20 mei 2014

Uit het archief: de Eerste Wereldoorlog (14-18)

‘Het is tot mijn overgroot spijt dat de duitsche legers zich verplicht zien van de belgische grenzen te overtreden…’

Met dit pamflet stelt generaal Otto von Emmich zijn ultimatum aan België, tenzij de Belgen vrije doorgang zouden geven…
Vier augustus – op zijn verjaardag – valt hij met zijn 10de Legerkorps via Nederlands Zuid-Limburg (hij schendt hiermee voor enkele honderden meters de neutraliteit van Nederland) België binnen en begint een dag later aan de belegering van de Luikse forten.

De eerste grote veldslag van de ‘derde Balkanoorlog’ is een feit. Na de aanslag in Sarajevo 28 juni 1914 op aartshertog Franz-Ferdinand en zijn echtgenote door Gavrilo Princip (met een pistool ‘made in Belgium’) volgen de oorlogsverklaringen elkaar op:
29 juli wordt Belgrado door twee Oostenrijkse oorlogsschepen beschoten, niets kan de storm nog tegenhouden. Deze ‘Balkanoorlog’ zal uitgroeien tot Wereldoorlog I en zal de geschiedenisboeken ingaan als ‘The Great War’, ‘La Grande Guerre’, ‘De Groote Oorlog’.

Publicaties, tentoonstellingen en boeken (nieuwe en heruitgaven) zijn dit jaar legio. Een (persoonlijke) boekengreep hieruit:

Ik heb de Gereformeerde en Hervormde ‘kerkenbladen’ doorgenomen speurend naar reacties en gevoelens tijdens deze donkere jaren. Het ‘kerkenblad’ van de Guido de Brès stopte tussen 1914 en 1918, de ‘Kerkbode’ van de Graanmarkt (toen St. Kathelijneplein) ging wel door. In een aantal volgende afleveringen worden ze ‘heruitgegeven’ (let wel: in de oorspronkelijke spelling) en de notulen van de kerkenraden worden nog eens herlezen.

Wim De Hertogh, archivaris

Bericht in oude spelling uit de Kerkbrief van 15 augustus 1914, door R. van Groningen, lange tijd hulppredikant van de Hervormde Kerk op het St. Kathelijneplein

Oorlog
‘De vreeselijke betekenis van dat woord dringt met alle macht zich aan ons op.
Een 15 miljoen mannen staan weldra in Europa gereed om elkander te bevechten, te dooden, te verminken.
Wee over diegenen, die met hunne geheime politie de verantwoordelijkheid dragen van naamlooze ellende en jammer, die de oorlog meebrengt.
Groote politiek is grootheidswaan, heerschzucht, hebzucht, eerzucht van de eene groote mogendheid tegen de andere.
De kleinen komen daarbij in ’t gedrang. Zoo ging het nu ook met het ons geliefde België.
Arm land, dat misschien de plaats wordt, waar groote veldslagen tusschen machtige legers zullen plaats hebben.
De ellende, die daar ’t gevolg van is, is niet te beschrijven.
God behoede land en volk. Hij geve, dat het uit dezen grooten Europeeschen strijd als een vrij en onafhankelijk volk, zoals het was, te voorschijn kome, met een geestelijken zege als vrucht.

Wat beteekent de verklaring der groote mogendheden dat België onzijdig gebied is, waar het reeds dadelijk zoo ontzettend aangevallen wordt. Misschien, het vermoeden ligt voor de hand, een wel overlegd plan, gezien het groot aantal spionnen, dat opgepakt is. Hoe is het mogelijk, dat personen, die jaren lang in België gewoond hebben, het land vooruit geholpen hebben met handel en industrie, hier rijk zijn geworden, eervolle gastvrijheid genoten hebben, zich lieten verleiden tot spionnage.
Hoe is het mogelijk, zouden we op zoo velerlei gebied kunnen vragen. En als het ongeloof dan op ons aanstormt en zegt: waar is nu uw God? dan hebben wij maar één antwoord. Onze God is in den Hemel en Hij doet al wat Hem behaagt.
En als onze ziel zich dan neerbuigt, in ons onrustig is, dan klinkt dat ander woord ons tegen:

Vertrouw op Hem, o volk, in smart,
Stort voor Hem uit uw gansche hart;
God is een Toevlucht t’allen tijde.

Ons hart bloedt bij de gedachte aan die velen, die als slachtoffers vallen in de strijd. Geliefde huisvaders, teerbeminde kinderen, jonge krachtige mannen, waarop veel hoop gevestigd was; van welke nationaliteit ze ook mogen zijn. Wie vermag die smart te lenigen?
Alleen de Trooster, de H. Geest, die van den Vader en den Zoon uitgaat, leert dragen en te berusten in Gods onbegrijpelijken Vaderwil.
Wij, die gelooven in Gods woord, wij weten, dat er oorlogen, geruchten van oorlogen, hongersnooden, pestilentiën zullen zijn en telkens weer komen, totdat Hij komt, de Zone Gods, die als Vredevorst heerschen zal van zee tot zee en van de rivieren tot aan het uiterste der aarde.
Hij is toch de Koning van het Godsrijk, dat op aarde openbaar zal worden. Daartoe heeft de Vader hem verordineerd en heeft Hem bekleed met alle macht in de hemel en op de aarde.

Kinderen Gods, omhoog het hart en sterkt u in de Heere uwen God!
Inmiddels blijven wij bidden om den vrede voor het dierbaar België met de bede:

De Heere zegene ons en behoede ons!
De Heere doe Zijn aangezicht over ons lichten en zij ons genadig!
De Heere verheffe Zijn aangezicht over ons en geve ons vrede!

Bidden, ja dat is het wat Gods kinderen te doen hebben in deze bange en droeve dagen; want Hij kan helpen, Hij alleen! Gods volk verwacht het niet in de eerste plaats van het westen of het zuiden, maar van Hem, die de Almachtige is.
Daarom riepen wij u op tot dien bidstond op 9 Augustus.
Hoe diep werden we geroerd, toen het openingsgebed opsteeg uit den mond van dien oudsten Broeder in de Gemeente, die meer dan 50 jaren de Gemeente en land en volk op zijn biddend hart heeft gedragen.
De meer dan driehonderd aanwezigen waren allen, velen tot tranen bewogen, onder den indruk van den nood.
Hoe waardig de diepe toon van verootmoediging, van schuldbelijdenis, die in het gesproken woord en in de gebeden uitkwam.
Wij weten, dat het is bij den Heere te verlossen, niet door velen of door weinigen, maar naar Zijn raad en welbehagen. De eindtoon was een hartelijke dank, dat onze God in Zijn genade al de bekenden uit Gemeenten en Evangelisatie, die naar den strijd moesten, in het leven liet, al zijn er dan ook een paar licht gewonden.
Zullen ze gespaard blijven? De Heere weet het. Hem worden ze, met zoovele anderen, dagelijks biddend opgedragen.

De slottoon van den leider van onzen bidstond Ds J. Chrispeels, was:

‘Vader in den hemel, Uw wil geschiede, Uw koninkrijk kome, Uw naam worde geheiligd! Leer ons stil zijn onder Uwen heilige, onbegrijpelijken wil’.

Wat het zijn zal, als gij dit nummer leest?
Wat het zijn zal, als het volgende nummer van onze Kerkbode verschijnt?

Dit weten wij: Gods Raad zal bestaan en Hij zal al Zijn welbehagen doen.
En: Die den Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen! De God der genade en aller vertroosting zij met ons en al Zijn volk.
(Noot : 18 augustus plooit het Belgische leger zich terug op de stelling Antwerpen)

Ons Ziekenhuis
‘t Is nu ingericht om door middel van het Roode Kruis gewonden op te nemen. Een 15 tal bedden met toebehooren ontvingen wij ter leen of ten geschenke van verschillende personen.
Onze operatietafel is op verzoek van den ons zeer genegen Dr. Hannecart, tijdelijk afgestaan aan de ambulance, die Hare Majesteit de Koningin in haar paleis heeft ingericht. Een zeer vriendelijke dankbetuiging is ons daarvoor gezonden.
Om de gewonden goed te kunnen verzorgen, hebben wij nog lijnwaad, lakens, sloopen, handdoeken en keukengerief noodig en een paar tochtschermen ter leen of voor goed.
Ook levensmiddelen en natuurlijk geld voor de vele kosten zijn onmisbaar.
Van een paar dienstmeisjes kreeg ik al toezegging van iets voor de keuken. Een ander lid van de Gemeente gaf 5 frank en de collecte bij den bidstond gehouden bracht fr. 11.50 op. Een oud lid onzer gemeente, nu gehuwd en wonende te Hilvarenbeek in N. Brabant, zond Fr. 5.85 van in haar winkel verzameld Belgisch geld.
Wie helpt nog mee?

R. van Groningen, hulpprediker

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters