29 september 2013

Interview met de familie Boelens

door Marina Rahusen en Annet Sinnemads_douwe_boelens

Interview gehouden met de familie Boelens ter gelegenheid van het feit dat ds. Boelens op 13 oktober intrede doet in onze gemeente.
In gesprek met de familie Boelens. V.l.n.r.: David, Julianna (Lili), Tünde Boelens-Csákány, ds. Douwe Boelens, Jolanda en Peter (voor de Protestantse Kerk in Turnhout)

‘Ik kom uit Friesland en ben opgegroeid als vijfde in een gezin met zes kinderen,’ zegt ds. Douwe Boelens (1960). ‘Het was een zeer kerkelijk, (synodaal) gereformeerd nest. Mijn ouders waren in alle eenvoud aanspreekbaar op hun geloof. Ze vonden het buitengewoon belangrijk dit geloof door te geven aan hun kinderen, maar ondervonden dat dat buitengewoon ingewikkeld was; niet alle kinderen namen het geloof vanzelfsprekend over. Ik weet niet of ik voor de kerk van mijn ouders gekozen zou hebben als ik niet op de middelbare school bij een christelijke jeugdbeweging terecht gekomen was. Ik had in die tijd geen warme belangstelling voor de kerk, maar die beweging voldeed aan mijn behoefte op dat moment. Ook vanwege de gezelligheid. Sfeer is voor mij erg belangrijk. Nog steeds, ook in de kerk. Gaan geloven is een natuurlijk proces. Juist ook als ouders sterk geloven, is het toch noodzakelijk op een gegeven moment zelf te gaan nadenken. Je mag blij zijn als je kinderen gaan geloven, maar het is nooit de verdienste van de ouders.

Na het middelbaar besloot ik theologie te gaan studeren. In 1983 ging ik, in het kader van een oecumenische uitwisseling, voor enkele jaren naar Hongarije. Daar ontmoette ik Tünde.’

Tussen de Masaï
‘Ook ik kom uit een gelovig gezin’, zegt Tünde (1962). ‘Mijn vader wist al jong dat hij zendeling wilde worden. Omdat in Hongarije de communistische partij aan de macht was, raadde mijn grootvader, een landbouwkundige, hem dat af. Hij zei tegen mijn vader: ‘Als jij predikant wordt, blijft onze familie zonder brood.’ Dus ging ook mijn vader landbouwkunde studeren. Toch zag hij kans stapje voor stapje zijn roeping te volgen. Na verloop van tijd werd hij naar Kenia uitgezonden als landbouwkundige én als missionaris. Twee jaar lang leefden we tussen de Masaï. Dat heeft op mij enorm veel indruk gemaakt. Vanuit die ervaring heb ik later ook zelf de keuze gemaakt om mijn leven deze richting te geven en Jezus te volgen. Ik ging theologie studeren in Boedapest’

Omringd door dominees
David (1990): ‘Ik ben al heel jong meegegaan in het geloof. Mijn opa en oma spraken veel over de Bijbel en vertelden ons de verhalen. Bijbelse woorden stonden al snel in mijn geheugen gegrift. Mijn opa die als zendeling door de wereld had getrokken, was voor mij een legende. Omringd door zoveel dominees vond ik het als kind vanzelfsprekend dat je gelovig was. Later, toen mijn ouders ons meer los lieten, werd het geloof meer mijn eigen keuze. Niet meer alleen bepaald door de traditie.’ Peter (1994): ‘Ik heb er nooit voor gekozen níet naar de kerk te gaan. Ik ga alleen niet elke zondag omdat er gewoon ook andere dingen zijn.’ ‘Ik denk dat het niet gemakkelijk is om naar de kerk te gaan waar je eigen vader preekt,’ zegt Douwe. Jolanda (1993): ‘Omdat mijn beide ouders predikant zijn voel ik weleens een druk om naar de kerk te gaan. Maar ik mis leeftijdsgenoten en ga na de dienst liever snel naar huis. Vroeger hebben we meegedaan aan allerlei soorten jeugdkampen en vroeg ik met bijzondere feestdagen vriendinnen mee naar de kerk. Ik vind het fijn om met jongeren samen te komen.’ ‘Ik ben heel open en hoor ook graag andere dominees spreken,’ zegt Lili (1997). ‘Ik ben benieuwd naar wat anderen te zeggen hebben, maar kom ook graag in ónze kerk. Op internet bekijk ik weleens diensten van de gemeente waar we naartoe gaan als we in Hongarije zijn. Daar wordt veel gezongen en er zijn veel jongeren. De preken zijn wel minder boeiend dan die van mijn vader.’ ‘Jongeren voelen zich meer betrokken bij een kerk als ze er leeftijdsgenoten ontmoeten,’ zegt Douwe. ‘Geef jongeren hun eigen ruimte in de kerk en dwing ze bijvoorbeeld niet om naast hun ouders te blijven zitten. Dat heeft op den duur iets onnatuurlijks.’ Tünde: ‘Ook is het belangrijk om andere dingen voor de jongeren te organiseren, zoals filmavonden, dauwtrappen, een fotoclub… Dat kan erg leuk zijn.’

Jezus ontdekken in ieder mens
Tünde: ‘Het geloof betekent voor mij: weten dat ik nooit alleen ben. De Heer is altijd bij ons en heeft mijn leven overgenomen. Dat maakt me blij en dankbaar. Geloof is niet alleen een ervaring, we kunnen er ook werkelijk iets mee dóen. Het moet buiten de kerk waargemaakt worden. Geloof is het ontdekken van Jezus in ieder mens. Dat betekent veel voor mij.’ ‘Het gedachtegoed van het christendom is vergelijkbaar met een filosofie,’ vindt David. ‘Het is goed dat er een kerkelijk bestuur is, maar voor het geloof is dat niet per se nodig. Voor mij is het geloof een diep gedachtegoed dat betrekking heeft op morele vraagstukken. Het bepaalt hoe je naar de wereld kijkt. Ik heb er veel uit meegenomen.’ Jolanda: ‘Ik geloof dat het leven meer is dan we kunnen zien. Dat er een onzichtbare werkelijkheid is, een Iets dat ons beïnvloedt, dat over ons waakt en ons behoedt. Dat Iets is voor mij: God. Geloof is dat je daarin gelooft.’

‘Je neerleggen bij het feit dat je iets niet wetenschappelijk kunt bewijzen en dat, heel paradoxaal, tóch voor waar aannemen,’ vult Peter aan. ‘Geloof is meer dan naar de kerk gaan,’ besluit Lili. ‘Het gaat ook om wat je denkt en wat je met andere mensen doet. Kijk je positief of negatief, help je iemand of help je niet. Dat soort dingen. Het gaat om wat je elke dag doet.’ Douwe: ‘Veel mensen menen, dat geloven enkel de veronderstelling is van het bestaan van God. Maar het bestaan van God is niet iets waar je voortdurend over nadenkt. Voor mij is geloven: in relatie staan met God en mensen. Ik wil niet buiten die relatie stappen omdat ze zin en betekenis geeft aan mijn bestaan. Het is het waard die relatie goed te onderhouden. Geloof is voor mij geen theoretisch vraagstuk. Mijn dagelijks leven speelt zich af voor het aangezicht van God. In die zin leef ik elke dag met Zijn wet, zonder dat ik me die bewust dag en nacht voor ogen stel.’

Vernieuwing met eerbied
Tünde: ‘In de kerk is het heel belangrijk dat een gemeente openstaat voor vernieuwing.’ ‘Je kunt binnen de bestaande traditie toch kleine dingen veranderen, zolang het maar oprecht en eerbiedig blijft,’ zegt David. ‘Bij het Heilig Avondmaal zou je bijvoorbeeld druivensap kunnen gebruiken in plaats van wijn. Een ander voorbeeld: aan het begin van de dienst komt een kind naar voren, het steekt de kaars aan en slaat de Bijbel open. Als teken van verbondenheid. In Turnhout is dat al gewoonte.’ Jolanda: ‘Veel mensen binden zich aan tradities die voor jongeren geen betekenis hebben. Ik heb meegemaakt dat de jongeren, tijdens de dienst, in hun eigen ruimte in een gesprek verwikkeld waren dat ze graag wilden afronden. Ze kwamen dus niet tijdig – voor de zegen – terug in de kerkzaal. Sommige ouderen stoorden zich daaraan, maar voor de jongeren was het op dat moment niet zo belangrijk.’ ‘Wees blij,’ zegt Douwe, ‘dat jongeren met elkaar in gesprek zijn.’

Samen kerk
Douwe: ‘De kerk heeft zowel een menselijk als een Goddelijk gezicht. Ze is een menselijk instituut; mensenwerk en dus per definitie niet ideaal. Maar tegelijkertijd komen mensen in de kerk samen als het lichaam van Christus. En dat is iets heel groots. Beide aspecten kunnen botsen, maar ik ben vooral blij dat ik er lid van mag zijn. Als je je afsluit van de kerk, gaat je geloof vroeg of laat verpieteren. Je hebt de ander nodig om in het geloof overeind te blijven. Ik vergelijk de functie van de kerk soms met een schelp: een schelp is dode materie, buitenkant. Maar een schelpdier heeft de bescherming van de schelp nodig om in leven te blijven.’ ‘Ik heb niet altijd behoefte aan de kerk,’ zegt David, ‘maar soms is het goed om terug te komen en je hoofd leeg te maken.’

Tünde: ‘Samen Gods Woord zoeken, samen zingen, samen bidden. Om samen te werken en te veranderen.’ David: ‘Ik zie het meer persoonlijk. De gebeden, de preek en de zegen geven rust en verheldering.’ ‘Zo zie ik het ook,’ zegt Peter. ‘Ik heb de kerk niet nodig om te geloven, maar het is toch goed om af en toe te gaan. De kerk is de rots waarop ik bouw.’ Lili: ‘Dat vind ik ook.’

Kruiwagen voor de boodschap van Jezus Christus
Jolanda: ‘Ik zie de toekomst van de kerk somber in; veel kerken gaan dicht, minder mensen hebben behoefte om naar de kerk te gaan. Dit in tegenstelling tot het moslimgeloof, dat alleen maar lijkt te groeien.’ ‘Ook ik ben somber over de toekomst van de kerk,’ zegt Tünde. ‘Ook vanwege de secularisatie. Maar ik denk altijd: ‘onze zorgen zijn terecht, maar we moeten gewoon Christus blijven volgen. Blijven zaaien, ook al zien we de vruchten niet. Kansen grijpen om te getuigen in het leven van alle dag, niet alleen van op de preekstoel. En op de Heer vertrouwen.’

Douwe: ‘Iedereen maakt zich zorgen over de kerk. Kijk naar de statistieken. Maar de kerk is meer dan wat wij doen. De Heilige Geest blijft ook werkzaam in de komende generaties. De kerk is niet de hoofdinhoud van ons geloof, maar eerder kruiwagen voor de boodschap van Jezus Christus.’

‘Aan geloof is wereldwijd veel te winnen door mensen uit andere culturen te omarmen,’ zegt David. ‘Als inkomen en onderwijs beter verdeeld zouden worden, zouden er minder scheidslijnen zijn en zouden we elkaar beter begrijpen. Een filosofiestudent, een moslim, zei eens tegen mij dat hij mij als broeder zag in het Abrahamitische geloof. Dat vond ik heel mooi. Als we ons meer zouden verbinden met bijvoorbeeld moslims en bijvoorbeeld in Brussel, en meer zouden weten van hun normen, dan zouden we veel van elkaar kunnen leren.’ ‘En daar,’ zegt Peter, ‘ben ik het helemaal mee eens.’

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters