20 mei 2014

Schepping als morele maatstaf

‘Hemel, laat gerechtigheid neerregenen,
laat haar neerstromen uit de wolken,
en laat de aarde zich openen.
Laten hemel en aarde redding voortbrengen
en ook het recht doen ontspruiten.
Ik, de Heer, heb dit alles geschapen.’
(Jesaja 45:8)

Wanneer Paulus zijn brieven schrijft aan de gemeenten die hij deels zelf gesticht heeft, doet hij dat als iemand die een goede joodse opvoeding heeft gehad. Paulus kent de schriften van Tenach (het eerste testament) goed en hij kan kundig en soepel omgaan met de centrale begrippen daaruit. Zo heeft hij een begrip van ‘schepping’ dat ons misschien wat verrast, maar dat voor de lezers van zijn dagen zo gek nog niet is.

In de tijden van Jezus en Paulus is er een veel minder statisch idee van wat ‘schepping’ is dan je zou verwachten. Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen bijvoorbeeld: ‘De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn. Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar ze heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt. Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barens-weeën zucht en lijdt.’ (Romeinen 8: 19-22).

Schepping is voor Paulus een dynamisch begrip. Schepping is nog niet af. Bovendien ziet ze reikhalzend uit naar het openbaar worden van wie de kinderen van God zijn. Mensen zijn er misschien genoeg, maar het is de grote wens van de schepping om kennis te maken met de kinderen van God. Dat is nog wat anders. Voor de schepping zal dat openbaar worden een bevrijding zijn uit de zinloosheid, uit de vergankelijkheid, en het zal een einde zijn aan de barensweeën. Vrijheid en luister mag ze verwachten, samen met die kinderen van God.

Voor wie de schriften kent is dat helemaal geen vreemde manier om naar de schepping te kijken. Jesaja ziet de natuur als elementen die door God als het ware in dienst genomen zijn ten behoeve van zijn programma. De fundamenten van de schepping zijn rechtvaardigheid en redding. Zelfs als je naar de zogenaamde natuurpsalmen kijkt (zoals Psalm 8), wordt niet de natuur op zich bezongen, maar haar waarde in de ogen van God. Zelfs de hemel en de wolken zijn bij machte om gerechtigheid voort te brengen als de Heer God is.

In de theologiegeschiedenis zijn er in het denken over schepping in onze streken twee belangrijke markeerfasen geweest. Om te beginnen was de ontwikkeling van de natuurwetenschap in de 18e en 19e eeuw aanleiding om anders naar de natuur te kijken. Het statische wereldbeeld waarin God alle dingen geschapen had, en waarbij de verhalen van Genesis letterlijk werden opgevat verdwijnt. Als belangrijke sleutelfiguur in die periode geldt Charles Darwin. De verandering in het wereldbeeld waarvoor hij staat is een verandering op het vlak van de kennistheoretische opvattingen, zou je kunnen zeggen.

Maar dat op zich geeft nog geen wezenlijke verandering in de discussies rond de ethische consequenties die mensen trekken uit het denken over schepping. Dat wordt anders in de tweede markeerfase.

Dat is de periode waarin de ontwikkeling van het fascisme argumenten gaat ontlenen aan de ‘natuurlijke’ staat van de dingen. Men redeneert dan dat wanneer een natuurwetmatigheid of een wetmatigheid in de biologische natuur iets zou zijn dat door God geschapen is, er een goddelijke legitimering zou zijn van allerlei effecten die men in de natuur ziet en toepast op mensen. Bijvoorbeeld het idee dat een lichaam een ‘natuurlijke’ afweer heeft tegen vreemde stoffen wordt een verschrikkelijke rechtvaardiging voor het idee dat men mensen met een niet-Germaanse afkomst mag vervolgen. De onbeschrijfelijke consequenties van al die concentratiekampen en vernietigingskampen hebben daar zeker mee te maken. Het ergste is dan dat men meent te mogen denken dat God dat ‘in de natuur heeft ingeschapen’.

Een ander idee in diezelfde ideologie is dat een gedachte uit de biologie als ‘survival of the fittest’ (vaak te sterk vereenvoudigd!) wordt toegepast op het samenleven van mensen. Dat is het ‘Sociaal Darwinisme’. Het nazisme vond zo op een verschrikkelijke manier een religieuze rechtvaardiging voor het vermoorden van mensen met een handicap. Wie de Bijbel leest hoort dat het juist Gods bedoeling is om op te komen voor wie het moeilijk heeft in de samenleving. De weduwen wezen en de vreemdeling worden door God juist op een bijzondere plek neergezet. God vindt dat onze kwaliteit als samenleving juist afgemeten wordt aan onze zorg voor deze kwetsbaren. De Bijbel is in die zin dus een tegennatuurlijk boek!

Ten tijde van het nazisme zijn een aantal belangrijke denkers in de theologie opnieuw gaan nadenken over hoe wij ‘schepping’ beschouwen. Dat zijn bijvoorbeeld de theologen Karl Barth, Dietrich Bonhoeffer, Oepke Noordmans, Kornelis H. Miskotte. Met de urgentie van het verzet tegen het fascisme formuleerden zij in die context hun verzet tegen de zogenaamde ‘natuurlijke theologie’.

Tegen die gedachte dus dat God te vinden zou zijn in de (wetmatigheden) van de natuur. Miskotte schreef: ‘God is behalve niet-de Natuur, ook niet te kennen als Schepper van de Natuur. Het geloof in de Schepper is een conclusie uit het geloof in de Naam.’ (Bijbels ABC) Van de zogenaamde ‘tweeërlei Godskennis’ waar Calvijn nog vol van is, namelijk dat God te kennen is uit de natuur en uit de Schriften, nemen zij afstand. Als de Schepper-God met die natuurlijke connotatie losgemaakt wordt van God als Verlosser, is er iets helemaal misgegaan in de theologie. Verlossing is met rechtvaardigheid, waarachtigheid, barmhartigheid en genade ‘fundamenteel’ – constituerend – voor het Bijbels theologische denken over schepping.

Toen de genoemde denkers opnieuw en met een open geest probeerden te begrijpen wat de Bijbel met schepping bedoelt, kwamen zij voor totaal onverwachte verrassingen te staan. Ook in de Bijbel blijkt het denken over schepping helemaal niet op te gaan in natuur. Integendeel. De natuur wordt eerder in dienst genomen van de God die verlost en bevrijdt en genadig is.

Oepke Noordmans schrijft: ‘Schepping is een plek licht rondom het kruis’. Schepping is als het ware het weefsel waarop zich de verlossing kan waarmaken, maar net als bij Paulus is zij daar zelf op aangelegd en wacht zij reikhalzend totdat dat openbaar wordt. Opnieuw de verhalen van Genesis lezend, viel op dat de aarde die ‘woest en leeg’ was, deed denken aan de rauwe, natuurlijke staat van de mensen. Voor de kenners: het ‘tohuwabohu’. Dat is een chaostoestand vol geweld en onrecht, waarin de mens de andere mens beconcurreert en vreest. Het is de Geest van God die in Genesis over de wateren zweeft en de mens zijn adem inblaast. Pas daarmee wordt hij/zij tot mens voor Gods aangezicht.

Achter de sterk waarschuwende woorden van de ‘bekennende’ theologie van rond de beide wereldoorlogen van de vorige eeuw, kan de hedendaagse theologie niet terug. Zo schrijft Theo Witvliet aan het begin van deze eeuw in zijn boek ‘Het geheim van het lege midden’: ‘Wat in de Bijbel verteld wordt en wat volgens de evangelisten te maken heeft met opstanding, bevrijding, kan ik op geen enkele manier rijmen met een beeld van God dat ook maar eniger mate in het verlengde ligt van wat wij als de vanzelfsprekende, natuurlijke loop der dingen ervaren.’ Opnieuw je kerend naar die Bijbel leren wij Jesaja met andere oren opnieuw te verstaan:

‘Dit zegt de Heer,
die de hemel geschapen heeft – hij is God! –,
die de aarde gemaakt en gevormd heeft
en die haar heeft gegrondvest –
niet als chaos schiep hij de aarde,
maar om te bewonen heeft hij haar gevormd:
Ik ben de Heer, er is geen ander.
Ik heb niet in het verborgene gesproken,
ergens in een duister oord,
Ik heb Jacobs nageslacht niet gevraagd:
‘Zoek mij in de chaos’. Nee, ik ben de Heer,
al wat ik zeg is rechtvaardig,
wat ik verkondig is waarachtig.’
(Jesaja 45: 18,19)

Verder lezen:

ds. Anne Kooi

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Komt allen tezamen!

Kerstviering op 25 december, aanvang: 9.45 uur