20 februari 2012

Verhalen van misdaad en straf

Voor het oog van de wereld en voor het aangezicht van God

door ds. Anne Kooi

‘Dieu lui pardonnera, peut-être, mais le monde sera inflexible.’

Vertaald is dat: ‘God zal haar vergeven, misschien, maar de wereld zal onverbiddelijk zijn’. Dit citaat van Alexandre Dumas uit 1848 is een gevleugeld gezegde geworden. Het komt uit een roman van Dumas, maar die context is hier niet van belang. Men herkent iets in deze woorden dat kennelijk in algemene zin waar is: God zal deze vrouw (de overspelige vrouw, Joh. 9) misschien nog wel kunnen vergeven, maar de wereld is keihard in haar oordeel. De wereld, en dan denken we aan de menselijke samenleving in haar anonieme algemeenheid, is genadeloos, weten we. ‘Eens een dief altijd een dief’: zou, lijkt me, een Nederlandstalige pendant zijn van de constatering dat ‘de wereld’ niet-flexibel, onbuigzaam en star is in haar oordelen en veroordelen, en dus onverbiddelijk.
In de nazorg aan ex-gedetineerden die weer willen terugkeren in de samenleving komen we die starheid vaak tegen. Voor veel mensen is een detentie op het CV een blijvende last; een steeds terugkerend gegeven waaraan men tot in lengte van jaren in negatieve zin herinnerd wordt. Kansen op werk, huisvesting, verzekeringen, of op bijvoorbeeld het aangaan van een relatie, zijn enorm teruggelopen. Mensen voelen zich met de nek aangekeken. Detentie betekent niet alleen een vorm van uitsluiting tijdens het vastzitten; juist ook daarna wordt die uitsluiting uit de maatschappij zo bijzonder voelbaar. Precies dat wat een risico op terugval zou kunnen beperken is extra moeilijk bereikbaar geworden. Precies die dingen die je weer laten voelen dat je een gewaardeerd mens kan zijn, zoals in je werk of in een relatie, hebben een extra drempel gekregen.

Twee jaar afkicken

Met enige regelmaat ontmoette ik de afgelopen jaren iemand, laten we hem Patrick noemen, die telkens weer terugkwam in de gevangenis. Patrick heeft een verslavingsprobleem. Hij is slim en hij heeft een gediagnostiseerde, maar feitelijk onbehandelde psychische aandoening. Het kan allemaal samengaan. In 2008 en 2009 was hij een tijd uit beeld, omdat hij een specifieke maatregel voor veelplegers opgelegd had gekregen: een soort gedwongen behandeling in een programma dat maximaal twee jaar duurt. In die tijd zitten mensen gevangen, maar het is de bedoeling dat ze langzaam maar zeker via werk en onderdak naar een stabiel en drugsvrij leven buiten geleid worden. Deze periode zat er voor Patrick nog maar nauwelijks op, of hij kwam al weer in de gevangenis terecht. Patrick zag er opmerkelijk gezond uit. Die twee jaar afkicken hadden hem zichtbaar goed gedaan. Wat was er dan misgegaan? Patrick was vrijwel klaar geweest met zijn traject, maar er was – hoewel dat wel de bedoeling was – op het cruciale moment geen onderdak voor hem. Hij kon wel ergens terecht, maar het vrijkomen van die plek zou nog een week of twee duren, en die weken moest hij zelf maar zien te overbruggen. Feitelijk was hij voor die tussenperiode dakloos. Die tijd heeft hij niet zonder te stelen kunnen overbruggen. En hij had in de kou weer drugs gebruikt.

Geloofszekerheid

Dit voorbeeld van Patrick wil ik graag voorop stellen. Want er is ook een andere kant aan het werken met gedetineerden en ex-gedetineerden. Omdat ik feitelijk met mannen werkte verander ik de uitspraak van Dumas een beetje. Het betreft nu een man. ‘God zal hem vergeven, misschien, maar de wereld is onverbiddelijk’. Als de wereld hem afwijst, zal God hem dan wel in genade aannemen? Of God vergeeft staat in dit gezegde nog maar te bezien. Misschien wel, maar misschien ook niet. Misschien is het een principieel niet-weten van degene die spreekt, omdat hij of zij zich niet op de plek van God wil stellen. Maar er ligt in dat ‘misschien’ ook nog wat anders.
Gedetineerde Hans, man van een jaar of zeventig, tanig en blakend van gezondheid met levendige ogen, en van goede hervormde huize komend, was gearresteerd omdat er sprake zou zijn van seksueel misbruik van een van zijn kleindochters. Later vertelde hij dat de beschuldigingen alleen maar erger werden, omdat nu ook al een van zijn dochters met verhalen kwam. Een psycholoog van de gevangenis gaf me – geschokt – mee, dat Hans bij hem vol geloofszekerheid had gezegd te kunnen vertrouwen op de vergeving van zonden, waaraan hij door het verzoenend lijden van Jezus Christus deelachtig was geworden.
Voor zover gedetineerde Hans een dader is en in het dadertraject van het gevangenispastoraat in beeld is, is er bij andere instanties pastorale zorg voor zijn slachtoffers. Die twee lijnen in het pastoraat leveren een principiële spanning op die bijna niet uit te houden is. De ervaring van slachtoffers houdt mij een spiegel voor. Bijvoorbeeld dat de vraag om, of soms bijna de claim op ‘vergeving’ van de dader richting slachtoffer een nieuwe fase kan inluiden van de greep die een dader heeft of probeert te hebben op zijn slachtoffer. Bij het ontwikkelen van zgn. ‘herstelgericht pastoraat’ wordt expertise ontwikkeld rond slachtoffer-dader-contacten die indringend genoeg is, maar dat voert nu te ver. Maar ik wilde graag wel de spanning voelbaar maken in de emotionele waardering van de verschillen in de posities van slachtoffers en daders. Dat maakt het hopelijk ook inzichtelijk waarom ‘vergeving’ soms heilzaam tussen haakjes gezet moet worden. En waarom de twee brandpunten van dader en slachtoffer binnen één verhaal vaak moeilijk verenigbaar zijn.

De business van het vergeven

Voltaire zei ooit: ‘Dieu se doit de nous pardonner, c’est son métier’: ‘God moet ons wel vergeven, dat is zijn vak’. God zit in de business van het vergeven, zou je tegenwoordig zeggen. Voltaire sprak die woorden vol scepsis, vanuit een irritatie over het routineuze in het verwachten van dit ‘vergeven’. Althans van het ‘vergeven’ dat kennelijk in zijn ogen door de kerk van zijn dagen aan God werd toegeschreven. Vanuit het gezichtspunt van de slachtoffers van misdaden in deze wereld is dit vergeven uiterst problematisch. ‘Een wereld waarin de vergeving almachtig is, wordt onmenselijk,’ schreef Emmanuel Levinas en bij hem lezen we ook: ‘Hij die de wereld geschapen heeft kan de misdaad die de ene mens tegen de andere pleegt niet verdragen, niet vergeten.’ Levinas schrijft in de lijn van de joodse theologie en dat doet hij tegen de achtergrond van de holocaust. Dat is misschien te zwaar aangezet voor de context waarin wij nu spreken, maar aan de andere kant: niet zelden worden de trauma’s van slachtoffers van hedendaags geweld beschreven als ervaringen die een oorlogssituatie niet veel ontlopen. Ik las deze zinnen van Levinas in een artikel van ethicus Frits de Lange waarin hij met name de theologie van Dietrich Bonhoeffer belicht. De kritiek van Bonhoeffer vat hij samen als een protest tegen de verkerkelijking van de ‘vergeving’. Ik citeer De Lange in zijn interpretatie van Bonhoeffers visie op de kerk: ‘Zij heeft zich in de rechtvaardigingsleer blindgestaard op de zondaar die vergeving krijgt, maar het slachtoffer tegen wie gezondigd wordt, uit het oog verloren. Alles heeft de kerk met de roze mantel van een God die de zondaar genadig is, willen bedekken. Zij heeft de zonde niet bij name willen noemen om de zondaar niet al te zeer te ontrieven. (…) Door de vergeving zo te individualiseren en te spiritualiseren, en haar tot een religieus automatisme te maken voor de gelovige enkeling, heeft de kerk haar ethische strekking geminimaliseerd.’ Voor Bonhoeffer betekende dat inzicht dat hij onderscheid maakt tussen goedkope en kostbare genade. In de context van de Duitse kerken in de aanloop naar WOII die met vergeving ‘strooien’, terwijl ze naar Bonhoeffers inzicht zelf vergeving zouden moeten zoeken, zegt hij: ‘In dieser Kirche findet die Welt billige Bedeckung ihrer Sünden, die sie nicht bereut und von denen frei zu werden sie erst recht nicht wünscht.’ Vertaald: ‘In deze kerk vindt de wereld goedkope afdekking van haar zonden, waar ze geen berouw van heeft en waar ze niet oprecht van bevrijd wenst te worden.’

Een uniek levensverhaal

De aandacht voor slachtoffers moet mogelijk veel beter tot zijn recht komen, maar ik denk dat dat niet ten koste hoeft of hoort te gaan van een verstandige en begrijpende uitvoering van de detentie, plus van de manier waarop mensen weer worden opgenomen in de maatschappij. Ik heb vaak gemerkt dat bij nader inzien een dader niet alleen vergeving zou moeten vragen, maar dat hij of zij tegelijkertijd zelf ook veel te vergeven heeft. Ieder mens heeft een uniek levensverhaal met lichte en donkere kanten, en dat geldt voor delinquenten net zo goed. Er is mensen soms al heel veel aangedaan voor ze zelf over de schreef gaan. Het is goed om ons te realiseren dat dader-zijn of slachtoffer-zijn te maken heeft met de positie die iemand in een conflict inneemt; het is in oorsprong géén identiteit. Maar dat neemt niet weg, dat wanneer er niet wordt ingezet op werken met en door de dader zelf aan zelfinzicht, het straffen naar mijn idee zijn doel voorbij schiet.
Frits de Lange denkt over een samenleving waarin ‘vergeving’ geen rol meer zou hebben: ‘mensen worden dan meedogenloos aan elkaars oordeel overgeleverd, samenleven wordt een eindeloze cirkelgang waarin ze elkaars erkenning zoeken, maar aan elkaars verwachtingen niet kunnen voldoen en onder elkaars oordeel moeten bezwijken. Dan krijgen we een genadeloze samenleving die alleen nog maar eist en niets geeft, omdat ze ook niets te vergeven heeft. (…) Daarom heeft de ethiek vergeving nodig.’ In zijn Kirchliche Dogmatik schaart Karl Barth de zending van de christelijke gemeente als een roeping die vanwege de Heilige Geest wordt verstaan, onder de leer van de Verzoening. Diaconaat en zo ook de dienst van de gemeente in het pastoraat, hoort bij het verzoenend werken van God in de wereld. Dus toch! We zullen de Jom Kippur, de Grote Verzoendag als gave van God zelf niet kunnen negeren. Bert ter Schegget, die bekende zijn leven lang niet uitgedacht te zijn over ‘verzoening’, zei het als volgt: ‘Verzoening is een visioen van de gemeente, die, als lichaam van de Messias, de Gekruisigde prijst als de Opgestane en Verheerlijkte. En dat doet de gemeente door de minste leden te eren voor het forum van de wereld, waarin nog steeds macht en aanzien gelden. Zij doet het tòch!’

(Dit artikel is een bewerking van een lezing die op 26 november 2010 gehouden is voor de studiemiddag van ‘Festus’; forum voor samenlevingsvragen van de Protestantse Kerk Nederland)

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters