27 januari 2016

Een grootmoeder in de oecumene

Toen ik in 1983 een beurs kreeg om twee jaren in Boedapest te gaan studeren, moest ik daarvoor eerst een bezoek afleggen bij een dame in Utrecht: Hebe Kohlbrugge.
Ik kende haar naam al, want soms werd ze op enigszins ironische, maar ook respectvolle wijze genoemd door studenten die eerder in een Oost-Europees land hadden gestudeerd. Er was iets geheimzinnigs rond die naam.

Ik werd vriendelijk door haar ontvangen. Ze was opvallend klein van stuk. Ze woonde met haar zuster Hanna, hoogleraar Iraanse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Utrecht, in een mooi, eenvoudig huis, dat geleerdheid uitstraalde.
Wat me het meest van onze eerste ontmoeting is bijgebleven, is dat ze voortdurend opgebeld werd vanuit het buitenland. Meestal sprak ze dan Duits. Ik had de indruk dat ze aan het hoofd stond van een grote, internationale organisatie. Bij het afscheid gaf ze me een boek van Václav Havel mee: ‘Versuch, in der Wahrheit zu leben’.

Hebe is geboren op 8 april 1914, en dat betekent ze nu in haar 102de levensjaar is.
In 1936 is zij naar Berlijn, de hoofdstad van nazi-Duitsland, vertrokken om daar een ‘Seminar für kirchliche Frauendienst’ te volgen. Ze kwam daar in contact met ds. Martin Niemöller en via hem met de ‘Bekennende Kirche’ en met het verzet tegen het nationaal-socialisme. Vanwege haar deelname aan verzetsbijeenkomsten werd ze opgepakt door de Gestapo en het land uitgezet.

In 1939 ging ze theologie studeren bij prof. dr. Karl Barth in Bazel, maar bij het uitbreken van de oorlog moest ze terug naar Nederland. Daar sloot ze zich opnieuw aan bij het verzet.
In de jaren daarna heeft ze actief deelgenomen aan het ondergrondse netwerk Dutch-Paris, waarvan de berichtenlijn de Zwitserse Weg werd genoemd. (Zie o.a.: Guy Liagre, ‘De Zwitserse Weg en de Dutch-Paris line/Een internationale ontsnappingsroute, 1940-1945’)
Ze leverde in Genève boodschappen af aan dr. W.A. Visser ’t Hooft, de latere secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken, aan Karl Barth en anderen. Ook was zij degene die de brief van Karl Barth ‘an meine Freunde in den Niederlanden’ afleverde.

In Nederland was ze actief bij de Ordedienst, een onderdeel van de Binnenlandse Strijdkrachten. Uiteindelijk werd ze in 1944 gearresteerd tijdens een poging om via België, Frankrijk en Spanje bij de Nederlandse regering in Londen te komen. Ze kwam eerst in de Scheveningse gevangenis, het ‘Oranjehotel’ terecht en werd vervolgens vanuit kamp Vught naar concentratiekamp Ravensbrück getransporteerd. Daar moet ze een tijd van totale uitputting hebben doorstaan.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft ze een aantal belangrijke functies bekleed.
Ze gaf o.a. leiding aan een Commissie van de Nederlandse Hervormde Kerk om de relaties met de Duitse Evangelische (ofwel: Protestantse) Kerken te herstellen. Op die manier kwam ze via West- en Oost-Duitsland ook in contact met kerken in andere Oost-Europese landen.
Vanaf 1957 werkte Hebe bij de Generale Diaconale Raad om de afdeling Internationale Hulpverlening (Werelddiaconaat) op te bouwen. Samen met haar zuster Hanna nam ze in 1961 deel aan de eerste Christelijke Vredesconferentie (CFK) in Praag.

Ze zorgde er met haar medewerkers voor, dat kerken in Oost-Europa steun vanuit Nederland ontvingen in de vorm van Bijbels, boeken, informatie, materiële steun zoals oliekachels en bromfietsen. Dat maakte haar tot ongewenste persoon in meerdere Oost-Europese landen ten tijde van de communistische regimes.

Na 1963 zorgde zij ervoor dat Nederlandse theologiestudenten in Oost-Europa konden gaan studeren. Toen ik haar in 1983 leerde kennen, deed ze dat dus al 20 jaar! Er hebben via Hebe ongeveer tachtig studenten in vijf Oost-Europese landen gestudeerd. Ze vond het vanzelfsprekend dat die studenten daarginds informatie over kerk en theologie in West-Europa verstrekten, en dat ze, terug in Nederland, haar op de hoogte zouden brengen van hun ervaringen in Oost-Europa.

Af en toe schreven wij elkaar in de twee jaren van mijn Hongaarse studie brieven. Tijdens de zomervakantie van 1984 werd ik door Hebe in Utrecht ontvangen, omdat ze bijgepraat wilde worden over mijn ervaringen in Boedapest.

Na de Omwenteling ontving ze eredoctoraten van de Karelsuniversiteit in Praag en van de Protestantse Theologische Hogeschool in Cluj, Roemenië. Van de Amerikaanse regering ontving ze de Medal of Freedom with Silver Palm.

Pas in 2007 hebben Hebe en ik elkaar weer ontmoet, omdat ik in de jaren daarvoor altijd te ver bij haar vandaan woonde om aanwezig te kunnen zijn op haar verjaardagen. Op haar 100ste verjaardag hebben Tünde en ik gelukkig wel aanwezig kunnen zijn. Ze hield toen een gloedvolle toespraak, waarin haar herinneringen aan Ravensbrück een belangrijke plaats innamen. Ook sloot zij de dag af met een aantal exegetische bevindingen rond het Matteüs Evangelie, als ik het me goed herinner.

Tot slot zongen de vroegere medewerkers en studenten van Hebe haar die dag toe:

“Bis hierher hat mich Gott gebracht
durch seine große Güte
bis hierher hat er Tag und Nacht
bewahrt Herz und Gemüte,
bis hierher hat er mich geleit’,
bis hierher hat er mich erfreut,
bis hierher mir geholfen.”

ds. Douwe Boelens

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters