22 april 2014

De Vreugde van het Evangelie

‘Ik verkies een gehavende Kerk, gekneusd en vuil omdat ze de straat is opgegaan, eerder dan een Kerk die ziek is omdat ze in zichzelf zit opgesloten, gehecht aan het comfort van haar eigen zekerheden…. Meer dan de vrees ons te vergissen, hoop ik dat we bezield blijven door de vrees opgesloten te zitten in structuren die ons een valse bescherming geven, in normen die ons tot onverbiddelijke rechters maken, in gewoontes waarin we ons comfortabel voelen, terwijl er buiten een uitgehongerde menigte wacht en Jezus maar voor ons blijft herhalen: “Jullie moeten hun te eten geven” (Mc 6,37).’ (par. 49)

Deze zin typeert het karakter van de ‘exhortatie’ Evangelii Guadium ( de ‘Vreugde van het Evangelie’) welke Paus Franciscus enkele maanden geleden uitgaf en die sinds een paar weken ook in het Nederlands beschikbaar is . Een exhortatie heeft minder autoriteit dan een encycliek en dient vooral beschouwd te worden als een aansporing aan de Kerk en haar leden. In de oproep van de nog relatief nieuwe Paus klinkt een verfrissend geluid vanuit de hiërarchie van de Rooms-katholieke Kerk. In plaats van leerstellige zekerheden staan begrippen als vreugde, barmhartigheid, openheid, hoop en liefde centraal. Het stuk is geschreven in veelal vlotte en persoonlijke stijl. De Paus schrijft regelmatig in de ‘ik-stijl’ waardoor de tekst nog toegankelijker wordt en men zich vaak persoonlijk aangesproken voelt. Uit de directe stijl blijkt nog eens wat een ‘buitengewoon gewone’ man Franciscus is. Zijn enthousiasme voor het evangelie werkt aanstekelijk en het belang van de exhortatie overstijgt ver de grenzen van zijn kerk. De tekst zou heel goed kunnen dienen voor gespreksgroepen in de VPKB en de inhoud kan ook inspiratie geven voor preken in onze kerk. Een heel gedeelte van de exhortatie is overigens gewijd aan het preken. Daarin worden behartenswaardige zaken geschreven over de voorbereiding (vanuit een houding: ‘Spreek Heer, uw dienaar luistert’) , de stijl (niet louter moraliserend), de inhoud (geen vragen beantwoorden die niemand zich stelt) en de lengte (kort en krachtig) van een preek. Wij leggen in onze kerk een andere nadruk op de bediening van het woord. Toch denk ik dat velen van ons hun voordeel zouden kunnen doen met de ideeën van Franciscus.

Vreugde

Er zijn christenen die, volgens Paus Franciscus, iets van ‘vasten zonder Pasen’ over zich hebben (par. 6). Ook vindt de Paus dat zich een ‘psychologie van het graf’ ontwikkelt die christenen geleidelijk aan verandert in museumstukken (par. 83). Natuurlijk gaan we allemaal wel eens door moeilijke en pijnlijke momenten in het leven. Toch is er altijd de ‘lichtstraal die geboren wordt uit de persoonlijke zekerheid dat we oneindig bemind worden, dwars door alles heen’ (par. 6). In het evangelie – de Blijde Boodschap – is vreugde een belangrijk begrip dat als een rode draad door de teksten heen loopt. Het begint al bij de aankondiging van de geboorte van Jezus met de groet van de engel aan Maria: ‘Verheugt u!’ (Luc 1:28). En ook bij het zien van de verrezen Christus verheugden de leerlingen zich (Joh 16:20). ‘Waarom zouden wij dan ook niet in deze stroom van vreugde stappen?’ (par. 5).

Een heel artikel is gewijd aan de vreugde van het evangeliseren. Afkomstig zijnde uit Argentinië, zal de Paus bij het schrijven van dat gedeelte de ervaringen van zijn kerk in Latijns Amerika wel in gedachten hebben gehad. De traditionele kerken kalven daar in hoog tempo af, mede als gevolg van de levendige wijze waarop de Pinksterkerken en de Evangelicals hun boodschap overbrengen. Van hen kunnen we zeker meer enthousiasme leren.

Interessant is de insteek op het punt van evangelisatie. Het gaat er Franciscus niet om dat wij op de hoeken van de straten met de Bijbel gaan zwaaien. De Kerk groeit niet door te proberen mensen te bekeren (proselitisme) maar door aantrekkingskracht (par. 14). Evangelisatie en zending zijn het sterkst en het meest geloofwaardig wanneer de Kerk zelf het goede voorbeeld geeft. Hiertoe moet een evangeliserende gemeenschap het dagelijks leven van mensen delen: ‘De verkondigers krijgen zo dezelfde ‘geur van de schapen’ die luisteren naar hun stem’ (par. 24). In die zin moet de Kerk zelf ook geëvangeliseerd worden.

Open kerk

Franciscus ziet graag een open kerk waar meer over genade en minder over de wet wordt gesproken (par. 38). Interessant is dat hij daaraan toevoegt dat zelfs de toegang tot de sacramenten niet om een of andere reden afgesloten zou mogen zijn. Hij verwijst hier (uiteraard) met name naar de doop, maar noemt ook de eucharistie. Hierover zegt hij dat we ons vaak gedragen als controleurs in plaats van bewerkers van genade. De Kerk is geen douane. (par. 47). Wordt hiermee de deur voorzichtig op een kier gezet voor ‘eucharistische gastvrijheid’? Betekent dit dat de weg wordt vrijgemaakt voor het delen van het Heilig Avondmaal of is deze interpretatie te optimistisch?

Overigens blijven de paragrafen in de exhortatie over de oecumene nogal magertjes. De Paus bezigt de juiste diplomatieke en beleefde taal, spreekt over andere christenen als ‘tochtgenoten’ en medepelgrims (par. 244-246) maar kan het blijkbaar niet over zijn hart verkrijgen andere kerken ook als ‘kerken’ te betitelen. Hij noemt die zuinigjes ‘andere geloofsgemeenschappen’ (par. 70).

Positie van de vrouw

Ook wat betreft de positie van de vrouw in de Kerk biedt de exhortatie weinig hoop op wezenlijke veranderingen. De Paus erkent ‘de onmisbare bijdrage van de vrouw in de samenleving’ en pleit ervoor meer ruimte te geven aan vrouwen in de Kerk (par. 103). Het priesterschap is echter een kwestie waarover niet gediscussieerd kan worden; dat blijft voorbehouden aan de man. Mensen die hier moeilijk over doen, stellen, volgens de Paus, sacramentele bevoegdheid teveel gelijk met macht. Hoewel te verwachten, blijven zulke woorden toch altijd weer uiterst teleurstellend. Zou de Paus werkelijk zelf geloven dat sacramentele bevoegdheden in de hiërarchisch georganiseerde  Rooms-katholieke Kerk los gezien kunnen worden van de macht van priesters en bisschoppen?

Optie voor de armen en economie

Ten aanzien van de armen en het functioneren van de economie trekt de exhortatie lijnen door die al in vorige encyclieken zijn uitgezet, met name in
Sollicitudo Rei Socialis (1987) en Centesimus Annus (1991). De armen hebben een bijzondere plaats in het hart van God omdat Hij zelf ‘arm is geworden’ (2 Kor 8:9) en Jezus is gekomen om aan armen de blijde boodschap te brengen (Luc 4:18) (par. 197). Vanwege deze goddelijke voorkeur heeft de Rooms-katholieke Kerk een ‘voorkeursoptie voor de armen’. De armen hebben ons veel te leren want zij kennen de lijdende Christus door hun eigen lijden. Het is, volgens Franciscus, noodzakelijk dat wij ons door de armen laten evangeliseren. Deze zienswijze komt overeen met die van de Wereldraad van Kerken die tijdens de recente Assemblee in Busan sprak over ‘zending vanuit de marges’ van de samenleving.

In scherpe bewoordingen spreekt Paus Franciscus over de economie:

‘Net zoals het verbod “niet te doden” een grens aangeeft die de waarde van het menselijk leven duidelijk stelt, dienen we vandaag “neen te zeggen tegen een economie van uitbuiting en sociale ongelijkheid”. Zo’n economie is moordend. Het kan toch niet dat de dood van een oudere persoon die op straat moest leven geen nieuws is, terwijl het zakken van de beurs met twee punten dat wel is. Dat is uitsluiting… Uitgestotenen worden niet “uitgebuit”, ze zijn overschot, “resten” (par. 53). Bijna ongemerkt zijn we gevoelloos geworden voor de noodkreet van anderen. Dit heeft geleid tot een “mondialisering van de onverschilligheid” (par. 54).’

Evangelie en cultuur

Spannend wordt de exhortatie wanneer de relatie tussen evangelie en cultuur ter sprake komt. Over de preek schrijft Franciscus dat die ‘geïncultureerd’ zou moeten zijn. De blijde boodschap van het evangelie dient de cultuur waarbinnen die verkondigd wordt serieus te nemen. Tussen die twee dient een ‘synthese’ plaats te vinden. De vertaalslag tussen het evangelie en de cultuur die een voorganger maakt, zegt veel over de prediker zelf. Terecht schrijft de Paus: ‘Waar jouw ‘synthese’ ligt, daar ligt ook je hart (par. 143).

Het christendom heeft, volgens Franciscus, niet één uniek cultureel model maar neemt het gelaat aan van de ontelbare culturen en volkeren. Hierdoor brengt de Kerk haar ware katholiciteit tot uitdrukking en toont ze ‘de schoonheid van haar veelzijdige aanschijn’. De Kerk die de waarden van de verschillende culturen opneemt, wordt als ‘de bruid die zich met haar juwelen siert’ (par. 116).

Helaas stopt de Paus op het punt waar de discussie zou moeten beginnen. Tot hoever kan men gaan met inculturatie? Wanneer wordt inculturatie ‘syncretisme’? Wie bepaalt dit? Aan de hand van welke criteria? Wij geven elkaar met Pasen zonder probleem eieren en een paashaas. Met Kerst zetten wij vrolijk een heidens symbool als een kerstboom in de kerk. Maar een totempaal gemaakt door Canadese indianen mocht niet bij het hoofdkantoor van de Wereldraad van Kerken geplaatst worden. Nochtans wordt een totempaal niet aanbeden. In Afrika bestaan kerken die zich christelijk noemen en ‘veelwijverij’ toelaten. Is dat een aanvaardbare vorm van inculturatie? Op dit soort vragen geeft de exhoratie geen antwoord.

Naar mijn smaak gaat de Paus ook wat te gemakkelijk om met volksdevotie. Volksgeloof betreft een ‘spiritualiteit die echt geïncarneerd is in de cultuur van eenvoudige “mensen” (par. 124). Het is “een legitieme manier om het geloof te beleven” en “een natuurlijke zoektocht naar het goddelijke” (par. 125).’ Dat valt uiteraard te waarderen maar de calvinist in mij stelt opnieuw de vraag of er grenzen zijn aan wat nog acceptabel is, waar die grenzen liggen en wie dat bepaalt. Is fluoriserende verf op een Mariabeeldje een uiting van ‘het goddelijke’?

Bidden en werken

Wijze woorden staan in de paragraaf waarin het verband wordt gelegd tussen bidden en werken (par. 262). Evangelisatie kan niet beperkt worden tot mystieke beschouwingen die los staan van een sterk sociaal engagement. Evenmin kan sociaal engagement los staan van een spiritualiteit die het hart omvormt. IJver zonder spirituele voeding kan snel uitdoven, en spiritualiteit zonder werken is vruchteloos. Een christen ademt met de twee longen van Godsvertrouwen en maatschappelijke betrokkenheid, van bidden en werken.

Al met al heeft Paus Franciscus een inspirerende exhoratie geschreven waarin de vreugde van het evangelie luid en duidelijk doordringt. Protestanten zullen bij het lezen van het document af en toe wel eens de wenkbrauwen fronsen. Als men echter dit geschrift leest vanuit een geesteshouding dat er meer is dat ons bindt dan wat ons scheidt, is de exhortatie een schatkamer van inspirerende en bemoedigende gedachten. Een waarlijk verfrissend geluid uit Rome.

Rob van Drimmelen

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters