3 maart 2012

Friedrich Schleiermacher (1768-1834)

Kerkvader van de negentiende eeuw

door Jan Prillevitz

Friedrich Schleiermacher

Begin 1787 schrijft een 19-jarige Duitse theologiestudent aan zijn vader, een Hernhutter-predikant:

’Ik kan niet geloven dat het de ware, eeuwige God was die zichzelf slechts zoon des mensen noemde; ik kan niet geloven dat zijn dood een plaatsvervangende verzoening was omdat hij dat zelf nooit uitdrukkelijk heeft gezegd. Ik kan ook niet geloven dat dit noodzakelijk was, want God kan toch de mensen, die hij blijkbaar niet volmaakt geschapen heeft maar slechts met het streven daarnaar, onmogelijk eeuwig straffen omdat zij niet volmaakt zijn geworden’.

De student heette Friedrich Schleiermacher en over de grote theoloog die hij later zou worden, schreef zijn opponent Karl Barth: ’Aan de top van de geschiedenis van de theologie van de nieuwste tijd staat nu en voortaan altijd alleen de naam Schleiermacher. Op hem is van toepassing wat hij zelf gezegd heeft van Frederik de Grote: ”Hij richtte geen school op, maar een tijdperk.”’
Friedrich Schleiermacher, een vroegrijp genie en al snel na publicatie van zijn eerste werken een Europese beroemdheid, was niet alleen theoloog en predikant (met altijd volle kerken), maar ook filosoof en psycholoog, pionier van de moderne pedagogiek, taalkundige, vertaler van Plato, politicus, cultuurcriticus, universiteitsbestuurder, maatschappelijk organisator, journalist. Een wonder van veelzijdigheid en werkkracht. In dat opzicht doet hij denken aan de Nederlander Abraham Kuyper, theoloog, politicus en journalist, oprichter van een dagblad, een kerkgenootschap, een politieke partij, een universiteit, parlementariër en minister-president.
Friedrich Daniël Ernst Schleiermacher, in 1768 in Breslau geboren, was de nakomeling van twee ’reformierte’ families. Zijn grootvader was piëtistisch predikant in een gemeente, die tot sekte verwordde en aangeklaagd werd wegens toverij en hekserij. Piëtist was ook Friedrichs vader, althans in zijn jonge jaren en aan het eind van zijn leven. Daar tussendoor hing hij de Verlichting aan en was actief in de vrijmetselarij. Op 50-jarige leeftijd keerde hij terug naar de Broedergemeenschap van de Hernhutters.
Zijn zoon gaat in 1787 theologie studeren aan de rationalistisch georiënteerde Universiteit van Halle, waar Friedrich zich meer bezig houdt met de bestudering van Plato, Aristoteles en vooral Kant dan met de voorbereiding op het predikantsambt. Zes jaar lang is hij huisleraar bij een Pruisische graaf en in 1794 volgt zijn bevestiging tot predikant in Landsberg. In 1796 krijgt hij een benoeming tot ziekenhuispredikant in Berlijn. In die Pruisische hoofdstad komt hij in aanraking met een groep Romantici, voornamelijk schrijvers en dichters, die zich afzetten tegen het allesoverheersende rationalisme van de Verlichting en gevoel en intuïtie weer een kans willen geven. Schleiermacher raakt diepgaand onder hun invloed en in 1799 publiceert hij op aandrang van zijn vrienden zijn eigen romantisch manifest onder de titel Über die Religion: Reden an die Gebildeten unter ihren Verächtern.

Evenwicht

Dat boek wil zijn lezers ervan overtuigen dat religie niet in de eerste plaats een zaak van weten en doen is, maar van gevoel, en wel van gevoel voor het Oneindige dat zich in weten en doen ontplooit.
De theologie van het boek wordt ook wel ervarings- of bewustzijnstheologie genoemd. Het eigene van godsdienst is volgens de schrijver een mysterieuze ervaring, een bewogen worden door de wereld van het Eeuwige. Godsdienst is een kwestie van gevoel, zin en smaak voor het Oneindige. Schleiermacher spreekt in zijn werk vaak over het ’oceanische gevoel’.
Dat klinkt nogal vaag, maar wat Schleiermacher concreet bedoelt is dit: wij leren God alleen kennen door intuïtieve analyse van onze religieuze ervaring. Wij vinden Hem niet in de kosmos, ook niet (uitsluitend) in de Bijbel, maar in de diepten van de psyche. Spreken over Hem kunnen we alleen vanuit ons menselijk bewustzijn. Duik dus in dat bewustzijn, ervaar het Oneindige en Heilige en klim van daaruit op tot aanschouwing van het goddelijke. Het wezen van godsdienst is de openbaring van het Oneindige in het heiligdom van de afzonderlijke ziel.
Deze opvatting van religie, die doet denken aan de Middeleeuwse mystici, is schatplichtig aan de cultus van het persoonlijk gevoel in de Romantiek, de cultuurstroming die een reactie was op het kille rationalisme van de ’Aufklärung’, de Duitse versie van de Verlichting. Schleiermacher kiest noch voor de naar atheïsme neigende intellectuelen van zijn tijd, noch voor het piëtisme en fundamentalisme van het gelovige volk, noch voor een orthodoxie die God heeft gedomesticeerd en opgeborgen in veel te verstandelijke dogma’s, maar voor een theologie van het in ieder mens aanwezige, vaak sluimerende religieuze bewustzijn dat in de geschiedenis steeds weer door grote ’middelaars’ als Christus wakker werd geschud (’Vermittlungstheologie’).
Met zijn romantische geestverwanten deelde Schleiermacher de sympathie voor de historisch-wetenschappelijke bijbelkritiek die eind 18e eeuw opkwam. De Bijbel is niet de alfa en omega van de godskennis. Ook andere boeken kunnen ’bijbel’ voor ons worden. Een beroemde Schleiermacher-zin luidt: ’Nicht der hat Religion, der an eine heilige Schrift glaubt, sondern der, welcher keiner bedarf und wohl selbst eine machen könnte.’ (‘Niet hij die aan een Heilige Schrift gelooft heeft religie, maar hij, die er geen nodig heeft en er best zelf een zou kunnen schrijven.’) De Bijbel bevat menselijke voorstellingen van God die niet overeenkomen met de onzegbare werkelijkheid waarvan Hij louter een symbool, een metafoor, is.
Alle religies kennen de zoektocht naar het Oneindige en Heilige. Maar het christendom is aan al die andere superieur door de figuur van Christus. Terwijl de meeste mensen slechts beschikken over een algemene religieuze aanleg en een ’verduisterd en zwak’ godsbewustzijn, had Jezus van Nazareth een glashelder, door geen zonde belemmerd en daardoor uniek Godsbewustzijn.
Zoals gezegd moest Schleiermacher weinig hebben van (kerkelijke) dogmatiek. Dogma’s bevriezen het gevoel en de levende religieuze ervaring en maken het christendom kwetsbaar voor aanvallen van ongelovigen. Het triniteitsdogma bijvoorbeeld wekt de indruk dat er drie goden zijn en loodst aldus het ’heidense’ polytheïsme weer via de achterdeur de kerk binnen. De christelijke boodschap werd al in de eerste eeuwen door de kerkvaders toegedekt met een ’laag van metafysische concepten die aan de natuurfilosofie van de Grieken zijn ontleend’ en niets met de oorspronkelijke christelijke geloofservaring uitstaande hadden (Schleiermachers leerling Albrecht Ritschl). Schleiermacher aanvaardt alleen die leerstelligheden die primair uitingen zijn van het religieus bewustzijn. Daartoe behoren niet de verzoeningsleer, het triniteitsdogma en de preëxistentie van Christus.
Later in zijn leven zou Schleiermacher het ’gevoel voor het Oneindige’ enger verbinden aan het christelijk geloof en de kerk en het formuleren als gevoel van volstrekte afhankelijkheid van God (’Gefühl schlechthinniger Abhängigkeit’). Hij zou het belang van de persoonlijke ervaring van het goddelijke ook inbedden in de ’vroomheidwekkende’ betekenis van de kerkelijke gemeenschap. Op het laatste van zijn leven zou hij zich zelfs afvragen of hij voor de rol van het gevoel in de religie niet een te grote plaats had ingeruimd. Maar daar was hij in 1799 nog lang niet aan toe.

Schleiermacher op latere leeftijd

Depressie

In dat jaar geraakt hij juist in een orkaan van gevoelens. Hij wordt hartstochtelijk verliefd op de getrouwde, diep-religieuze domineesvrouw Eleonore Grunow, die zijn liefde wel beantwoordt, maar de verhouding puur platonisch wil houden; er in elk geval niet over piekert haar man te verlaten. Een zware depressie volgt. De verontruste kerkleiding dringt er bij Schleiermacher op aan predikant te worden in een kleine gemeente, om daar wat af te koelen. Het wordt het Pommerse stadje Stolp waar hij twee jaar zal blijven en veel Grieks vertaalt. Vijf jaar later trouwt hij op 41-jarige leeftijd met de 20-jarige weduwe van een jonggestorven vriend, Henriette Willich. Het is niet in alle opzichten een gelukkig huwelijk. Henriette komt later, tot ontzetting van haar man, sterk onder invloed te staan van een helderziende en opwekkingsprediker. Ze schenkt Schleiermacher vier kinderen, onder wie een hoogbegaafde zoon, die al op 9-jarige leeftijd sterft, tot blijvend verdriet van zijn vader.
Zijn rol als opvoedend gezinshoofd doet Schleiermacher dieper nadenken over de betekenis van pedagogiek. Dat leidt tot initiatieven, die sterk hebben bijgedragen tot een nieuw Pruisisch schoolsysteem en tot oprichting van de Berlijnse universiteit en de Berlijnse Academie der Wetenschappen. In zekere zin kan Schleiermacher een pionier van de moderne pedagogiek worden genoemd.
In 1804 wordt hij uit Stolp bevrijd door een benoeming tot hoogleraar theologie en universiteitspredikant in Halle. In l806 volgt een overplaatsing naar Berlijn, waar hij, na sluiting van de universiteit als gevolg van de Napoleontische oorlogen, in l809 predikant van (o ironie!) de Trinitatiskirche (Drievuldigheidskerk) wordt. Al in l810 kan hij zijn wetenschappelijke loopbaan als hoogleraar hervatten. Die vindt haar hoogtepunt in de benoeming tot rector van de Universiteit van Berlijn.
Politiek actief wordt Schleiermacher als het gaat om de verdediging van de kerk tegenover de staat. Hij komt in botsing met de Pruisische koning die de kerk een door hem persoonlijk uitgewerkte orde van dienst wil opdringen. Schleiermacher bepleit juist de grootst mogelijke zelfstandigheid van de kerk, keert zich fel tegen het bestaan van een staatskerk als zodanig, en erkent alleen de legitimiteit van een volkskerk met synodale statuten.
Sociaal was hij een bewogen en bevlogen mens. ’Zijn optreden tegen iedere vorm van despotie en voor een sociale houding van de gegoeden (bijvoorbeeld verkorting van de werktijden) maakten hem populair tot ver buiten de grenzen van de kringen der ontwikkelden’ (Hans Küng in Christliche Denker).

Uitvaart van een volksheld

Schleiermacher stierf in 1834 aan longontsteking, 65 jaar oud. De historicus Leopold von Ranke heeft zijn begrafenis op het Berlijnse Triniteitskerkhof (!) beschreven. Het werd een indrukwekkende demonstratie van verbondenheid, waarbij zich mensen uit alle mogelijke kringen en beroepsgroepen verzamelden. Von Ranke – zijn lezing wordt door andere ooggetuigen bevestigd – spreekt van 20 tot 30.000 aanwezigen. ’Ik herinner mij,’ schrijft hij, ’hoe indrukwekkend het was toen wij Schleiermacher begroeven en er in die hele lange straat gehuild werd aan alle deuren en ramen. Misschien had Berlijn nog nooit een dergelijke rouwstoet meegemaakt. Alles volgde de kist, de stoet ging eindeloos door de straten… Generaals en oud-ministers, de raden van de ministeries en de geestelijkheid, zowel de katholieke als de evangelische, docenten van de universiteit en van scholen, studenten en scholieren, oud en jong – men kan zeggen vriend en vijand. Het was de erkenning van een geest die slechts weinig gelijken kent in de geschiedenis.’

(Geraadpleegde bronnen o.a.: F. Schleiermacher, Über Religion…, H. Küng, Christliche Denker, Karen Armstrong, A History of God en The Case for God, Alan Richardson, The Bible in the Age of Science.)

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Komt allen tezamen!

Kerstviering op 25 december, aanvang: 9.45 uur