5 mei 2012

De economie van de Heilige Geest

door Rob van Drimmelen

Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk (Handelingen 2:44)

Eerder dit jaar was ik op Cuba als lid van een delegatie van de Conferentie van Europese Kerken, de organisatie waar onze Guy Liagre binnenkort de scepter gaat zwaaien. Eén van de kerkleiders met wie wij spraken, citeerde de bovenstaande tekst uit het boek Handelingen. Hij vertelde dat die tekst sommigen in de kerken had geïnspireerd in hun steun voor de door Fidel Castro geleide socialistische revolutie. Hij voegde eraan toe dat Cuba’s systeem eigenlijk nog beter is dan het model uit Handelingen. Het laatste bleek immers niet levensvatbaar terwijl het socialisme in Cuba al vele tientallen jaren stand houdt…

Ik moet bekennen dat ik voelde dat mijn wenkbrauwen zich wat fronsten toen ik deze uitspraken hoorde. Enerzijds heb ik veel waardering voor de sociale verworvenheden in Cuba. Anderzijds is de prijs die critici van het systeem betaald hebbenen nog betalen, hoog. Tijdens ons verblijf in Cuba overleed nog een politieke gevangene die in hongerstaking was gegaan als protest tegen zijn detentie.

Maar afgezien van de specifieke Cubaanse context, roept de tekst uit Handelingen zelf ook gevoelens van ongemak op. Persoonlijk heb ik nog nooit een Pinksterpreek gehoord die zich concentreerde op de boven geciteerde tekst uit Handelingen 2 (of de corresponderende tekst in Handelingen 4: 32-36). Vaak gaat het op Pinksteren eerder over de geboorte van de kerk of over de zendingsopdracht (uit Handelingen 1). Die gevoelens van ongemak worden nog eens versterkt als we verder lezen en in Handelingen 5 vernemen over Ananias en Saphira. Dat echtpaar had een stuk grond verkocht maar had een deel van de opbrengst voor zichzelf achter gehouden in plaats van het aan de voeten van de apostelen te leggen (waarschijnlijk moest het aan de voeten van de apostelen gelegd worden opdat het geld niet in een individuele broekzak zou verdwijnen). Omdat Ananias en Saphira niet alles met de gemeente wilden delen, moesten zij dit met een abrupte dood bekopen. Dat is straf. In onze kerk delen we ook maar slechts in zeer beperkte mate. En als we een keer vergeten onze vrijwillige bijdrage te betalen, krijgen we hooguit een vriendelijke brief om ons daaraan te herinneren. Zo’n herinneringsbrief werd Ananias en Saphira niet gegund…

Ik heb de indruk dat de tekst uit Handelingen behoort tot die Bijbelteksten die we het liefst zouden willen overslaan. In de loop der eeuwen hebben Bijbeluitleggers zich dan ook in allerlei bochten gewrongen om de angel uit de tekst te halen. Sommigen zeggen dat de leden van de jonge kerk verwachtten dat Jezus nog tijdens hun leven zou terugkeren. Daarom ontwikkelden zij een soort ‘interim ethiek’ die voor díe situatie geldig was maar voor ons niet van toepassing is. Anderen menen dat de eerste christengemeente leefde in een periode van economische crisis. Dat maakte drastisch delen noodzakelijk. In onze tijd hebben we sociale voorzieningen waardoor de tekst uit Handelingen voor ons niet meer relevant is. Weer anderen zijn van mening dat het in Handelingen ging om een experiment dat, zoals de Cubaanse kerkleider opmerkte, al snel op een mislukking uitdraaide. Iets wat zo overduidelijk mislukte, vormt niet direct een voorbeeld dat wij graag zouden willen volgen.

Mislukt?
Toch kunnen we het experiment van de jonge kerk niet zomaar afschrijven als een mislukking. Op verschillende manieren is de geest (en de Geest) van Handelingen 2 en 4 blijven waaien in de loop van de geschiedenis van de kerk. In de eerste brief aan de Korintiërs (11:17-33) vinden we een echo van het boek Handelingen wanneer Paulus uithaalt naar de rijken die met het eten niet op de armen wachten met als gevolg dat de laatsten, wanneer zij toekomen, de hond in de pot vinden.

Ook de kerkvaders – helaas veel te weinig bekend in protestantse kringen – hamerden in hun preken op de noodzaak van het delen van geld en goederen. Rijke mensen die de armen die van honger sterven niet helpen, werden ‘moordenaars’ genoemd. Onze eigen Calvijn deed overigens soortgelijke uitspraken.

Kloosterorden traden in het voetspoor van Handelingen 2 en 4. Hoewel hun invloed in ons deel van de wereld is afgenomen, hebben zij toch een belangrijke invloed gehad als richtingwijzers in onze maatschappij. Ook in de huidige tijd zijn er gemeenschappen die het voorbeeld van de eerste gemeente proberen na te volgen, denk aan de Emmaüsbeweging of aan sommige kibboetsen in Israël.

Negatieve voorbeelden zijn er helaas ook. Sommige kerkleiders in Amerika en Afrika misbruiken de teksten uit Handelingen om hun gelovigen op te roepen vooral heel veel duiten in het zakje te doen. Soms is aan de levensstijl van die voorgangers te zien waar dat geld uiteindelijk naar toe is gegaan…

Een nieuwe geest, een nieuw hart en… een nieuwe economie
Wat is de les die we kunnen leren uit de ongemakkelijke en weerbarstige verhalen in Handelingen 2 en 4? Naar mijn smaak gaat het vooral om de onlosmakelijke band tussen geestelijke en maatschappelijke vernieuwing. In Ezechiël 36: 26-38 belooft God dat Zijn/Haar Geest de Israëlieten een nieuw hart en een nieuwe geest zal geven. Het gevolg daarvan is dat het verwoeste land hersteld zal worden, de puinhopen herbouwd zullen worden en de steden weer bevolkt zullen worden. Met andere woorden, de economie wordt hersteld. In Handelingen 2 en 4 wordt beschreven hoe de komst van de Heilige Geest de volgelingen van Jezus deed afrekenen met oude denkbeelden over geld en goederen. De Geest creëerde onder de eerste christenen een nieuwe economie, gebaseerd op delen. Hieruit kunnen we leren dat elke geestelijke vernieuwing die niet resulteert in een nieuwe economische orde, incompleet is. Een solidaire economie van de Heilige Geest is, in een tijd van economische crisis en bezuinigingen, zeer welkom. Kom Heilige Geest, kom!

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters