27 december 2017

Overweging bij de Internationale Dag van de Mensenrechten

10 december 2017

Teksten: Jesaja 2:2-5 en Marcus 13:24-33

Voorganger: ds. Greet Heslinga

 

Gemeente van  Messias Jezus,

“Eens komt de dag…”  zo begint de lezing uit het boek Jesaja. Het  is een spannend begin van een mooi visioen. De profeet ziet het voor zich met zijn visionaire blik:

“Eens zal de dag komen, dat  alle volken zullen samenstromen bij de hoogste berg met daarop de tempel.”

Wie zoiets durft te dromen  in een tijd waar volken en naties met elkaar overhoop liggen en er een onderliggende strijd bezig is, wie de macht krijgt, heeft lef! Is hoopvol… misschien wel tegen beter weten in. En… zo droomt Jesaja verder… alle volken en naties krijgen op die hoogste berg onderricht… er wordt ze iets geleerd.

Onwillekeurig moet je bij dit beeld denken aan die andere berg, de berg Sinai, waar het volk Israël ooit was samengestroomd om de Tien Woorden van Mozes te ontvangen, die hij, boven op de berg, van God had ontvangen.

In het visioen van Jesaja wordt boven op de berg onderricht gegeven, maar ook recht gesproken tussen de volken en er worden oordelen geveld: er zal geen vijandschap zijn, geen haat, geen oorlog…

En dan gaat de profeet in beelden spreken:

Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk. (…) Geen mens zal meer weten wat oorlog is. De volken en machtige naties zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen.

Een prachtig beeld voor vrede! De volken en naties krijgen hier een levensles van God, verwoord door Jesaja de Profeet. Wie die richting kiest, wie meewerkt aan het bewerkstelligen van vrede tussen de volken en naties, maar ook in kleinere verbanden: in je huis, je straat, je stad, leeft  in het Licht van de Eeuwige, zegt de profeet. Deze oude woorden  van Jesaja’s visioen hebben mensen en volken de tijden door geholpen.

Vandaag is de Internationale Dag van de Mensenrechten. In 1948 werd de  Verklaring van de Universele Rechten van de Mens getekend. Een mijlpaal in de geschiedenis! Mede naar aanleiding van de uitroeiing van eenderde deel van de Joden, werden drie jaar eerder, vlak na de Tweede Wereldoorlog, in 1945, de Verenigde Naties (VN) opgericht door 51 landen. Door al die landen samen is toen geoordeeld dat de mensenrechten gerespecteerd en de oorlog afgeschaft moest worden. Daarmee hebben de VN het startsein gegeven voor het ontwapeningsprogramma van Jesaja (I) en Micha: zwaarden omsmeden tot ploegscharen. Daarom staat het standbeeld van de smid die van het zwaard een ploeg smeedt, voor de ingang van het gebouw van de VN in New York. Een geschenk van de Sovjet Unie van destijds aan de VN.

Jesaja heeft met zijn visioen grote impact gehad: mensen van toen getroost en bemoedigd om vol te houden… om te volharden in hun geloof op verandering. Ingrijpende veranderingen komen vaak tot stand als er sterke individuen opstaan, met visie, met lef en geloof.

Op deze Dag van de Mensenrechten wil ik  iets meer zeggen over de VN.

Niet alleen dat het elan van het begin is verdwenen; dat zij haar taken onvoldoende kan uitvoeren  en met veel moeilijkheden te kampen heeft. Maar: dat de Bijbel er op tal van plaatsen naar verwijst. Natuurlijk is er geen rechtstreeks verband met de oprichting van de  VN als zodanig, maar bij het lezen en bladeren in de bijbel ontdek je dat de Bijbel door de meeste auteurs geschreven is met het oog op een gemeenschappelijk belang van alle volken en alle individuen, met het oog op mensenrechten en bepaald niet voor godsdienstoefeningen.

Dat bladeren in de bijbel heb ik de afgelopen week gedaan:

Genesis 1-11 gaat over de mens in het algemeen, over de gehele mensheid en de gehele aarde. In  het eerste hoofdstuk wordt ieders recht op een rustdag per zes dagen vastgesteld. Voor dit mensenrecht (art. 24 UV) voert de Bijbel als argument aan dat God, toen Hij de wereld schiep, de zevende dag vrij nam om te rusten van zijn creatieve bezigheden.

In de Tien Woorden staat het sabbatsgebod aan het begin en het neemt een belangrijke plaats in. Later bevestigt de profeet Jesaja het sabbatsgebod opnieuw.  En we weten dat nagenoeg alle volken de sabbatswet in praktijk brengen: eenmaal per week een vrije dag, een mensenrecht waar Israël de primeur van heeft.

We bladeren nog even door in Genesis. In hoofdstuk 9, het verhaal over Noach en de zondvloed, worden moord en doodstraf internationaal verboden. Als argument voor dit mensenrecht (art. 3 UV) voert de schrijver aan, dat de mens naar Gods beeld geschapen is en dat de mens onschendbaarheid geniet.

In een ander boek, Leviticus 19 wordt de naastenliefde als algemeen geldende regel geformuleerd zonder onderscheid naar nationaliteit. Ook de vreemdeling zal men liefhebben als zichzelf, hem een even groot stuk van de taart geven als je eigen kinderen. Als argument? Men is zelf vreemdeling geweest in Egypte: ’t kan iedereen overkomen dat je vreemdeling of vluchteling wordt. Maar vreemdeling zijn is geen reden om te discrimineren. Er is dus bescherming vereist tegen discriminatie zoals in art. 2 van de UV staat.

Wat de Psalmen betreft, deze hebben vaak een individueel karakter. Het zijn strikt persoonlijke gebeden, maar het universele is er ook. Bijv. Psalm 82 is een visioen van een vergadering van goden, lees hier: de vorsten van diverse volken (koningen waren godheden, immers…) En die vergadering gaat over het respecteren van de rechten van de mens, de rechten van de weerloze mens, waar de godenvorsten niet straffeloos tegenin kunnen gaan.

En dan nog één voorbeeld, de profeet Amos, een eenvoudige schapenfokker, niet zo ontwikkeld als Jesaja of Jeremia, maar daarom niet minder politiek bewust. Hij protesteert fel tegen de talloze gevallen van volkenmoord, die hij ziet en hij waarschuwt dat er ook in Israël hetzelfde dreigt. Hij protesteert tegen het uitverkiezingsgeloof in Israël. Voor God zijn de kinderen van Israël gelijk aan de kinderen van de Ethiopiërs, zo schrijft hij. Universele mensenrechten, dat is het waar hij voor opkomt. Daarom vooral is hij een profeet. Vooral daarom is zijn grove en woedende taal in de Bijbel opgenomen. Hij kreeg een spreekverbod van de koning van Israël, maar dat werkte als reclame voor zijn boekje. Zoals meeestal gebeurt: verbied iets en je krijgt extra aandacht.

Dit bladeren door de bijbel levert dit beeld op van de Wet en de Profeten, de Psalmen en Job: dat de volken gezamenlijk aansprakelijk en aanspreekbaar zijn voor de bescherming van de meest fundamentele rechten van de mens, wie dan ook. Wat mensen wordt aangedaan gebeurt niet door de god in de hemel. Nee, God heeft de aarde aan de mensen gegeven (Psalm 115) om verantwoordelijk te zijn voor elkaar en de aarde, Zijn Schepping.

Niet God de schuld geven van onrecht. Niet God, maar de mens zelf, wij, de volken moeten dit recht waarborgen. De hoogste autoriteit is eigenlijk de weerloze mens zelf: naar hem of haar moet men luisteren.

In het Tweede Testament heeft Paulus de kern van Gods woorden gevonden in het doorbreken van discriminatie, de ongelijke behandeling van vrouwen door mannen, heidenen door Joden, armen door rijken, kinderen door volwassenen en niet zo erg gelovigen door heel overtuigde gelovigen. Hij legt uit: besneden te zijn betekent niets… Gedoopt zijn  betekent op zich ook niets… Het  gaat erom of je een nieuw mens, een nieuwe creatie wil  zijn, bereid om te veranderen, je om te keren, je te bekeren. In de brief aan de Galaten schrijft Paulus: “Door het geloof en de doop ben je één met Christus en ben je omkleed door Christus” (Galaten 3:27).                                                                            

Christus, die zelf slachtoffer is geworden van onrecht. Door de kracht van zijn opstanding heeft hij iedereen bezield, zonder godsdienstig of ander onderscheid. De kern van het Evangelie is volgens Paulus: de rechten van de mens. En Paulus heeft in dat opzicht de hele bijbel achter zich. Zo kunnen wij dat nu, achteraf gezien, bijna 2000 jaar later, onder woorden brengen.

Jezus zei: “Aan dit gebod, je naaste liefhebben als jezelf (de gelijke aandacht voor jezelf en je naaste) hangt de hele Wet en de Profeten (het Eerste/OudeTestament). (Matth 22:34-40). Al zouden die verdwijnen, dan nog staat dit gebod: je naaste liefhebben als jezelf, overeind. De mensenrechten zijn universeel.                 

De Bijbel is en blijft Joods. Het voorrecht van de Jood is dat het begrip universele gerechtigheid door een Jeruzalemse priester in de achtste eeuw voor Christus is opgeschreven (zie: Jesaja 2:2-5 en Jesaja 26:9). En deze universele gerechtigheid is meer dan een begrip… Het is een kracht, een drijfveer, een Godswoord dat blijft zolang er mensen zijn op aarde. Het is de kracht, die in de vorige eeuw volken bijeenbracht in de Verenigde Naties. Die ook in onze eeuw de volken bijeenbrengt, omdat er geen andere hoop op vrede is dan door gezamenlijk op te komen voor gerechtigheid in de meest fundamentele betekenis: de rechten van elk mens.

Dáár gaat het om! Dat is wat ook de hele Bijbel in één boek bindt en bijeenhoudt, ongeacht verschillen in opvatting, in vrijmoedigheid en toewijding, in geloofsbeleving.

Lieve mensen, bijna 70 jaar geleden kwam in 1948 de eenheid rondom de rechten van de mens tot stand tussen 51 landen. Inmiddels zijn er 193 landen lid van de VN. Door ons, de derde generatie, en straks  de vierde generatie, door oud en nu nog jong, moeten deze mensenrechten worden verdedigd en met  grote kracht worden doorgezet, tegen alle weerstand en verdrukking in.

Eens zal de dag komen… dat alle mensenrechten zullen worden gerespecteerd. Naar die dag, verlangen wij. Het Evangelie zegt vanmorgen: de dag zal komen! Het Evangelie nodigt ons vanmorgen uit om waakzaam te zijn en de tekenen van de tijd te zien. Om het onverwachte te blijven verwachten. Om de Mensenzoon te verwelkomen wanneer Hij komt. Laten we ondertussen getroost en bemoedigd worden door Jezus’ woorden:

Hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.”

Amen

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Bethlehemkerk in Anderlecht

Geuzenfeest in Horebeke – Korsele