de buurt.

Pas als de zon hoog aan de hemel staat – op het heetst van de dag – neem ik mijn kruik en zet hem op mijn hoofd, zoals hier alle vrouwen doen. Dan ga ik water putten.
Meestal ben ik alleen, want wie is er nu zo gek om water te gaan putten als de zon hoog aan de hemel staat.

Maar op een keer zat er een man – ik had hem niet gezien, ik keek alleen maar naar de bron – Hij vroeg om water.
Ik schrok en keek hem aan. Wist hij dan niet dat ik een vrouw was, en nog wel uit Samaria. Maar het leek hem helemaal niets te kunnen schelen.
“Geef me wat water,” zei hij. Ik wilde hem waarschuwen.
Dat niemand ooit iets tegen mij zei. Maar hij ging verder: “Je kunt ook mij om water vragen.” Ik dacht: “Zou hij voor mij wat willen putten uit de bron?” Maar hij bleef zitten, nam mijn kruik niet uit
mijn handen. Dus dat was het niet.

“Als je het water drinkt dat ik je geef, dan krijg je nooit meer dorst.” Ik dacht dat ik soms wartaal sprak, maar wat hij zei was ook zo logisch niet. “Ga je daar dood van dan,” vroeg ik. “Maar nee,” zei hij, “dat is het juist. Van het water dat ik geef blijf je juist leven.”

Ik begreep niet wat hij zei, wat hij bedoelde, maar iets in mij wilde niets liever dan drinken van dat levend water.
Hij leek wel door me heen te kunnen kijken, want hij vroeg: “Waar is je man? Ga hem eens roepen en kom dan terug.” En ik dacht: “Zie je wel. Nu ziet hij zijn vergissing in. ’t Gaat niet om mij, maar om mijn man.
Die ik niet heb.”

“Ik heb geen man,” zei ik dus en ik loog het niet. Maar over hoe dat precies zat, wilde ik het liefste zwijgen.
Hij zei: “Dat heb je goed gezegd. Je had er vijf en nummer zes is niet van jou. Je hebt geen man.” Hij kende me, zag niet alleen de buitenkant, maar wist van heel mijn leven.
En toch schaamde ik me niet. Ik voelde dat hij een profeet was, bijzonder mens en man van God. Die met mij praten wilde. Met mij. Samaritaanse Vrouw.

Ik keek hem eens uitdagend aan en zei: “U weet toch wel dat wij hier onze God vereren, op deze berg? Niet in Jeruzalem, de plaats waar dat volgens uw volk, de Joden, hoort?”
Maar hij zei: “Geloof me. Er komt een dag dat alles anders wordt. Dan zal God niet op die plaats zijn, of daar of hier. Je zult hem vinden in wie Hij werkelijk is. In waarheid en in Geest zul je hem vinden.”

Ik zag wat mannen naderen vanuit de verte. Toen ze vlakbij ons waren, hielden ze stil. Ze zeiden niets, maar in hun ogen las ik de vragen: “Wat wil hij met die vrouw? Waarom spreekt hij met haar?” Het werd tijd om te vertrekken.

Ik ging naar de stad terug, maar mijn kruik nam ik niet mee. Tegen de mensen zei ik: “Kom. Er is iemand bij de bron die alles van me weet en toch niet op me neerkijkt. Zou dat niet de Messias zijn?”
Toen gingen de mensen de stad uit. Naar hem toe.

Annet Sinnema

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Bethlehemkerk in Anderlecht

Het klimaat ligt op ons bord