13 juni 2012

Karakter en gezicht van de oude mens

door Jan Prillevitz

Toen de jonge Indische prins Siddharta, die later de Boeddha zou worden, zich voor het eerst van zijn leven buiten het vaderlijk paleis waagde, zag hij een man met witte haren en een slap gebogen lijf, moeizaam leunend op een stok. Onbekend met de schaduwkanten van het leven vroeg de prins zijn koetsier wat die man mankeerde. Het antwoord luidde: ‘Hij is gebroken door wat men ouderdom noemt. Dat is de moordenaar van schoonheid, de vernietiger van kracht, de oorsprong van verdriet, het einde van genietingen, de ondergang van gedachten, de vijand van de zintuigen.’

Boeddha’s koetsier drukt zich directer uit dan de schrijver van het bijbelboek Prediker, die in hoofdstuk 12 van zijn geschrift ongeveer hetzelfde zegt, maar dan in verhullende beeldspraak. Elke Bijbellezer kent zijn beschrijving van ouderdom en aftakeling, van de ‘kwade dagen’ die gaan komen, als de wachter trillend voor het huis staat, de deuren naar de straat gesloten worden, de molen geen geluid meer maakt, de weg vol gevaar is, de amandelboom zijn wintertooi behoudt, de kapperbes uitdroogt… Ik neem een paar beelden uit Prediker 12 in de Nieuwe Bijbelvertaling, die ik overigens minder poëtisch vind dan die van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951.

Soms frons je je wenkbrauwen als je kijkt naar het verschil in vertaling van één en dezelfde Bijbeltekst. Neem Leviticus 19 vs. 32. In de Statenvertaling staat: ‘Voor het grauwe haar zult gij opstaan, en zult het aangezicht des ouden vereren’. In sommige Engelse vertalingen kom je hetzelfde tegen: ‘Thou shalt rise for the hoary head and honour the face of the old man’ (‘man’ hier als ‘mens’ bedoeld).Wat de Nederlandse vertalingen betreft: noch in de NBG-tekst, noch in de NBV, noch in de Groot Nieuws Bijbel komt het ‘aangezicht’ en het eren daarvan voor. Alleen in de Naardense Bijbel van Peter Oussoren staat: ‘…en opluisteren zul je het aanschijn van wie oud is.’ Dat lijkt me meer een tekst voor de wachtkamer van een plastisch chirurg of visagiste.

Aan dat ‘honour the face of the old man’ knopen de Amerikaanse psycholoog James Hillman (in zijn boek De kracht van karakter. Over de waarde van ouder worden, 2000, uitgave Bert Bakker) en de Italiaanse filosoof Umberto Galimberti (Mythen van onze tijd, 2009, Ambo Amsterdam) beschouwingen vast over het verband tussen karakter en gezicht van de oude mens. Karakter, schrijft Hillman, is ‘dat specifieke geheel van eigenschappen, zwakheden, genoegens en overtuigingen, die identificeerbare figuur die onze naam draagt, ons verleden heeft en een gezicht dat een ‘ik’ weerspiegelt’. Hij stelt dat het eindpunt van ouder worden niet de dood is, maar het onthullen van ons karakter dat een lange incubatietijd nodig heeft om in al zijn karakteristiekheid te verschijnen, eerst aan onszelf en dan via ons gezicht aan anderen. ‘Gezicht’ heet zo omdat het ‘mij laat zien’ zoals ik ben, met al mijn goede en slechte eigenschappen. Dat gezicht mag ik niet verbergen. Dat mag alleen God met het Zijne, omdat Hij alleen is. Het gezicht van de oude mens, goed of slecht, maar zonder vervalsing, hoort thuis in onze samenleving. Het toont immers ieders toekomst. ‘Daarom zouden we misschien de cosmetische chirurgie moeten verbieden en facelifts moeten beschouwen als ‘misdaad tegen de menselijkheid’, schrijft Hillman. Ze ontnemen niet alleen het gezicht aan de ouderen, maar geven uiteindelijk ruimte en steun aan de mythe van de jeugd, die de ouderdom ziet als wachtkamer voor de dood’.

Er zijn natuurlijk ouden die niets eerbiedwaardigs hebben, voor wier grijze haren niemand zou moeten opstaan en die nog in staat zijn het leven van anderen te verpesten. Hun gezicht straalt dat uit. Dat is misschien de reden geweest waarom de meeste opvolgers van de Statenvertalers dat ‘vereren van het aangezicht’ maar hebben weggelaten. Te generaliserend. Oude boeven gaan doorgaans met boeventronie de kist in. Er zijn talloze ouden tot stokouden van wier gezicht te lezen is dat ze pestkop, kankerpit, zuurpruim, lafaard, intrigant, ruziezoeker, racist of bedrieger  waren en zijn. Ik hoorde onlangs op de Nederlandse televisie dat in sommige verzorgingshuizen zo gepest wordt dat de slachtoffers zich dag en nacht in hun kamer opsluiten.

Andere ouden worden niet moe aan jongeren uit te leggen hoe belangrijk ze wel zijn geweest in het verleden. Ze zijn niet bij machte het uit illusies, ambities en ijdele zelfbeelden opgetrokken masker dat ze gedurende hun actieve leven hebben gedragen, op tijd te laten vallen. Een Russisch schrijver heeft eens gezegd dat het de grootste heldendaad van een mens is, als hij zich in het leven met een tweederangsrol tevreden kan stellen. Maar veel bejaarde opscheppers kennen zichzelf achterwaarts een eersterangsrol toe, zonder in te zien dat wat ze zijn geweest en hebben gedaan al half of helemaal vergeten is. ‘Lucht en leegte’, waarschuwt Prediker (in de NBV), ‘alles is leegte’.

De laatste levensfase biedt juist de gelegenheid om komaf te maken met ijdelheid, zelfingenomenheid en vals bewustzijn, kortom met alle vormen van schijnbestaan. Het gaat er eerder om een manier van leven te ontwikkelen die het dichtst in de buurt komt van het Griekse alètheia: een ‘poging om ons in contact te brengen met de naakte werkelijkheid die schuilgaat achter het gewaad van valsheid.’ Niemand heeft dat beter onder woorden gebracht dan de Duitse dichter en romancier Theodor Fontane:

Immer enger, leise, leise,
Ziehen sich die Lebenskreise,
Schwindet hin, was prahlt und prunkt,
Schwindet Hoffen, Hassen, Lieben,
Und ist nichts in Sicht geblieben
Als der letzte dunkle Punkt.

De Romeinse filosoof en politicus Cicero roept in De Senectute, zijn beroemde verhandeling over de ouderdom, de oude mens op zich terug te trekken uit de krioelende massa en over te gaan tot het vita comtemplativa, het beschouwende leven, dat de mens maakt tot wat hij eigenlijk zou moeten zijn.

De Italiaanse rechtsfilosoof Norberto Bobbio (1909-2005) schreef onder dezelfde titel als Cicero, De Senectute, een boekje over oud zijn. Bobbio was winnaar van vele wetenschappelijke prijzen, kreeg eredoctoraten van verschillende universiteiten in Italie en daarbuiten en werd in zijn vaderland tot ‘senator voor het leven’ benoemd. Hij zat gevangen onder Mussolini en bestreed in zijn laatste jaren nog het platte populisme van Berlusconi. Ver in de tachtig schreef hij: ‘Maar nu ben ik tot de heldere, maar deprimerende overtuiging gekomen, dat ik pas aan de voet van de ‘boom der kennis’ ben aangeland. Ongeacht alle eerbewijzen en prijzen die mij ten deel zijn gevallen, die mij weliswaar welkom waren, maar die ik nooit heb begeerd en ook niet nodig had, hebben de vruchten van mijn werk mij zeker niet de grootste en duurzaamste vreugden van mijn leven bezorgd. Die heb ik gevonden in menselijke betrekkingen, met leermeesters die mij hun kennis hebben overgedragen, met mensen die ik heb lief gehad en die mij lief hadden, met allen die mij na staan en die mij nu aan het einde van mijn leven begeleiden’.

Dat is de echte Griekse wijsheid van de alètheia.

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters