3 juli 2014

Avondmaalsbrood en dagelijks brood

Tijdens één van de afgelopen wijkavonden hebben we gesproken over de liturgie die wij in onze gemeente volgen. Dat leidde tot geanimeerde discussies, onder andere over de wijze waarop, en de frequentie waarmee wij het Heilig Avondmaal (zouden moeten) vieren. Na de zomer zal de kerkenraad op dit onderwerp terugkomen. Daarop vooruitlopend, zou ik graag alvast enkele eigen(zinnige?) gedachten met u willen delen.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ikzelf kan het Heilig Avondmaal op verschillende manieren beleven, afhankelijk van waar ik ben en hoe ik mij voel. Tijdens mijn reizen voor de Wereldraad van Kerken, mocht ik regelmatig deelnemen aan het Avondmaal van kerken die ik bezocht in verschillende delen van de wereld. Ik kon mij dan intens verbonden voelen met mensen die ik niet kende maar die ik toch ‘zusters en broeders’ mocht noemen. De andere kant van de medaille was dat, wanneer ik bijvoorbeeld in een rooms-katholieke kerk niet kon deelnemen aan de eucharistie, ik dat als zeer pijnlijk ervaarde. In een oosters-orthodoxe kerk mocht ik dan wel weer deelhebben aan het gezegende brood, wat de pijn enigszins verzachtte. Persoonlijk ervaar ik het nog steeds als een schande en een belediging van God dat Christenen nog steeds niet overal en altijd de ‘maaltijd des Heren’ met elkaar kunnen delen. Dat zijn sterke gevoelens. Blijkbaar gaat het voor mij bij het deelnemen aan het Heilig Avondmaal om diepe en existentiële vragen. Ik heb het vermoeden dat ik daarin niet de enige ben binnen onze gemeente.

Behalve zulke geestelijke en spirituele aspecten, kent het Heilig Avondmaal, naar mijn mening, ook materiële kanten. Het gaat niet alleen om het delen in het Lichaam van Christus in spirituele zin; het gaat ook om het ‘simpelweg’ delen van eten en drinken. Dit aspect van het Avondmaal kwam bij mij weer eens naar boven toen we onlangs, in een grote kring, brood en wijn deelden, en onze gasten van het project Onderdak daarbij aanwezig waren. Het delen van brood en wijn bij het Avondmaal heeft consequenties voor het delen in een bredere zin van het woord. Zowel op spiritueel vlak als in materiële zin, deelden de gemeente en onze gasten even het leven met elkaar.

Brood: de essentie van het leven

In de lijdensverhalen lezen we hoe Jezus zijn discipelen om zich heen verzamelde om voor de laatste keer een maaltijd met hen te delen (Lucas 22: 14-22). Mensen die ter dood veroordeeld zijn, hebben vaak recht op een laatste maaltijd voordat het vonnis wordt uitgevoerd. Het galgenmaal wordt hun door de gevangenis aangeboden. Jezus echter organiseerde zijn eigen afscheidsmaaltijd, zelfs voordat het proces had plaatsgevonden en het vonnis was uitgesproken.

Jezus wilde blijkbaar dat mensen zich hem zouden herinneren omdat ze samen gegeten hadden. Voedsel en maaltijden vormen een belangrijk thema in het leven van Jezus. Was hij immers niet geboren in Bethlehem – het Huis van het Brood? Tijdens zijn leven at Jezus met melaatsen, belastingophalers en mensen in de marge van de samenleving. Hij deelde brood met hen. God gaf manna in de woestijn en Jezus voedde de vijfduizend. Hij werd door de Emmaüsgangers herkend toen hij het brood met hen deelde. Jezus deelde brood – de essentie van het leven – met de mensen om hem heen. Dat is een centraal thema in het Evangelie – de Blijde Boodschap.

Wijn: leven in al zijn volheid

Overleven kunnen we ‘op water en brood’. Maar bij een echte feestmaaltijd hoort wijn. Brood en wijn verwijst naar ‘leven in al zijn volheid’ (Joh. 10:10). Als Jezus water in wijn verandert, herinnert ons dat aan ‘de maaltijd in het koninkrijk van God’ die ons beloofd is (Lucas 14:15). Brood en wijn horen bij de belofte van het koninkrijk. Daarom zegt Jezus dat hij brood en wijn is (Joh. 6:35, Joh. 15: 1-5). Het Avondmaal is dus een feest; een feest van het delen in gemeenschap.

Inclusief of exclusief?

In de loop der eeuwen zijn boekenkasten vol geschreven over ‘eucharistische theologie’, transsubstantiatie (verandert de hosti/het brood in het lichaam van Christus als wij het tot ons nemen?), en de betekenis van zoenoffer en vergeving van zonden. De betekenis hiervan wil ik niet onderschatten al gaat de soms ingewikkelde theologie mij wel eens boven de pet. Persoonlijk heb ik de indruk dat, door al deze ingewikkelde en geleerde discussies, wel eens vergeten wordt dat tijdens het Laatste Avondmaal ook gewoon brood en wijn werden gedeeld. Twaalf discipelen namen deel aan die maaltijd. Dat verwijst naar de twaalf stammen van Israël en symboliseert dat allen inbegrepen waren.

Maar wat oorspronkelijk een ‘inclusieve maaltijd’ voor allen was, is in de loop der eeuwen een ‘exclusieve maaltijd’ geworden waarvan mensen met andere theologische opvattingen, bijvoorbeeld over transsubstantiatie, werden uitgesloten.

Als econoom heb ik de neiging materiële aspecten niet te vergeten. Daarom kan er, naar mijn mening, geen scheiding worden aangebracht tussen het ‘dagelijks brood’ uit het ‘Onze Vader’ en het brood van het Avondmaal. Die twee betekenissen van brood kunnen niet van elkaar worden losgekoppeld. Dat zou ingaan tegen de kern van het Evangelie.

Het is zeker niet mijn bedoeling al het theologische werk over de betekenis van het Avondmaal onder het tapijt te vegen; daarvoor is het te belangrijk en te zinvol. Wel zou ik graag zien dat de ‘materiële’ aspecten worden opgewaardeerd. Vaker zouden we moeten beseffen dat voor Jezus, de man uit Bethlehem – Huis van het Brood –   het brood van het Laatste Avondmaal in het verlengde lag van het concrete brood dat hij tijdens zijn leven met zovelen deelde.

In die zin is het Avondmaal misschien wel een provocatie, een heenwijzing naar het feit dat honger uitgebannen zal zijn wanneer voedsel gedeeld wordt.

Het Laatste Avondmaal is een centrale gebeurtenis voor het christelijk geloof. Als er over dit thema in de loop der eeuwen niet zoveel ‘ge-theologiseerd’ was, zouden wij als Christenen misschien wel simpelweg door de wereld gekend zijn als een gemeenschap van mensen die voedsel met elkaar en met anderen delen!

Hoe vaak zouden we het Avondmaal in materiële zin moeten vieren? Vijf of zes maal per jaar? Of misschien wel elke dag?

Rob van Drimmelen

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters