3 juli 2014

‘Dáár houden’. Het leren hanteren van distantie en betrokkenheid

Tijdens de studiedag van pastores die in het justitiepastoraat werken, mochten we een training rond pastorale gespreksvoering meemaken met ds. Jan Bodisco Massink. Voor ieder pastoraal gesprek is het van belang om twee elementen die elkaar lijken uit te sluiten, goed in het oog te houden, en beide te respecteren. Namelijk om als pastor je gesprekspartner nabij te zijn, maar ook om de juiste afstand te houden. Of anders gezegd: om distantie te bewaren én tegelijkertijd betrokken te zijn bij wat iemand aan de pastor wil zeggen. Iedere predikant leert, tijdens zijn of haar opleiding, en later tijdens het werk, in dat spanningsveld een eigen weg te vinden. Maar lang niet altijd wordt er voldoende nagedacht over waarom de goede verhouding van deze schijnbaar tegenstrijdige elementen in een pastoraal contact zo van belang zijn.

Jan Bodisco maakt dat inzichtelijk. In een relatie die geldt als die van een pastorant tegenover een pastor, is het belangrijk dat er gepraat wordt over thema’s waar iemand echt mee zit. Daar kunnen allerlei emoties een rol bij spelen. Het gebeurt dan soms dat er van alles boven naar komt, waarmee men in dat gesprek in eerste instantie niet goed raad weet. Dat er emoties bovenkomen gebeurt natuurlijk niet altijd. Maar als dat zo is bestaat het risico dat deze emoties, of de klemmende problemen waar iemand mee kampt, de overhand krijgen in het gesprek; die kunnen als een pakketje dat in ‘verantwoordelijkheid’ is ingepakt, aan de pastor worden overgedragen. Dan kan de pastor deze last als het ware overnemen, terwijl de ‘zender’ zelf van die last nog niet verlost is. Dat geldt trouwens evenzeer voor alle mogelijke andere contacten die we vanuit de kerk kunnen hebben. Wanneer een pastor, of ouderling, diaken of wie dan ook namens de kerk optreedt, emoties als verdriet, of woede of gemis, dan wel de materiële problemen van een hulpvrager ‘op zich neemt’, kan dat heel sympathiek overkomen. Maar daarmee is de hulpvrager in feite niet geholpen. En wie zo als ‘hulpverlener’ bij een situatie betrokken raakt, kan het mogelijk zelf op den duur niet aan. We hebben als mens maar een beperkte draagkracht als we veel narigheid van een ander mentaal op ons nemen.

Het belangrijkste in de overwegingen die we meekregen, is dat het simpelweg ‘overnemen’ van de problemen de gesprekspartner zelf echt niet helpt. Een eerlijke aandachtige betrokkenheid wimpelt de problemen niet af; zelfs niet door de verantwoordelijkheid daarvoor over te nemen. Ook niet in de zin van het aanbieden van snelle en daarmee vaak dure oplossingen. ‘Het vermogen om het probleem ‘dáár te houden’ is een basisvoorwaarde voor goede pastorale en psychotherapeutische hulpverlening’, schrijft Jan Bodisco. ‘Maar het ‘dáár houden’ is een eerste stap. Er volgt een even essentiële tweede stap. Het begrip afstand houden dient absoluut niet verward te worden met onverschilligheid. Het noodzakelijke ‘het is úw probleem’ moet niet de klank krijgen van ‘dat is uw probleem; jammer voor u’.’ (p. 44 van onderstaand boek). Een aandachtige betrokkenheid krijgt pas een kans als de gesprekspartner de uitnodiging om met zijn of haar eigen verhaal te komen, echt aanneemt. ‘Je kunt concluderen dat pas wanneer deze situatie is bereikt, er ‘gewerkt’ kan worden. Alles wat daarvóór gebeurt is geen inhoudelijk werk, ook al lijkt dat soms wel het geval te zijn. Maar in werkelijkheid gaat het dan nog over de strijd om de werkrelatie te vestigen. Wie bepaalt de regels voor het gesprekproces? Wat is de rolverdeling? Dat is een strijd waarin de gesprekspartner de pastor test of die voldoende veiligheid biedt, dat wil zeggen ontvankelijk genoeg is voor en opgewassen is tegen de impact van de teksten van de gesprekspartner. Zo kijkt de gesprekspartner of de pastor wel de goede gids zal zijn in een onveilig landschap. Distantie en betrokkenheid dienen vloeiend samen te gaan, met een zekere elegantie. Het vereist een soort mentale beweeglijkheid, haast te vergelijken met de gratie van een danser. Meestal wordt dit begrippenpaar in omgekeerde volgorde genoemd: betrokkenheid en distantie. Maar voor gespreksvoering geldt: distantie is een absolute voorwaarde voor betrokkenheid. Men kan zich pas betrokken maken of dichtbij komen wanneer men afstand weet te houden. Zonder het vermogen afstand te houden, of met te veel eigen onbewust verlangen naar nabijheid, is er het risico dat men in een hulpverleningsrelatie verstrikt raakt, te dichtbij gekomen is, en dat niet kan waarmaken. Dan begint zo’n relatie te verwachtingsvol en als de hulpverlener vervolgens te laat zijn of haar grenzen stelt en de onvermijdelijke beperkingen duidelijk worden, heeft de pastorant de zoveelste teleurstelling opgedaan met een hulpverlener die nabijheid suggereerde, maar als het erop aankomt deze niet kan realiseren.’ (p. 45 in ondervermeld boek). Wanneer die verhoudingen wel helder zijn en er voldoende veiligheid is, kunnen pastor en zijn of haar gesprekspartner dan ook echt op zoek gaan naar de wezenlijke dingen die gezegd moeten worden.

ds. Anne Kooi

Verder lezen:
Jan Bodisco Massink,
Tussen de regels: psychotherapeutische vaardigheden voor pastoraat en geestelijke verzorging. (2013, KSGV, Tilburg)

 

Dagtekst

Erediensten

(Alle diensten beginnen om 10.15 uur, tenzij anders aangegeven.)

Agenda

Kerkkriebels 2017

Open vensters