22 april 2014

De oude kerk als bron van inspiratie

Na een lange periode van dominantie zijn christenen in onze tijd in een minderheidspositie terecht gekomen. Het kan een gevoel van onwennigheid oproepen om niet meer serieus genomen te worden door de wereld om je heen. De overeenkomst met de oude kerk is, dat christenen toen ook in de minderheid waren. De geschiedenis van de oude kerk kan dus gelovigen helpen om een houding te bepalen in een cultuur die onverschillig of soms zelfs vijandig staat tegenover wat de kerk het meest dierbaar is. Als christenen in onze tijd zich bewust blijven van hun roeping en hun geloof, dan kunnen de beperkingen van het in de minderheid zijn een louterende uitwerking hebben.

Periode van de Apostolische vaders

De periode die direct volgt op de tijd van het Nieuwe Testament noemen we de periode van de Apostolische vaders.

Er is veel verwantschap tussen deze periode en de apostolische tijd. Vele geschriften van die tijd hebben de vorm van een brief. Inhoudelijk zijn de verschillen met de brieven van het Nieuwe Testament niet groot. In de brieven van de Ignatius, Clemens en Polycarupus gaat het om de beleving van het christelijk geloof en om de praktijk van het christen-zijn. Moeilijke dogmatische verhandelingen en speculatieve beschouwingen zul je er niet in vinden.

Ignatius schrijft in het begin van de tweede eeuw bijvoorbeeld over het martelaarschap dat hem te wachten staat. Hij verlangt ernaar, maar tegelijkertijd weet hij dat hij zichzelf in toom moet houden:

Ik ben vol gedachten over God, maar ik matig mijzelf, opdat ik niet door mijn trots ten onder ga. Integendeel: ik moet bang zijn om te luisteren naar de mensen die mij ophemelen…. Ik wil graag lijden, maar ik weet niet of ik het waard ben. Mijn al te vurig verlangen mag niet voor ieder zichtbaar zijn. Ik moet ertegen vechten. Mij past zachtmoedigheid. Dat is het beste verweer tegen de heerser van deze wereld.

Het leven van de oude kerk

In het begin van het boek Handelingen wordt een bijna idyllisch beeld geschapen van het leven van de oude kerk. Wat Lucas vertelt over het delen van elkaars bezit (Hand 2:42 e.v.), is heel opmerkelijk. Het is ingrijpend als mensen van geloof veranderen. Plotseling kunnen familierelaties fundamenteel gewijzigd worden. Maar je bezit verkopen om met anderen te delen? Misschien is dit wel het meest radicale voorbeeld in het Nieuwe Testament over hoe levens veranderd worden en hoe er nieuwe vormen van samenleven uitgevonden worden. Wat het communisme niet gelukt is om in afgedwongen vorm te realiseren, wordt hier op kleine schaal spontaan in de praktijk gebracht.

Hoe gaan wij om met geld?

De lijn die in het begin van Handelingen is ingezet, wordt voortgezet in de oude kerk. In 197 schreef Tertullianus een apologie, een verantwoording van het christelijk geloof. Opmerkelijk is het hoofdstuk, waarin hij schrijft over hoe er in zijn kerk in Carthago (het huidige Tunis) met geld wordt omgegaan.

Ook al is er bij ons een soort kas, toch wordt zij niet bijeen gebracht door verplichte stortingen… Ieder stelt op een bepaalde dag in de maand een bescheiden bijdrage beschikbaar. Het zijn als het ware de spaarpenningen der vroomheid. Want het wordt niet besteed aan eten en drinken en weerzinwekkende zwelgpartijen, maar om armen te voeden en te begraven, tot onderhoud van verweesde jongens en meisjes, van aan huis gebonden bejaarden, van schipbreukelingen, voor hen die tot de mijnen zijn veroordeeld of naar de eilanden verbannen zijn of in kerkers verblijven, voorzover dit althans is om de zaak van Gods volk…. Wij zijn een van hart en ziel en leven dus zonder reserve in gemeenschap van goederen. Alles bij ons is gemeenschappelijk bezit, behalve onze vrouwen.

Het is een passage, die te denken geeft. In onze tijd is het gebruikelijk dat het overgrote deel van het kerkgeld besteed wordt aan salarissen (met name van de voorganger) en aan gebouwen. Tertullianus beschrijft hier dat het kerkgeld in zijn tijd besteed werd aan diaconale doeleinden.

Het is moeilijk te beoordelen of Tertullianus hier misschien een te rooskleurig beeld heeft gegeven van de kerk van zijn tijd. Tenslotte is zijn boek een apologie en van opleiding was Tertullianus advocaat. Toch staat Tertullianus niet alleen in dit getuigenis. Justinus uit Rome spreekt in zijn apologie ook over geld dat ingezameld wordt voor wezen, weduwen, zieken, gevangenen en andere hulpbehoevenden.

Christelijke dienstbaarheid

Evenals de joden in het toenmalige Romeinse rijk onderscheidden christenen zich door hun levensstijl van hun omgeving. De reden waarom christenen vervolgd werden was dat ze zich op bepaalde punten niet wilden aanpassen. Ze waren wel bereid om te bidden voor de keizer, maar weigerden hem als een godheid te vereren. Dat christenen dit soms met de dood moesten bekopen, zorgde voor een omslag in de publieke opinie. Men ontdekte dat die christenen met hun dissident gedrag voor de rest onschuldige mensen waren, die hun geloof probeerden toe te passen in de praktijk van het leven. Op een wrede manier vonden ze de dood, maar wat hadden ze eigenlijk voor misdaad begaan?

Het meest gedocumenteerde geval van christelijke dienstbaarheid in de oudheid speelt zich af in de 3e eeuw.
Carthago werd in 252-254 getroffen door een epidemie, die in korte tijd een slagveld aanrichtte. Velen vluchtten uit de stad en zochten een veiliger onderkomen. Onder leiding van Cyprianus werd een grootschalige hulpverlening georganiseerd. Voedsel en kleren werden verdeeld en ondanks het gevaar van besmetting verzorgden christenen de zieken in de stad. Zij sloegen dus niet op de vlucht en maakten in hun hulpverlening geen onderscheid tussen christelijke en heidense slachtoffers. De epidemie was wijd verspreid en maakte ook in Rome en in Alexandrië (Egypte) vele slachtoffers.

Bisschop Dionysius van Alexandrië getuigt:

De meesten van onze broeders spaarden zich niet, maar gingen in naastenliefde en broederzin zo ver, dat zij het lot van anderen tot het hunne maakten. Zonder voorzorgen bezochten zij zieken en verzorgden hen als dienaren en helpers van Christus. En zij gingen vol vreugde met hen heen uit het leven; ze werden door anderen met ziekte besmet, kregen die en leden eraan zonder te klagen. En velen stierven na anderen verzorgd en getroost te hebben. Onze beste broeders lieten op deze wijze het leven, een aantal priesters, diakenen en leken verdienen grote lof…

Hoe geheel tegengesteld was het gedrag van de heidenen. Zij joegen diegenen die het begin van de ziekte vertoonden, weg, zelfs al ging het om mensen die hun het dierbaarst waren. En ze smeten halfdode mensen op straat. Zij wierpen lijken zonder begrafenis als vuilnis weg, om elk contact met de doden te vermijden.

Veranderingen

Het is niet overdreven om te stellen dat het christelijk geloof in de eerste eeuwen van onze jaartelling de wereld heeft veranderd.

In de oudheid was het niet ongebruikelijk om baby’s die ongewenst waren te vondeling te leggen. Het lot van deze baby’s was meestal de dood. Plato en Aristoteles waren voor legitimatie van kindermoord. Seneca bepleitte het verdrinken van ongewenste kinderen. Christenen waren verklaarde tegenstanders van kindermoord en abortus.

Ten tweede waren er de schouwspelen. Zoals voetbal tegenwoordig een populaire sport is, zo ging men vroeger vaak naar het theater, waar veroordeelden in het openbaar terecht werden gesteld. Voor de opwinding en het amusement kwamen de massa´s dus op de been om te zien hoe weerloze mensen hun einde vonden. Vele christenen in de oudheid zijn op deze manier martelaar geworden. De
apologeet Tertullianus schreef rond 200 een boek tegen het bezoeken van dit soort schouwspelen. Toen het christelijk geloof na Constantijn meer te zeggen kreeg, was het afgelopen met deze praktijk.

Nieuwe boodschap

Het christelijk geloof kwam dus met een nieuwe boodschap. Toch waren er ook vele gevaren, die de Kerk dwongen om weloverwogen keuzes te maken.

Er was de beweging van de gnostiek en de kerk van Marcion.

Bij de Montanisten bestond een personencultus rond een extreem eindtijdgeloof. Velen zochten hun toevlucht in deze beweging.

En dan was er nog de strijd over afvalligheid. Kun je terugkeren tot de Kerk als je je christelijke geloof door de vele bedreigingen hebt ver
loochend? De Rooms-katholieke Kerk vond dat dat na een moeizaam proces mogelijk moest zijn. De Novatianen en Donatisten vonden dit te toegeeflijk en scheidden zich af.

Toch heeft de kerk in gehoorzaamheid aan de Bijbel en de geloofsbelijdenis stand kunnen houden.

Jart Voortman

Nota: een uitgebreidere versie van  dit artikel vindt u op www.opengeloven.net onder ‘diverse artikelen’

 

 

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters