22 september 2014

Wederopstanding van het vlees?

Het begrip waarmee in het christelijk geloof over de toekomst van personen en van de mensheid gesproken wordt, is ‘opstanding der doden’. Het is een veel omvattend, rijk begrip, omdat we er allerlei gedachten aan kunnen verbinden.

Zo kunnen we uit dit begrip meteen al opmaken, dat er een verband is tussen de opstanding van Jezus Christus uit de dood, de onvoorziene wending waarop de Evangeliën uitlopen, en de opstanding van onszelf. In zijn opstanding is Jezus Christus ons voorgegaan. We kunnen spreken over onze opstanding, omdat we bekend zijn met zijn opstanding. Die gebeurtenis heeft sinds Pasen en het ontstaan van de kerk ons eigen leven en onze eigen dood in een nieuw daglicht gesteld.

Bij het begrip hoort ook een andere gedachte, namelijk dat de ‘opstanding der doden’ plaatsvindt als de Geest van God een nieuwe schepping in ons tot stand brengt: als wij opnieuw geboren worden. Dood zijn we in zekere (Bijbelse) zin niet zozeer pas als we overleden zijn, maar dood zijn we zo lang we het nieuwe leven door Gods Geest nog niet hebben leren kennen. En het eeuwige leven begint dan ook niet op het moment dat wij vroeger of later komen te overlijden, maar op het moment dat we aangeraakt worden door de Geest van God. Jezus zelf bad eens met de woorden: ‘Het eeuwige leven is dat ze U kennen, de enige ware God…’

In het begrip ‘opstanding der doden’ kunnen we verder lezen dat het leven niet eenvoudigweg ergens anders verder gaat. Er vindt eerst een echte afsluiting plaats, de dood; je moet eerst gestorven zijn om op te staan. Ook van Jezus wordt gezegd dat hij ‘gekruisigd, gestorven en begraven is… neergedaald in het rijk van de dood… en op de derde dag opgestaan van de doden’.

Het is binnen dit begripskader niet zo, dat de mens van nature een ‘onsterfelijke ziel’ heeft, die ervoor zorgt dat we de dood overleven. ‘Opstanding der doden’ betekent in plaats daarvan dat God zelf degene is, die ons voorbij de grens van ons aardse leven opwekt, die ons ‘in het leven roept’. Er vindt eerst een echt levenseinde plaats, en daarna zijn wij toch zelf de mensen die opstaan tot een nieuw leven.

‘Opstanding van de doden’ drukt een totale vernieuwing uit. De hele mens gaat ten onder, en de hele mens wordt gered. Daar hoort ook bij dat we als mensen na de opstanding over een nieuw lichaam zullen beschikken, hoe moeilijk het voor ons ook is om ons daarvan een voorstelling te maken. Hoe zou die ‘nieuwe lichamelijkheid’ er dan uit moeten zien? Ook in de Bijbelse geschriften komen we die vraag soms tegen. Als antwoord kunnen we dan hooguit denken in metaforen, zoals Paulus gedaan heeft in 1 Korintiërs 15.

Hij vond het maar dwaas als men hem vroeg hoe ze zich het menselijk lichaam na de opstanding moesten voorstellen; hij noemde het voorbeeld van graankorrels die eerst in de aarde moeten vallen, om later in een heel andere vorm tot leven te komen. ‘Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt.’

Je hoort hem naar woorden zoeken als het over het lichaam van die opgestane mens gaat: ‘Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt.’ Een lichaam, dat wel – maar een geestelijk lichaam: een lichaam van een andere orde, dat buiten ons voorstellingsvermogen valt.

Als we met de woorden van de Apostolische Geloofsbelijdenis over de ‘wederopstanding van het vlees’ (of over de ‘wederopstanding van het lichaam’) spreken, dan zouden onze gedachten in die richting moeten gaan. We spreken dan eigenlijk ons geloof uit dat ons bestaan innerlijk en uiterlijk, geestelijk en materieel zal worden gered. Natuurlijk kan dit begrip het misverstand oproepen dat ons ‘aardse lichaam’ met zijn gebrekkigheid en vergankelijkheid verlengd zou worden. Dat is de bedoeling niet.

Over de materiële dimensie van de opstanding hebben de schrijvers en de onderschrijvers van de Geloofsbelijdenis niet veel meer willen zeggen dan dat zij er is en dat zij ertoe doet. En dat is voor ons niet onbelangrijk, want daardoor kunnen we met alle respect op blijven komen voor de materiële kanten van het bestaan.

ds. Douwe Boelens

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters