27 april 2012

De politieke Jezus

door ds. Anne Kooi

Een van de onderwerpen die geopperd waren bij de inventarisatie van thema’s waar mensen graag over willen spreken tijdens de maandelijkse samenscholing, was ´de politieke Jezus´. Het is jammer dat ik degene die deze wens had, niet kan vragen wat hij of zij precies voor ogen had, want het onderwerp zoals het nu geformuleerd is, is intrigerend maar voor allerlei uitleg vatbaar. We hebben er in april op de wijkavonden over gesproken. Hieronder volgt de inleiding die op die avonden gehouden is.

Is er wel een politieke Jezus?
Heeft Jezus zich in de politiek van zijn dagen gemengd? Wel, zo in directe zin niet natuurlijk. Jezus was geen politicus. Hij heeft ook geen politiek programma opgesteld en zijn boodschap heeft niet in eerste instantie een politieke spits. Het is goed mogelijk om te bedenken dat zijn boodschap wel een politieke betekenis heeft gehad – dat komt aan de orde – , maar ik denk dat je het ‘program’ van Jezus veeleer kunt beschrijven als een zoeken naar het Koninkrijk van God. In dat licht is er ook de tegenstelling tussen een gerichtheid op de wereld als bron van heil als zodanig en de gerichtheid op de boodschap van God als bron van heil (en heling). Een grote confrontatie daarover vinden we bij de scène waarbij Jezus ondervraagd wordt door Pilatus in Johannes 18: 33-38:

‘Nu ging Pilatus het pretorium weer in. Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg hem: “Bent u de koning van de Joden?” Jezus antwoordde: “Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?” “Ik ben toch geen Jood,” antwoordde Pilatus. “Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd – wat hebt u gedaan?” Jezus antwoordde: “Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.” Pilatus zei: “U bent dus koning?” “U zegt dat ik koning ben,” zei Jezus. “Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigenen ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.” Hierop zei Pilatus: “Maar wat is waarheid?” Na deze woorden ging hij weer naar de Joden buiten. “Ik heb geen schuld in hem gevonden,” zei hij.’

Maatschappijkritiek geworteld in Jezus’ kijk op de mensen
‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld’, zegt Jezus. Deze uitspraak van Jezus is typerend voor het Johannes-evangelie, maar ook in andere evangeliën komen we een Jezus tegen die niet per se de confrontatie zoekt met de bestaande machten. Bijvoorbeeld in Marcus 12: 13-17:

‘Ze stuurden enkele farizeeën en herodianen naar hem toe om hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken. Toen ze bij hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: “Meester, we weten dat u oprecht bent en dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we betalen of niet?” Maar omdat hij hun huichelarij doorzag, antwoordde hij: “Waarom stelt u me op de proef? Laat me eens een geldstuk zien.” Ze gaven hem een munt en hij vroeg hun: “Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?” “Van de keizer,” antwoordden ze. Toen zei Jezus tegen hen: “Geef wat van de keizer is aan de keizeren geef aan God wat God toebehoort.” En ze waren met stomheid geslagen.” (zie ook Matteüs 22: 21 en Lucas 20: 25.)

Hoe je de uitspraak ‘Geef wat van de keizer is aan de keizeren geef aan God wat God toebehoort’ precies moet lezen staat nog te bezien, maar ik noem het gedeelte om aan te geven dat een eenvoudig en voor hedendaagse mensen herkenbaar politiek programma van Jezus zeker niet voor de hand ligt. In het 16e hoofdstuk van het evangelie van Lucas, is dat bijvoorbeeld bij uitstek verwarrend. In een gelijkenis wordt een rentmeester geprezen die voor zichzelf een soort levensverzekering regelt door met geld van zijn baas vrienden te maken. Dan staat er in Lucas 16: 8 en 9 over zijn baas:

‘En de heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld. De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht. Ook ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.’

Direct daarna volgt een gedeelte dat de hierboven gegeven zinnen kennelijk tegenspreekt, of in elk geval in een geheel ander licht zet. Jezus is aanvankelijk in gesprek met zijn leerlingen en de mensen die zich daarom heen verzamelden. Even later worden ook de Farizeeën genoemd. Hij geeft een korte rede die ook door de Farizeeën gehoord wordt. Mogelijk spreekt hij zelfs met de bedoeling dat ze  zouden meeluisteren. (Lucas 16: 10-13).

‘Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaaten wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dwerkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt? Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’

Van de Farizeeën wordt dan in Lucas 16: 14 en 15 gezegd:

‘De farizeeën, die geldzuchtig waren, hoorden dit alles aan en ze haalden honend hun neus voor hem op. Maar Jezus zei tegen hen: ‘U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God.’

Op dit gedeelte volgt dan vast niet toevallig de gelijkenis van de rijke man en de bedelaar Lazarus die hun hele leven onder Gods oordeel gesteld zien. De bedelaar is gered en de rijke onbarmhartige man niet.

Karakteristiek van het optreden van Jezus is dat hij een mensenmenigte (de schare) ziet van gewone, niet al te pretentieuze mensen van zijn dagenen met medelijden (ontferming) bewogen raakt.

Bijvoorbeeld Matteüs 9: 36 in de vertaling van NBG ‘51: ‘toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben.’ Zie ook Mat. 14:14 en Marcus 6:34.

Religiekritiek
De tegenstelling in de discussies van Jezus met de Farizeeën en de schriftgeleerden of wetgeleerden is vaak het menselijke (of al te menselijke) dat zich egocentrisch, egoïstisch, eerzuchtig of hebzuchtig manifesteert – en dat dan op een hypocriete manier –, tegenover het goddelijke. In Lucas 11 wordt een eerdere confrontatie van Jezus met de Farizeeën beschrevenen ik geef graag dat wat langere citaat, omdat dat naar mijn indruk goed aangeeft wat het basispatroon is van het conflict van Jezus met ‘Synagoge en wereld’; in onze context te vertalen als een conflict van Jezus met ‘Kerk en wereld’ (Lucas 11: 37-53):

‘Toen hij uitgesproken was, nodigde een farizeeër hem uit voor de maaltijd. Hij ging naar binnen en ging aan tafel aanliggen. Toen de farizeeër dat zag, verwonderde hij zich erover dat hij zich niet eerst gewassen had voor de maaltijd. Maar de Heer zei tegen hem: “Ach, jullie farizeeën! De buitenkant van de beker en de schotel reinigen jullie, maar jullie eigen binnenkant is vol roofzucht en slechtheid. Dwazen, heeft hij die de buitenkant gemaakt heeft niet ook de binnenkant gemaakt? Geef liever de inhoud van beker en schotel als aalmoes, dan is niets meer onrein voor jullie! Maar wee jullie farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de gerechtigheid en de liefde tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten. Wee jullie farizeeën, want jullie zitten graag op een ereplaats in de synagoge en worden graag begroet op het marktplein. Wee jullie, want jullie zijn als ongemarkeerde graven waar de mensen overheen lopen zonder het te weten.”
Daarop zei een wetgeleerde tegen hem: “Meester, door die dingen te zeggen beledigt u ook ons.” Maar Jezus zei: “Wee ook jullie, wetgeleerden! Want jullie leggen de mensen ondraaglijke lasten op, maar raken die zelf met geen vinger aan. Wee jullie, want jullie bouwen graftomben voor de profeten, terwijl jullie voorouders hen hebben gedood. Jullie zijn getuigen die instemmen met de daden van jullie voorouders, want zij hebben hen gedood en jullie bouwen de tomben! Daarom heeft God in zijn wijsheid gezegd: “Ik zal profeten en apostelen naar hen zenden, maar ze zullen sommigen van hen doden en anderen vervolgen.” Voor het bloed van al de profeten dat sinds de grondvesting van de wereld vergoten is, zal van deze generatie genoegdoening worden geëist, van het bloed van Abel tot het bloed van Zecharja, die omkwam tussen het brandofferaltaar en het heiligdom. Ja, ik zeg jullie, van deze generatie zal genoegdoening worden geëist! Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaanen anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.” Toen hij het huis verliet, waren de schriftgeleerden en de farizeeën uitzinnig van woede; ze begonnen hem over van alles uit te vragen, in een arglistige poging om hem te betrappen op een ongeoorloofde uitspraak.’

Het motief van profeten die door God gezonden zijn maar worden vermoord komt ook voor in een gelijkenis (Mat. 21: 33-44). Maar hier wordt het extra element toegevoegd van de generaties die opeenvolgend de profeten doden en hen vervolgens met een praalgraf vereren. De hypocrisie ten top. Hier is Jezus heel felen zijn woede doet denken aan de tempelreiniging (Mat. 21:11 e.v., Marc. 11:15 e.v., Luc. 19:45 e.v., Joh. 2:13 e.v.). Het wekt ook grote weerstanden op. Hier komt de compromisloosheid van zijn boodschap – Gods boodschap – tot uitdrukking en de radicaliteit van zijn levenshouding. In Matteüs 10: 34-39 horen we die radicaliteit in een soort ‘mission statement’ van Jezus, wanneer hij zich aan het begin van zijn optreden probeert te verduidelijken.

‘Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waarden wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard. Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden.’

Samenvattend
Jezus zegt dat zijn koninkrijk niet van deze wereld isen ik denk dat we daar voor mogen invullen dat het in dat koninkrijk van God niet gaat om geld, aanzien, relaties, macht en al die dingen waar de mensen van nature voor vallen. Maar hoe het dan wel moet is naar mijn idee ook niet meteen duidelijk. In dit verband moet zeker de Bergrede genoemd worden (Mat. 5 tot 8) en daarbinnen de ‘zaligsprekingen’. Er is een lucide soort radicaliteit in het optreden van Jezus, dat met enig recht zo politiek kan worden uitgelegd dat dàt het interpretatiekader wordt wanneer de bestaande verhoudingen stevig worden aangepakt, maar die daar tegelijkertijd toch niet op uit lijkt te zijn. Voor het verstaan van wie Jezus was en is, is het, denk ik, van groot belang dat we zien hoe hij probeerde de hem aangereikte Tora te verstaan en in praktijk te brengen. Jezus volgt het spoor van God (‘denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen…’ (Mat. 5:17)). Zo komt hij in de wereld de opdracht van God op het spoor die hem, maar ook ons keuzes voorhoudt (‘jullie zijn het zout van de aarde, het licht van de wereld’ (Mat. 5:13,14). Keuzes die m.i. wel degelijk politieke consequenties hebben. In een laatste citaat, Matteüs 25: 34-40, komt dat hoop ik helder naar voren:

‘Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op, ik was naakten jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”

Naschrift: tijdens de wijkavonden praatten we door over hoe er in de verschillende perioden in onze recente geschiedenis gedacht werd over de politieke implicaties van het evangelie. Dit o.a. naar aanleiding van het boek van E. Meijering Hoe God verdween uit de Tweede Kamer, naast de boeken van G.H. ter Schegget Theologie en ideologie en Het innigst engagement die een heel andere richting op gaanen in het denken van en over de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie.

Leestips
Hieronder een lijstje van boeken die deze onderwerpen ook behandelen (helaas niet alle meer verkrijgbaar):

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters